In Jutland begint de designrevival

Deens design was halverwege de vorige eeuw toonaangevend. De voorkeur van de Denen voor eenvoud en functionaliteit leverde tijdloze ontwerpen op. Jonge bedrijven zetten met succes deze traditie voort: ambachtelijk handwerk met een moderne uitstraling.

Thermoskan van Erik Magnussen voor Stelton, designklassieker uit 1976. Foto Stelton

Een grote attractie van de Deense televisieserie Borgen zijn de voorbeeldig aangeklede filmlocaties. De setdressers hebben duidelijk hun best gedaan om zoveel mogelijk Deense designklassiekers in beeld te krijgen. Bij premier Birgitte Nyborg thuis staat bijvoorbeeld een Zwaan, de bekende stoel van Arne Jacobsen. In het parlement hangen koperen Artisjok-lampen van Poul Henningsen. En een ander hoofdrolspeelster, journaliste Katrine Fonsmark, heeft thuis een knalgele lamp van Verner Panton.

Deens design was halverwege de vorige eeuw toonaangevend in de wereld. Geen enkel land telde zoveel uitmuntende ontwerpers. Want naast Jacobsen, Henningsen en Panton behoorden ook Finn Juhl, Poul Kjaerholm en Hans Wegner tot de designkopstukken van de afgelopen eeuw. En hoe invloedrijk waren en zijn niet de producten van Deense fabrikanten als Bang&Olufsen (consumentenelektronica), Jacob Jensen (horloges en telefoons), Bodum en Stelton (beide huishoudelijke artikelen)?

Eenvoudig, functioneel, niet-decoratief, duurzame materialen, de gebruiker centraal (en niet de maker) – met zulke modernistische begrippen is de baanbrekende Deense vormgeving van de vorige eeuw samen te vatten. Het leverde vele tijdloze ontwerpen op, die ruim een halve eeuw later nog in talloze huishoudens terug te vinden zijn, zoals de Vlinderstoel van Arne Jacobsen of de thermoskannen die Erik Magnussen voor Stelton ontwierp.

Interieurs zoals in Borgen zie je de laatste tijd ook regelmatig in woonbladen. Klassiek Scandinavisch, en dan vooral Deens design is hot. Fabrikanten haken daarop in door oude ontwerpen opnieuw in productie te nemen. En zelfs IKEA doet mee. Het Zweedse woonwarenhuis presenteerde vorige maand de Stockholm-collectie, een verzameling meubels en accessoires die duidelijk geïnspireerd is op de Deense traditie: tijdloos, kleurrijk en veel hout en leer.

De Deense designrevival is ook af te lezen aan de snel gestegen prijzen op beurzen en veilingen voor vintage meubels. Nog voor de openingsavond van de antiekbeurs Tefaf verkocht de Belgische antiekhandelaar Axel Vervoordt in maart bijvoorbeeld een zeldzame jarenvijftigfauteuil van Hans Wegner voor 185.000 euro – de sleetplekken op de armleuningen en de iets verschoten bekledingsstof waren voor de koper kennelijk geen belemmering.

Lange tijd leek het of de Denen na Arne Jacobsen geen nieuwe meubels meer nodig hadden. Maar de afgelopen jaren hebben zich een paar jonge Deense bedrijven aangediend, die een impuls gaven aan de Deense designtraditie. Met kleurrijke en functionele meubels van jonge ontwerpers zetten ze Denemarken weer op de kaart als designland.

Op de Salone in Milaan, de belangrijkste meubel- en designbeurs ter wereld, viel vorige maand bijvoorbeeld de stand van Muuto op, een bedrijf uit Kopenhagen. In zes jaar tijd wist Muuto in meer dan vijftig landen verkooppunten te vinden. „Hun meubels zijn spot-on”, zegt Guido de Smedt, importeur van Muuto in Nederland en België. „Zachte kleuren, niet-trendy ontwerpen en betaalbaar.” Hetzelfde kan gezegd worden van Hay en Gubi, twee andere jonge Deense succesmerken.

Ambachtelijk handwerk met een moderne uitstraling is altijd een pijler geweest onder het Deense design. De meubels van Finn Juhl en Hans Wegner komen nog altijd uit relatief kleine timmerfabrieken. Een minder bekende Deense houtwerkplaats viel vorig jaar onverwacht in de prijzen bij Wallpaper, het Britse lifestyletijdschrift dat designtrends als eerste probeert te signaleren. Een eikenhouten tafel van Brødrene Andersen Møbelsnedkeri werd door het tijdschrift uitgeroepen tot de ‘beste nieuwe eettafel’.

Een verrassende bekroning, want de Gebroeders Andersen is een bedrijfje in Jutland dat bijna een eeuw lang traditionele houten meubels maakte. Door de crisis in problemen geraakt, riep Björn Andersen, de derde generatie Andersen aan het hoofd van het familiebedrijf, in 2010 de hulp in van KATO, het jeugdige ontwerpbureau van Karl Rossell and Tonny Glismand. De vraag aan hen was eenvoudig, vertelt Glismand in Milaan: „Of we handgemaakte houten producten wilden ontwerpen waarnaar vraag zou zijn.”

Ze tekenden een modern en kleurrijk meubelprogramma, geënt op de Deense traditie, en bovendien minder arbeidsintensief te fabriceren. De tafel, maar ook de wandkasten en de stoelen, vielen niet alleen bij de redactie van Wallpaper in de smaak. Drie jaar nadat de Gebroeders Andersen bijna failliet was gegaan, heeft het bedrijf opeens wereldwijd afnemers gevonden en is het weer „very alive”, aldus Glismand.

Dat het de Deense meubelindustrie over de hele linie goed gaat, was vorige maand in Milaan goed te merken. In het RHO, het grote beurscomplex aan de rand van de stad, hadden liefst 24 Deense bedrijven een stand gehuurd. En al deze bedrijven waren ook nog eens vertegenwoordigd op een 25ste Deense stand, die door het Deense consulaat in Italië was gehuurd. In acht kamers werd de beursbezoeker een blik gegund in de ‘Deense huiskamer’. Op hippe draadstoelen lagen losse schapenvachtjes, een ober serveerde cocktails en haringhapjes en de muziek kwam uit de nieuwste luidspreker van Bang&Olufsen, een futuristische schotel op drie houten pootjes die draadloos gevoed werd door de smartphone van een van de standhouders. Het was er gezellig; een hip en eigentijds feestje om te vieren dat de Deense meubelmakers weer van zich doen spreken.

Een goed overzicht van Deens design is te vinden in de zojuist verschenen goedkope herdruk van het standaardwerk van Charlotte en Peter Fiell: ‘Scandinavian design’, Taschen, 704 blz, €14,99