Toenemende terreurdreiging is erfenis van Arabische Lente

Na de Arabische opstanden zou de steun voor terroristische groepen afnemen. Het tegendeel is het geval. Vooral in Noord-Afrika en de Sahel is de kans op aanslagen juist toegenomen, blijkt uit een gisteren gepubliceerde terreurkaart.

Noem het de terreurparadox. In het Westen neemt de vrees voor aanslagen en politiek geweld af – de herinnering aan de aanslagen van 2001 lijkt langzaamaan te slijten. Maar in werkelijkheid is het gevaar de afgelopen jaren juist toegenomen: dat is de erfenis van de Arabische Lente.

Waar in 2010 nog zeven landen het hoogste dreigingsniveau hadden – notoire risicolanden als Afghanistan, Irak, Somalië en Jemen – hebben nu zestien landen de kwalificatie ‘zeer hoog’ risico. Vooral in een steeds groter deel van Noord- en West-Afrika bedreigen terroristische groeperingen de stabiliteit. De opstand in Libië, de machtsgreep van moslimextremisten in Noord-Mali en de voortdurende instabiliteit in Egypte laten hun sporen na. Doordat overheidsgezag ontbreekt en grenzen vrijwel niet bestaan, hebben terroristen vrij spel.

Dat blijkt uit de nieuwe terreurdreigingskaart die de internationale verzekeringsmakelaar en risico-adviseur Aon gisteren in Amsterdam publiceerde. Het is een veelgebruikte kaart. Aon is met 600 kantoren in 120 landen de grootste risico-adviseur ter wereld. Het bedrijf brengt voor klanten de risico’s van terrorisme en politiek geweld wereldwijd in kaart. Die klanten zijn bedrijven die zich tegen deze risico’s willen indekken. Aon is zelf geen verzekeraar, maar adviseert klanten waar en hoe ze zich het beste kunnen verzekeren.

Door zijn contacten met verzekeraars heeft Aon veel informatie over de claims die bedrijven indienen. Dit levert een goed beeld op van wat er daadwerkelijk misgaat. De kaart is gemaakt in samenwerking met beveiligingsbedrijf Risk Advisory, dat goede relaties heeft met inlichtingendiensten. Ook zijn openbare gegevens gebruikt van overheden, universiteiten, non-gouvernementele organisaties en media.

In negentien landen is de dreiging van terreuraanslagen en politiek geweld vorig jaar afgenomen. De helft daarvan ligt in Europa. Deze verbetering komt vooral doordat het risico van felle protesten tegen de bezuinigingsmaatregelen in Zuid-Europese landen is geluwd. „Vorig jaar vreesden we nog voor onlusten of aanslagen op bedrijven in Italië en Griekenland”, zegt Marco Zannoni, directeur van het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, een dochteronderneming van Aon. „Maar die angst was ongegrond, er is nu minder onrust door de crisis.” Tegen deze trend in is het dreigingsniveau voor Nederland juist verhoogd van ‘zeer laag’ naar ‘laag’. De reden: zorgen om terugkerende jihadisten. Dit is in lijn met wat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid in maart bekendmaakte. Hij waarschuwde dat de aandacht van politici en bestuurders voor de gevaren van radicalisering en terrorisme de afgelopen jaren is verslapt – ten onrechte.

„Die verminderde waakzaamheid zien we wereldwijd”, zegt Marc van Nuland, directievoorzitter van Aon. Dit was begin deze eeuw, na grote aanslagen zoals op 11 september 2001, wel anders. Toen waren bedrijven en overheden juist zeer gevoelig voor de gevaren van terrorisme en namen ze veel initiatieven om die te beperken. „Maar het verwerkingsproces na die grote aanslagen bijna voltooid”, zegt Van Nuland. „Bedrijven die actief zijn in opkomende landen maken zich nu minder zorgen over de risico’s op terrorisme en politiek geweld.” Ze sluiten niet minder verzekeringen af, zegt hij. „Maar vroeger waren klanten actiever, nu moeten we ze vaker wijzen op de risico’s.”

Want die zijn er wel. In 44 procent van de onderzochte landen is er een serieuze kans op aanslagen. De machtsgreep van moslimextremisten in Noord-Mali vorig jaar, de aanslagen op de Amerikaanse ambassadeur in Libië en het gascomplex in Algerije zijn alle een indirect gevolg van de opstanden in Arabische landen. Dat de dreiging voor Algerije inmiddels niet ‘zeer hoog’ is, komt doordat het totaal aantal aanslagen vorig jaar met 54 procent is afgenomen. Niet voor niets samen met Marokko het enige land in Noord-Afrika waar de ‘Arabische Lente’ aan voorbij is gegaan.

Sommige analisten voorspelden dat na de Arabische opstanden de steun voor terroristische groepen zou afnemen: een vrije, democratische Arabische wereld als tegengif voor jihadisme. Maar het tegendeel is het geval. Veel staten zijn instabiel en de voortdurende onrust en economische malaise vormen een vruchtbare voedingsbodem voor geweld.

En waar Irak na de Amerikaanse invasie in 2003 een cause célèbre werd voor jihadisten, geldt dit nu voor Syrië. Volgens de AIVD zijn ongeveer honderd mannen uit Nederland naar Syrië vertrokken om tegen president Assad te vechten. In België speelt dit probleem al langer, daarom had Aon het dreigingsniveau voor België al eerder verhoogd. Frankrijk heeft dreigingsniveau ‘matig’, mede omdat het een doelwit is door de interventie in Mali. Hieruit blijkt dat ook Europa zich niet kan onttrekken aan de groeiende instabiliteit in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.