Nederlandse sport loopt het risico van splitsing in en haves have-nots

De Nederlandse sport wordt bedreigd door vermindering van inkomsten. Tijd voor actie van koepel NOC*NSF.

Hallo sportliefhebber. Maar vooral: hallo sportbestuurder. Als jullie het zo goed voor hebben met de sport speel dan mee in de Lotto, de belangrijkste fondswerver van de Nederlandse sport.

Natuurlijk, een gokje van sportbestuurders zal de sterke terugval van de Lotto-inkomsten niet kunnen keren, maar het is een minimaal bewijs van betrokkenheid. Want die is er merkwaardig genoeg in geringe mate, zo maakte een snelle enquête afgelopen dinsdag tijdens de algemene voorjaarsvergadering van sportkoepel NOC*NSF pijnlijk duidelijk. Toen Johan Wakkie, directeur van de hockeybond, bij een interruptie vroeg wie in de Lotto speelde stak grofweg eenderde van de naar schatting honderd aanwezigen een hand op. Opvallend weinig in een zaal met mensen van wie zijn of haar sportbond rechtstreeks wordt getroffen door de afname van Lottogelden.

Waar velen een laconieke houding – zo van: het komt wel goed – aannamen, was Wakkie wakker. Hij ziet dat zich donkere wolken boven de sport samenpakken. Want het is niet alleen de terugval van Lottogelden – vorig jaar liefst vijftien miljoen euro – maar ook de bezuinigingsdrift van gemeenten die de sport bedreigt. Met NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis voorziet Wakkie door afnemende subsidies en oplopende huur- en onderhoudskosten van sportaccommodaties moeilijke tijden voor de sportverenigingen. Bonden zonder geld en clubs die nieuwe inkomsten zoeken in economisch sombere tijden, dat is een elixer voor ellende.

Het wordt hoog tijd dat alle sportbestuurders de ernst van de situatie inzien en over een actieplan gaan nadenken. De voorzet die Wakkie ten aanzien van de Lotto gaf lijkt zo gek nog niet. Hij opperde om via de vereniging mee te spelen en een deel van die inkomsten rechtstreeks in de clubkas te laten vloeien.

Een goed idee. Maar allerminst nieuw. Want tweeënhalf jaar geleden sprak de toenmalige directeur van Lotto, Harrie Linders, de gezamenlijke sportbonden als eens vermanend toe. Hij verlangde meer betrokkenheid en meer zichtbaarheid via de bonden van de Lotto. „In jullie belang, want het is jullie geld”, sprak hij streng. En om aan te geven hoe simpel het kan zijn: „Er zijn 28.000 sportverenigingen in Nederland. Als elke club twee leden bereid vindt om in de Lotto te spelen, hebben de sportbonden jaarlijks een paar miljoen meer te verdelen.”

Verstandig dat Bolhuis de voorjaarsvergadering dinsdag inleidde met een oproep aan de bonden om een front te vormen tegen het dreigende financiële onheil, maar het is niet genoeg. Het is tijd voor actie. En daarvoor moet NOC*NSF het initiatief nemen. De sportkoepel zal met plannen moeten komen, al is het maar om de eigen uitgangspunten van beleid te kunnen realiseren. De koepel streeft in Nederland 75 procent sportparticipatie na en wil structureel tot de tien best presterende landen ter wereld behoren. Zonder Lotto en overheidsgeld zijn dat onhaalbare doelen.

Maar er schuilt nog een ander gevaar. Als NOC*NSF niet oppast leidt de krimp tot een tweedeling in de sport. De afdeling Topsport van NOC*NSF heeft in aanloop naar de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro de verdeling van topsportgelden verscherpt volgens het principe dat de bonden met de meeste medaillekansen het meeste geld krijgen. Dat heeft tot boosheid bij de slecht bedeelde bonden geleid. En tot slachtoffers in de vorm van ontslagen, zoals bij de badmintonbond Martijn van Dooremalen, de man die dertig jaar verschillende technische functies vervulde. De verhoudingen tussen bonden worden steeds meer scheef getrokken. En dat verontrust mensen als Wakkie die vrezen voor het risico van haves en have-nots in de sport.

Die signalen zijn niet te negeren. Bijvoorbeeld die van Ruud Vreeman, voorzitter van de ijshockeybond waarvan de topsportbijdrage tot nul is gereduceerd. Hij riep het bestuur van NOC*NSF op de pluriformiteit niet uit het oog te verliezen. Hij meldde dat het voor zijn bond financieel bijna onmogelijk is geworden om nationale teams naar wereldkampioenschappen uit te zenden. Hij vroeg voor 2013 meer oog voor het volledige sportlandschap.

Vreeman heeft gelijk. NOC*NSF zal bij teruglopende inkomsten het huidige beleid moeten aanpassen. En als dat gevolgen heeft voor de prestaties op Olympische Spelen, moet dat maar. De prestaties van de Epke Zonderlands mogen nooit ten koste gaan de sportverenigingscultuur in Nederland. Tenzij NOC*NSF alternatieve inkomstenbronnen vindt voor de topsport. Het is tijd voor bezinning, en wel zo snel mogelijk. Omdat de toekomst van de Nederlandse sport op het spel staat.