Meer Nederlanders accepteren homoseksualiteit - afvlakking in Europa

Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Steeds minder Nederlanders wijzen homoseksualiteit af. In 2006 stond nog vijftien procent van de bevolking negatief tegenover homoseksualiteit, vorig jaar was dat gedaald naar vier procent, meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau vandaag.

Homoseksualiteit wordt in Nederland meer geaccepteerd dan in veel andere landen. Zo heeft de bevolking volgens het SCP weinig of geen moeite met het homohuwelijk. Ook wordt het niet als een probleem gezien als de eigen kinderen of een leerkracht homoseksueel zijn. Wel zegt 22 procent er meer moeite mee te hebben als twee mannen hand in hand lopen dan wanneer een man en een vrouw dat doen.

Er zijn nog meer beperkingen in de acceptatie. Zo vindt een op de vijf Nederlanders dat homoseksuelen niet dezelfde rechten als heteroseksuelen moeten hebben. Aan zoenende mannen zegt 29 procent aanstoot te nemen. Negentien procent stoort zich eraan als twee vrouwen zoenen. Overigens vindt veertien procent het onsmakelijk als een heterostel begint te zoenen.

Van de bevolking staat vier procent negatief tegenover homoseksualiteit. Er zijn echter enkele grote uitschieters. Zo vindt driekwart van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders het een probleem als hun kind een relatie heeft met iemand van hetzelfde geslacht, bij autochtonen is dat zeventien procent. Van de mensen die minstens een keer per week naar de kerk gaan zou 26 procent negatief zijn over homoseksualiteit. Van de PVV-stemmers is tien procent negatief.

Acceptatie in Europa vlakt af

Sinds 1981 neemt de acceptatie van homoseksualiteit in Europese landen toe. De laatste jaren vlakt die acceptatie volgens het SCP echter af. In de Scandinavische landen en landen als België, Duitsland en Frankrijk heeft de meerderheid van de bevolking net als in Nederland geen problemen met homoseksualiteit. In Oost-Europese landen zoals Polen, Bulgarije, Hongarije, de Baltische landen en Rusland wordt homoseksualiteit juist afgekeurd.

De acceptatie was volgens het SCP in 1999 in landen als Zweden en Nederland al op een hoog niveau, waardoor die daarna niet verder is toegenomen.
Tussen landen bestaan grote verschillen. Zo vindt in Nederland 93 procent dat homoseksuele burgers vrij zijn om te leven zoals zij dat willen. In Rusland is slechts 29 procent het hiermee eens. In IJsland heeft zes procent van de bevolking moeite met homoseksualiteit, in Litouwen is dat zeventig procent.

De cijfers over Nederland stellen homobelangenorganisatie COC niet gerust. De organisatie wijst erop dat slechts vijf procent van de middelbare scholieren meent dat jongeren op school open kunnen zijn over hun homoseksualiteit. Ook wijst de organisatie op een onderzoek dat de International Lesbian and Gay Association Europe vandaag naar buiten brengt. Daaruit blijkt dat Nederland in Europa van de zesde naar de achtste plaats is gezakt als het gaat om gelijke rechten voor homo- en biseksuelen.