Grootste filmstudio van Scandinavië: Zentropa

Peter Aalbaek Jensen richtte samen met Lars von Trier de Zentropa-studio’s op, momenteel de grootste filmstudio’s van Scandinavië. In Brussel gaf de producer een lezing over de Deense film en manifest Dogme 95: ‘Het geheim van Zentropa is altijd op de rand van het bankroet te balanceren.’

In het hart van de Deense filmgolf staat de Zentropa-studio, in 1992 opgericht door regisseur Lars von Trier en producer Peter Aalbaek Jensen, alias ‘de aal’. Aanvankelijk met als doel Von Triers projecten te realiseren, maar Zentropa is inmiddels, met een catalogus van ruim honderd speelfilms plus documentaires en tv-series, een van de grootste studio’s van Scandinavië. Dit jaar staan tien speelfilms op de rol, waaronder Von Triers Nymphomaniac, in soft- en hardcoreversie.

Jensen gaf vorig jaar een lezing in Brussel over Zentropa en het geheim van de Deense film en wilde achteraf best een paar vragen beantwoorden.

„Ik ben een filmproducer en zit dus knel tussen de prozaïsche wereld van geldschieters en ambtenaren en gevoelige, zeg maar hysterische, artiesten. Het geheim van Zentropa is altijd op de rand van het bankroet te balanceren: ik loop al een kwart eeuw op de puntjes van mijn tenen. Als het te goed gaat, worden we zelfvoldaan en straft de markt ons met een geweldige flop.

„Bij Zentropa hebben we torenhoog respect voor kunst, maar we willen er ook graag geld mee verdienen. Zo wilde Lars von Trier Breaking the Waves indertijd een Latijnse titel geven. Ik zei: echt niet! We noemen een film ‘the shit’, om realistisch te blijven. ‘The shit moet gefinancierd worden.’ Dat heeft opmerkelijke pieces of shit opgeleverd, en extreme flops die ik met grote liefde in mijn doodskist meeneem naar een betere wereld.

„Lars von Trier werkt nu heel commercieel. Hij heeft films op tijd af binnen het budget van 8 tot 10 miljoen euro en maakt altijd winst. En dan is het verder hopen dat hij niet te grappig doet op persconferenties, zoals in 2011 bij Melancholia in Cannes. Prachtige film, ik dacht: wat kan er gebeuren? Dus deed ik een tukje en werd wakker in de hel: Von Trier neemt het op voor de nazi’s! Na de rode loper wilden we dineren met 200 gasten en werden we uit twee restaurants gegooid. We eindigden met twee kratten bier op het strand.

„We zoeken altijd nieuwe manieren om geld te verdienen. We hebben studio’s vol decors en rekwisieten, dus dachten eind jaren negentig: waarom recyclen we die niet om vrouwenporno te maken? Dat was toen in de mode: hele softe, stomvervelende porno voor mensen die niet een seksshop in durven.

Zoiets helpt ook een prikkelende sfeer te scheppen. Het is mooi als tussen die toneelschoolacteurs in de kantine opeens acht pornosterren in badjas zitten. Of vier homopornoacteurs in naziuniform met rode strepen op de huid, want we deden in die tijd ook aan sm bij Zentropa. Hadden de liberale filmmakers toch moeite mee. Of misschien was het dat we de butt plugs uitkookten in de spaghettipan.

„Het filmmanifest Dogme 95 heeft veel losgemaakt, maar dat was geen sluwe marketing. Het was grappig en spontaan, een soort zelfbevrijding. Regisseurs dreigen altijd overweldigd te worden door techniek, onze attitude was: fuck that shit. Script, acteurs, draaien maar, zonder vijftien trucks in de steeg. Zoals Fassbinder vroeger: gewoon dertig films draaien en daarna doodvallen. Dogma heeft enorm veel gedaan voor de reputatie van de Deense film. Nu zijn Hollywoodacteurs voor ons goedkoper dan Deense. Ze verdienen elders al miljoenen en willen graag met Von Trier of Bier werken, dus doen ze dat soms gratis, zoals Nicole Kidman bij Dogville. Anderzijds helpt het dat Deense regisseurs als Bier, Vinterberg en Scherfig films met grote budgetten maken in Hollywood. Het lijkt mij vreselijk om daar anderhalf jaar op een hotelkamer op groen licht te wachten, maar voor mij wordt het daardoor gemakkelijker om geld te vinden voor hun Europese projecten.

„Wat het niveau omhooghaalt in Denemarken, is de integratie van televisie en speelfilm. Soms wordt gedacht dat je als filmmakers verkeerde gewoontes aanleert van televisie, maar de realiteit is dat filmen een ambacht is dat je in praktijk moet leren. In Denemarken voelt niemand zich nog te goed voor televisie, zeker na het succes van The Killing en Borgen.

Ik denk dat Von Trier ook daarin een grote rol heeft gespeeld: de ziekenhuissoap The Kingdom betekende in 1994 de internationale doorbraak voor Deense tv-series. Nu is het een soort vliegwiel: er is zelfvertrouwen, er is geld, er zijn allerlei mogelijkheden om als filmmaker ervaring op te doen.”