Tak*! Deense leenwoorden

Nederlanders spreken een klein mondje Deens: we leenden tientallen woorden van de Denen.

Denen namen zo’n 1.400 woorden over uit het Nederlands en Nederduits. Dat komt doordat we eeuwenlang druk met elkaar handelden. Bovendien emigreerden er nogal wat Nederlandse groentekwekers naar Denemarken, vooral in de 16de eeuw. Gevolg: de Denen eten ook nu nog andijvie, augurk, bloemkool, radijs en venkel. Bovendien zag koning Christiaan IV (1577- 1648) Nederland als gidsland, woonde Vondel een jaartje in Kopenhagen en studeerden diverse Deense wiskundigen in Leiden. Denen danken daar woorden aan als dwaas, heftig, heimelijk en hoogmoedig.

Sinds de Middeleeuwen leenden wij tientallen woorden uit het Deens zoals:

Haperen

De Denen zeggen happe en bedoelen er ‘stotteren’ mee. Wij namen dit woord omstreeks 1350 over en gebruikten het aanvankelijk voor ‘stotteren’ en ‘onenigheid hebben’.

Rendier

Heet een rendier zo omdat het zo goed kan rennen? Nee, wij leenden dit woord via het Duits uit het Deens, waar ze rensdyr zeggen. Dit betekent ‘gehoornd dier’; een rendier heeft immers een indrukwekkend gewei. Maar wij associeerden rens met rennen, en daarom werd het rendier, een woord dat in de 17de eeuw in het Nederlands terechtkwam. Het rendier heeft opvallend veel dichters geïnspireerd, onder wie Tollens, Van Zeggelen, Guido Gezelle en Kees Stip: Aan een diner te Zierikzee / deed laatst een Lapland’s rendier mee.

Skol

Schrijf skol in Word en dit programma vraagt of je slok bedoelde. Of we skol uit het Deens of Zweeds overnamen is niet zeker, maar daar schrijven ze skål. Veel mensen denken dat er in Zweden en Denemarken meer alcohol wordt gedronken dan waar ook; in werkelijkheid zuipen Nederlanders nog véél meer.

Smørrebrød

Knäckebröd betekent ‘knappend brood’ (het knapt als je erin bijt) en komt oorspronkelijk uit Zweden. Smørrebrød betekent ‘boterbrood’ en komt oorspronkelijk uit Denemarken. Er gaan dagen voorbij dat je niemand hoort over smørrebrød, maar aanvankelijk werd aangeraden het te besmeren met umer, een Deens melkproduct dat zijn naam dankt aan de reus Ymir (spreek uit: umer). Volgens de legende zou Ymir het begin zijn van al het leven. De reus voedde zich met melk van een reusachtige koe, dus die moet er ook zijn geweest.

Walrus

In de zestiende eeuw namen wij het woord walrus uit het Deens over. Dan wel uit het Zweeds, want Scandinavië was taal- en staatkundig lang een eenheid. De Denen zeggen hvalros en dat betekent ‘walvispaard’.De oudste Nederlandse zin waarin het woord walrus voorkomt: De Wal-rusch bynaest haer tanden achter int boot gheslaghen hadde om dat om te trecken (de walrus had zijn tanden bijna achter in de boot gezet om die om te trekken). Schipper Gerrit de Veer schreef dit in 1594.

*Tak is Deens voor: bedankt