Met de notaris in een container

Een Nederlander van 28 is de opperregelaar bij het Songfestival. „In Rusland ben je pas een ster als je hier hebt meegedaan.”

Hij ziet als eerste wie gaat winnen. In zijn container, een beveiligde afgesloten ruimte bij de Malmö Arena, komen onder toezicht van een notaris de punten van alle deelnemende landen binnen. De helft komt vrijdagavond binnen, na de finale voor de vakjury. De rest zaterdagavond, in de live-uitzending via de televoters. Sietse Bakker (28) is de event supervisor van het Eurovisie Songfestival, namens de organisatie achter het festival, de European Broadcasting Union (EBU).

Dinsdag ontsloeg Bakker twee leden van Nederlandse vakjury: Cornald Maas en Eric van Thijn. Hun namen waren per abuis onthuld op de radio. Frankrijk kon om dezelfde reden zelfs een totaal nieuwe jury gaan zoeken. Rumoer hoort bij het Songfestival, zegt Bakker, maar alle schijn van onderlinge puntenafspraken moet worden voorkomen. „Als namen bekend worden staat iemand open voor beïnvloeding. Juryleden tekenen voor onafhankelijkheid – ze mogen niet verbonden zijn aan de act. Een notaris komt checken bij de omroep of de vakjury er zit en tekent in elk land de resultaten af.”

Bakker groeide via het bouwen van een Eurovisiefansite uit tot hoofd Communicatie, en stuurt nu als supervisor „alles buiten de televisie-uitzending” aan: de concertlocatie, het transport, de hotels, de persfaciliteiten, de welkomstceremonie („een bijna militaire operatie met 39 landendelegaties op de rode loper langs de pers”) én strenge beveiliging. In 2011 werden drie Al Qaeda-leden opgepakt met mogelijke aanslagplannen tijdens het Eurovisie Songfestival in Düsseldorf.

De opbouw van het festival in elk gastland duurt tot de afbouw zes weken. In het perscentrum, waar ruim 1.500 mediamensen uit zo’n 70 landen werken, toont hij zich als Amsterdammer die heel Europa rondreist gepast trots om Anouks tot nu toe behaalde resultaat. „Ik geloof in het sturen van ervaren artiesten.” Griekenland, Scandinavië en Rusland sturen altijd hun topnamen. „Daar ben je pas een grote ster als je aan het Songfestival hebt meegedaan.” Ten onrechte ziet Nederland dit als een talentenjacht, zegt Bakker. „Zo is het niet bedoeld. Het oorspronkelijke idee is dat een land het beste stuurt om met Europa te delen.” Echter: ook ervaren artiesten hebben hier knikkende knieën en zingen lang niet altijd zuiver. Neem de Britse inzending van vorig jaar: Engelbert Humberdinck. Hij werd een na laatste. „De druk is hoog.”

Bakker ziet hoezeer het imago van het Songfestival is verbonden aan het resultaat. Dat is anders dan bij de Olympische Spelen, het EK of WK, waar interesse misschien afneemt bij een mindere prestatie maar men niet anders denkt over het evenement. „Als Nederland niet goed presteert wordt het al gauw gegooid op de omstandigheden, of het vermoeden van vriendjespolitiek bij de Oost-Europeanen. We zeggen niet graag dat we het niet goed hebben gedaan.” Tot deze editie was Nederland het slechtst presterende land van het afgelopen decennium. Na jaren van flauwe, ondermaats presterende inzendingen ebde het enthousiasme weg. Nu Anouk zich naar de finale heeft gezongen, is het Eurovisievuur opgelaaid. TROS en EBU verwachten zaterdag vijf miljoen kijkers in Nederland.