Parijs rehabiliteert Harings stripstijl

Beeldende kunst

The Political Line, werk van Keith Haring. Gezien: 15/5 in Musée d’Art Moderne en Le Centquatre, Parijs. T/m 18/8. Inl: mam.paris.fr en 104.fr

Licht, lollig, levendig... Het werk van Keith Haring (1958-1990) leent zich niet direct voor doorwrochte kunsthistorische omschrijvingen. Zijn in snelle stripstijl getekende hondjes, baby’s, vliegende schotels en gezichtsloze poppetjes maken deel uit van ons collectieve geheugen en bereiken steeds weer nieuw publiek in de vorm van Haring-gesigneerde hebbedingen, van posters tot bekers en ijskastmagneten.

Haring was de voorloper van de marketing en merchandising die inmiddels in alle kunstsectoren wordt toegepast. Het is nu moeilijk voor te stellen dat zijn Pop Shop, een container in het New Yorkse Soho waar hij goedkope reproducties en gadgets van zijn werk verkocht, bij de opening in 1986 nog als provocatie werd opgevat. Haring negeerde de hoge prijzen voor zijn werk op de veiling en verkocht als een kruidenier, in talloze kopieën en gedaanten, voor een vriendelijke prijs. Het stak hem dat hij mede hierdoor erkenning van critici en musea misliep, maar zijn succes lag elders: twee jaar later kreeg ook Tokyo een Pop Shop, en Haring maakte tientallen openbare werken, veelal in opdracht van wees- en ziekenhuizen. Haring zag kunst als publiek recht en als publiek bezit – een dialoog, geen preek.

Als 19-jarige woonde hij in Pittsburgh, waar hij kort een opleiding tot reclametekenaar volgde en een lezing bijwoonde van Christo. Die sprak over diens Running Fence-installatie, een hek van duizenden witte panelen door de Californische heuvels. Haring herkende een geestverwant: dit zocht hij ook, een manier om direct met mensen en landschap te communiceren, weg uit de ivoren toren van het atelier. Maar hoe?

De oplossing vond hij in New York, stad van graffiti, waar hij als homo uit de kast kon komen, waar hij minnaars „van alle kleuren” verslond en waar hij bevriend raakte met getalenteerde rebellen als Madonna en Jean-Michel Basquiat. Zijn nieuwe leven inspireerde Haring tot het kiezen van steeds andere werkterreinen: reclameborden in de ondergrondse, billboards, de muren van bars en nachtclubs, de blote lijven van zangeres Grace Jones en choreograaf Bill T. Jones... Waarom niet?

Harings beeldtaal is simpel en helder: de basis ligt in het striptekenen waar hij als jongetje in uitblonk, aangevuld met alles wat hij sindsdien heeft opgepikt van kunstenaars als Pierre Alechinsky en Jean Dubuffet en de oude Egyptische en Maya-culturen. Hij werkt als een bezetene.

Ondanks het etiket ‘commercieel kunstenaar’ is zijn enorme productie niet te verklaren uit winstbejag of een zucht naar persoonlijke roem. Keith Haring: The Political Line, een retrospectief op twee Parijse locaties met zo’n 250 werken, wil hem rehabiliteren als serieus, maatschappelijk geëngageerd kunstenaar. De expositie slaagt ruim in die opzet.

Hoofdlocatie is het Musée d’Art Moderne, waar de thema’s die Haring in zijn werk aan de kaak stelde één voor één worden behandeld: homofobie, racisme, oorlog, nucleaire wapenwedloop, milieuvervuiling, het manipuleren van de massa door politiek, kerk en media. Welk onderwerp hij ook kiest, het slachtoffer is een klein, weerloos poppetje, bestraft en uitgespuwd door ‘het systeem’. De vijand vermomde zich: als een groot, gespierd mannenlijf met een forse erectie en een tank als kop, of als een schijnheilig wit figuurtje dat rustig de armen over elkaar slaat boven een vertrapte menigte.

Harings werk hakt er nog altijd in, en de oprechtheid van zijn missie staat buiten kijf – maar zaal na schemerige zaal grote Harings, dat slaat een beetje dood. Zijn handschrift kwam het best tot zijn recht in dialoog met de rest van de wereld. De grote actiefoto’s die de tentoonstelling enig lucht geven, illustreren hoe dat ging: Haring die in een sportbroekje en op enorme gympen een muur vol schildert, Haring die zijn ‘Free South Africa’-posters uitdeelt aan demonstranten in een zonnig Central Park. Enzovoorts.

In 104, op de plek van een oude begrafenisonderneming, is van benauwdheid geen sprake. Hier dansen Harings gigantische stalen poppen vrolijk over de binnenplaats. De 7,5 meter hoge doeken met Harings versie van de tien geboden, passen gewoon in een zaal. Maar zelfs hier mis je context. Een goed voorbeeld is The Marriage of Heaven and Hell, een doek van honderd vierkante meter dat Haring in 1984 vervaardigde als decor voor een choreografie van Roland Petit. Hij schilderde het in een paar uur, en hier is het vooral groot en luid – maar wat moet het er in de Opéra van Marseille, met de balletdansers ervoor, fantastisch hebben uitgezien.