Het Deense filmgeheim

Hoe kan het toch dat Denemarken met zijn 5,5 miljoen inwoners zoveel meer internationaal gelauwerde films, regisseurs, scenaristen en acteurs aflevert dan Nederland? Nederland verheugt zich nu we met Alex van Warmerdams Borgman voor het eerst in 38 jaar een film in hoofdcompetitie van Cannes hebben. Denemarken kijkt eerder op als dat niet het geval is: dit jaar doet Only God Forgives van Nicolas Winding Refn mee, vorig jaar Jagten (Vinterberg), in 2011 Melancholia (Von Trier) en Drive (Refn). Hoe kan dat toch?

1 Traditie en infrastructuur

Voor de ‘Deense golf’ van de jaren negentig kende de Deense film een eerdere ‘gouden tijd’ tussen 1910 en 1920, toen Kopenhagen als filmhoofdstad gold en Asta Nielsen en Valdemar Psilander wereldsterren waren. In 1906 kreeg Denemarken zijn eerste filmstudio, Nordisk, die nog steeds goede zaken doet. Hoewel de Deense film naast Carl Theodor Dreyer geen echt grote namen kende, en decennialang glorieerde in introverte ‘Heimatfilms’, kende het anders dan Nederland altijd een stabiele filmindustrie.

2 Staatssteun

Het Nederlands Filmfonds, dat na de harde cultuurbezuinigingen nog 24,1 miljoen euro heeft te besteden, wijst graag op de royale staatssteun die de Deense film geniet. Waar de Nederlandse belastingbetaler 1,43 euro per hoofd van de bevolking in film steekt, zou dat 11,55 euro zijn in Denemarken, nationale en regionale fondsen bij elkaar opgeteld. Nederland produceerde in 2012 met 55 speelfilms en coproducties ruim dubbel zoveel als Denemarken (25). Maar het aandeel op binnenlandse filmmarkt (15 procent) is vergelijkbaar met de Nederlandse (16 procent). En Deense films laten zich veel beter te exporteren.

3 Deense golf

De jaren negentig kende een explosie van Deens talent. „Gewoon toeval”, zei de Deense regisseur Susanne Bier vorig jaar in Venetië. „Het is een kleine groep filmmakers die rond dezelfde tijd van de filmschool kwam, tegelijk met een lichting talentvolle acteurs. We kennen elkaar goed, en er heerst een vriendschappelijke rivaliteit die heel stimulerend werkt.” De onderlinge toon in Deense filmwereld is direct, hard en sardonisch: heel anders dan in Nederland, waar men doorgaans moeilijk met kritiek kan omgaan.

Uit wie bestaat die Deense golf zoal? Na de in Hollywood gewilde traditionalist Bille August (64) timmerden Lars von Trier (57) Susanne Bier (53, Brothers) en Lone Scherfig (54, An Education) aan de weg. In hun kielzog is er een groep veertigers: Nicolas Winding Refn (Drive), Thomas Vinterberg (Festen, Jagten), Nikolaj Arcel (Zilveren Beer in Berlijn voor A Royal Affair), alsmede de zeer getalenteerde scenarioschrijvers Anders Thomas Jensen en Tobias Lindholm, de laatste schrijver van Jagten en tv-serie Borgen en regisseur van de realistische speelfilms R en het binnenkort te verschijnen A Hijacking. En dan zijn er talloze genrespecialisten als Ole Bornedal of Niels Arden Oplev (The Girl with the Dragon Tattoo).

4 Lars von Trier

Maar had die Deense golf zo’n vaart gelopen zonder de aartsprovocateur Von Trier? Als auteur van avant-gardefilms en filmrellen zet hij de Deense film sinds de jaren tachtig op de kaart. Heel belangrijk was zijn met Vinterberg geschreven manifest Dogme 95, een ironische ‘kuisheidsgelofte’ die ondertekenaars verplichtte films te maken zonder kunstlicht, filmmuziek, decors, rekwisieten, camerastatief, filters, flashbacks of ‘kunstmatige actie’ met moord of wapens. De timing was perfect: Jurassic Park (1993) toonde dat digitaal alles mogelijk werd. Dat schreeuwde om een tegenbeweging, en die kwam dus uit Denemarken. Een tweede bijdrage van Von Trier was televisiesoap The Kingdom in 1994, met David Lynchs’ Twin Peaks (1990) bewijs dat tv-werk artistiek heel interessant kon zijn.