Maar hoe duister is Kopenhagen

Kopenhagen heeft vele gedaantes in de hausse aan Deense films en tv-series. Hoe is het leven er werkelijk? Een rondgang langs cultuurmakers in de Deense hoofdstad.

A musician plays a guitar on the street outside bars in the Nyhavn district of Copenhagen, Denmark, on Tuesday, March 13, 2012. Denmark's $460 billion mortgage bond system is too reliant on quarterly auctions to refinance about two thirds of its debt, and needs to do more to distribute the risk over the whole year, the central bank warned. Photographer: Ulrik Jantzen/Bloomberg via Getty Images Bloomberg via Getty Images

Het Kopenhagen zoals we dat in een tv-serie als The Killing zien is altijd duister. In Borgen is de Deense hoofdstad vooral statig. En grauw en gewelddadig in drugsdealerstrilogie Pusher. Maar hoe is het er echt, in die bakermat van de hedendaagse Deense cultuur?

De Denen behoren statistisch gezien tot de gelukkigste mensen ter aarde, weten we. Op een koude maar zonnige dag in april in Kopenhagen, als er nog sneeuw ligt langs het parlementsgebouw Christiansborg, lopen Denen met blote armen over straat, fietsen tieners over de brede fietspaden, duwen mannen kinderwagens. Woonwijken Vesterbro, Østerbro en Nørrebro, die onlangs werden opgeknapt, hebben lange, brede straten die gonzen van vertier. Oostwaarts, aan de haven, ligt het oude centrum met zijn historische gebouwen en huizen in pastelkleuren – een tableau van welbehagen.

Denemarken heeft een solide verzorgingsstaat – goedkope zorg, sterke vakbonden, royale uitkeringen; wellicht een van de pijlers van het ‘geluk’. In het centrum wordt vandaag gedemonstreerd door leraren, tegen langere werkdagen. Zelfs dat gebeurt zingend.

Internationale allure

In de lunchroom van het Filminstituut, aan de overkant van het stadspark, zit Ingolf Gabold, een flamboyante zeventiger met een Borsalino-hoed en de reputatie van een ‘legende’. Gabold werkt nu bij de Deense vestiging van Eyeworks, maar was van 1998 tot vorig jaar het hoofd van de drama-afdeling van DR, het nationale tv-bedrijf. Samen met scenarioschrijvers en producers stond hij aan de wieg van de successeries Borgen en The Killing. Bij zijn aantreden bij DR in 1998 had Gabold zich als doel gesteld dat nieuwe Deense series internationale allure moesten krijgen.

„Dat is gelukt”, hij neemt een slok witte wijn, „omdat het publiek geïnteresseerd is in ons realisme. Bij elke serie geven we de scenarioschrijver een specifieke opdracht: schrijf een tweeledig verhaal. Een over een personage met wie de kijker zich kan identificeren, en daarnaast een verhaal met sociale implicaties. Zo combineren we de werkelijkheid met drama.”

Gabold noemt de Deense Dogme-beweging uit de jaren negentig. Filmregisseur Lars von Trier (Dancer In The Dark, Melancholia) bedacht toen samen met Thomas Vinterberg (Festen, Jagten) een aantal vuistregels waaraan films volgens hen moesten voldoen. ‘Zich afspelen in het hier en nu’ was het belangrijkste dogma. „Hun ideeën zijn nog steeds van invloed op onze producties”, zegt Gabold. „Net als hun opvattingen over acteren. Søren Kragh-Jacobsen, die de Dogme-film Mifune’s Last Song maakte, regisseerde de eerste twee afleveringen van Borgen. Als Søren een scène laat spelen, zegt hij niet tegen de acteur ‘Rook een sigaret en draai je om. Bedankt’, zoals bij tv vaak gebeurt. Hij laat de acteurs rustig een volledige scène spelen. Dat geeft een ander effect.”

Donker

Gabolds laatste productie voor DR was het derde seizoen van The Killing, waarin politievrouw Sarah Lund een ontvoering en een verdachte zelfmoord moet oplossen. De twee eerste seizoenen van The Killing waren al duister, maar in de derde reeks is daglicht zo goed als afwezig. „Als producer houd ik me bezig met de vraag hoe je een gevoel of stemming het best kunt overbrengen. De duistere sfeer van The Killing 3 weerspiegelt de mismoedigheid van de hoofdpersonen.” Gabold tikt tegen zijn glas. „Om dat zware gemoed te onderstrepen, wilde scenarioschrijver Søren Sveistrup het beeld nog donkerder maken dan in de eerste twee series. Toen hij dat zei, moest ik meteen denken aan een bekend gedicht van de Deense dichter Henrik Nordbrandt: ‘Een jaar heeft veertien maanden’.” Zijn stem wordt gedragen. „‘Januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, november, november, december.’” Hij grijnst. „Daarom speelt The Killing 3 zich af in november.”

In 2001 produceerde hij de serie The Serbian Dane, over terrorisme. „Die was zo donker dat de technische dienst wilde ingrijpen. ‘Mensen thuis zien alleen maar de weerspiegeling van hun schemerlamp in het scherm’, zeiden ze. Ik heb volgehouden, en nu zie je de stijl steeds vaker. Zelfs de Amerikaanse versie van The Killing 3 wordt donker.”

Nordic noir

Het gelukkigste volk ter aarde houdt van realisme en zwartgalligheid. Ook hun humor is ‘echt’ en zwart, blijkt een paar straten verderop. In een kapitaal pand aan Østergade, de PC Hooftstraat van Kopenhagen, is de productiemaatschappij van Casper Christensen gevestigd. Christensen is de beroemdste komiek van het land. Hij liet het Deense publiek twintig jaar geleden kennismaken met stand-up comedy, dat hij als uitwisselingsstudent in Las Vegas voor het eerst had gezien. Behalve als komiek is Christensen ook bekend als tv-presentator, bedenkt hij tv-programma’s, en runt hij samen met een groep vrienden het Breman-theater, waar popconcerten, films en comedy worden geprogrammeerd.

Met side-kick Frank Hvam maakte hij, als Frank & Casper, de serie Klovn (‘Clown’) die zes seizoenen lang een hit was op de Deense tv. Frank en Casper, nu koffie drinkend op de bovenste etage van Christensens productiemaatschappij, zijn twee veertigers met een studentikoos voorkomen. In hun serie zetten ze zichzelf te kijk als machts- en seksbeluste mannen die uitblinken in lomp gedrag en leedvermaak. Het is humor waar je met plaatsvervangende schaamte naar kijkt, net als bij de Britse serie The Office. Volgens Hvam is sinds tien jaar sprake van een internationale trend: „De held is geen held meer, hij is een eikel.”

Christensen: „Voordat we Klovn begonnen te schrijven, maakten we een taboelijst als uitgangspunt. Kannibalisme, aids, kanker, SM, gehandicaptenseks. We hebben de lijst inmiddels een paar keer afgewerkt.” Hvam: „We gebruiken onze eigen namen en werken met onze echte vrienden, zo lijkt het echter en confronterender. De achterliggende gedachte bij de genante situaties is: als je sociaal handig bent, kom je overal mee weg. In de serie doet de gehaaide Casper de vreselijkste dingen en blijft populair. Ik, als onsympathieke sukkel, word voor hetzelfde keihard afgestraft.”

De bioscoopversie van Klovn (2010) werd door eenvijfde van de Deense bevolking bekeken. Dogme-regisseur Lars von Trier werkte mee. „We filmden in zijn studio, Zentropa, en Lars heeft geholpen met de montage. Ook zijn werk is ‘nordic noir’, het heeft ons mede gevormd”, zegt Christensen. „Daarom was het een logische samenwerking voor ons.”

Een kwartiertje lopen van het kantoor van Christensen ligt het centraal station, met daarachter, aan de Bernstorffsgade, het hoofdbureau van politie. Het bakstenen gebouw figureerde als politiebureau in The Killing, al werden binnenopnamen in een studio gedraaid, waar „we het interieur nog viezer en versletener maakten dan in het echt”, zoals Ingolf Gabold zei.

Kunst in voormalige slachthuizen

Langs het spoor staan de gebouwen van de voormalige ‘meat market’, die naar New Yorks voorbeeld geschikt werd gemaakt voor uitgaan en kunst. In de wit gestuukte slachthuizen drommen op deze vrijdagmiddag kunstliefhebbers samen voor de expressionistische schilderijen van Søren Behncke in galerie Kødbyen. Buiten rennen kinderen over weidse parkeervlaktes.

Is in deze idylle ook plaats voor grimmigheid – zoals te zien in de film Submarino (Thomas Vinterberg) over twee verslaafde broers, en in de Pusher-trilogie van Nicolas Winding Refn? Vooral in de Pusher-films met de toen nog onbekende Mads Mikkelsen (Jagten) als onuitstaanbare nihilistische junkie-crimineel, toont Kopenhagen zich een grauwe metropool waar Oost-Europese drugsbaronnen elkaar terloops afslachten en sukkelige criminelen hun zaakjes regelen.

De documentair gedraaide beelden lijken ‘echt’. Spelen dit soort taferelen zich af achter de gevels op Finsensvej of Smallegade? Kunstenaar Anders Meisner (31), gezeten in loungerestaurant Madklubben, knikt. „De Pusher-films geven een realistisch beeld. Of eigenlijk een vooruitblik. Bendeoorlogen en criminele drugshandel zijn nu actueel.”

Zoals Borgen werd gemaakt voordat Denemarken in 2011 een vrouwelijke premier kreeg, zo dateren de Pusher-films (1996-2006) van voor de huidige spanningen. Deense kranten berichten bijna dagelijks over schietpartijen en door de politie afgezette stadswijken waar ‘gangs’ elkaar de drugshegemonie betwisten, tieners ronselen als dealers en buurtbewoners intimideren. Volgens de Engelstalige Copenhagen Post was er in het eerste kwartaal van 2013 een recordaantal schietincidenten van 36, waarbij drie doden vielen. De gangs hebben namen als het Loyal To Familia en Værebros Hårde Kerne (Værebros harde kern); de leden zijn veelal afkomstig uit het Midden-Oosten en Oost-Europa.

De situatie is ontstaan nadat de conservatieve regering in 2006 de handel in soft drugs verbood in de oude hippie-vrijplaats Christiania (anders dan in Pusher draait de handel niet om cocaïne en heroïne, maar om wiet en hasj). Dat vooral immigranten de illegale transacties overnamen, is het gevolg van politieke beslissingen. „Want Denemarken heeft dezelfde fout gemaakt als Nederland”, zegt Anders Meisner die enkele jaren in Amsterdam woonde. „Ook hier werden alle nieuwkomers bij elkaar gezet in sociale woningbouw. Zo kregen de bewoners geen band met Denen of de Deense cultuur. Ze bleven onder elkaar en zijn vaak werkloos. We hebben nu drie ‘officiële’ getto’s in Kopenhagen. De jongeren daar zijn een makkelijke prooi voor de drugshandel.”

Op het Blågårds Plads in Nørrebro was onlangs een schietpartij tussen rivaliserende bendeleden. Het plein, een kaalgetrapt grasveld, ligt ingesloten tussen kazerne-achtige woonblokken waar schimmige doorgangen toegang geven tot meer woonblokken en grasvelden. Maar vandaag, op een zonnige zaterdag, zijn er geen Wild-Westtaferelen. Er wordt gespeeld en gewinkeld, in een van de lunchrooms zit Birgitte Hjort Sørensen, oftewel journaliste ‘Katrine’ uit Borgen – net zo blond en nonchalant gekleed als in de serie.

Als verklaring voor het internationale succes van Deense ontwerpers, filmmakers, muzikanten, koks en tv-producenten, noemde Ingolf Gabold de goede opleidingen en de financiële ondersteuning voor studenten, van de overheid. Hij opperde ook de noodzaak als klein land om ‘internationaal te denken en ondernemend te zijn’.

Compromisloos

Maar de belangrijkste pijler, zei hij, is de Deense democratie. Geen land ter wereld, Zweden en Nederland misschien uitgezonderd, bewaakt zo scherp de democratische rechten als Denemarken. Daarom voelen Denen zich vrij en durven ze risico’s te nemen, zei Gabold. Denen zeggen niet bij voorbaat ‘nee’ tegen iets vreemds of afwijkends. Of hij een voorbeeld kon geven van de Deense compromisloosheid in zijn creaties. ,,Kijk naar premier Birgitte Nyborg, in Borgen, hoe zij zich tussen woonhuis en Christiansborg beweegt. We conformeerden ons niet aan de ongeschreven regel dat iemand van haar status een auto met chauffeur moet hebben.” Hij spreidt triomfantelijk zijn handen. „In welk ander land zie je de vrouwelijke premier bij haar parlementsgebouw aankomen per fiets?”