'Groene energie is vaak niet zo groen'

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

De Nederlandse Energie Maatschappij (NLE) is een „jokkebrok”. Althans, dat biechtte het energiebedrijf afgelopen dinsdag zelf op in een paginagrote advertentie in de landelijke dagbladen. Daarin gaf de NLE toe niet de groene stroom te leveren die de consument verwacht. Sterker, „alle grote energieleveranciers in Nederland bezondigen zich hieraan”. Het is tijd „voor het eerlijke verhaal”.

Mocht de NLE – bekend als prijsvechter – imagoverandering beogen, dan lijkt de campagne een succes. De claims waren zo stevig dat de openhartigheid van het bedrijf overal het nieuws haalde. Zo biechtte het bedrijf op dat leveranciers hun grijze stroom ‘groen’ wassen door voor 1,44 euro per gezin per jaar certificaten te kopen, zonder echt te investeren in duurzame energie. Ook zou het grootste deel van de groene stroom uit Nederland niet van windmolens komen, maar van houtsnippers die worden meegestookt in „vervuilende” kolencentrales.

We checken of groene stroom minder groen is dan gedacht.

En, klopt het?

Aan de beweringen is niets gelogen, zegt Joseph Wilde-Ramsing van onderzoeksbureau Somo. Hij vergeleek vorig jaar de duurzaamheid van energiebedrijven in opdracht van Greenpeace en de Consumentenbond. „De NLE blijkt het licht te hebben gezien.”

Een van de misverstanden die de NLE wegneemt is dat we exact weten waar de elektronen uit ons stopcontact vandaan komen. „Onmogelijk”, zegt ook Wilde-Ramsing. Het stroomnet is – anders dan het waternet – één groot internationaal netwerk. Een ondoorzichtige brij waaraan bedrijven van Noorwegen tot Frankrijk zowel grijze als groene energie leveren. Een bewering als ‘Deze tram rijdt op groene stroom’ is dus nooit hard te maken. „Meestal levert de dichtstbijzijnde energiecentrale de stroom. In Nederland is de kans groot dat die stroom niet groen is.”

Ook komt lang niet alle groene stroom uit Nederland, zoals energiebedrijven soms suggereren. Dat kan ook helemaal niet. De Nederlandse vraag naar groene stroom is volgens CBS-cijfers over 2012 veel groter (23 procent van het totaal) dan de Nederlandse productie (10 procent). De rest wordt geïmporteerd uit het buitenland. Niet letterlijk: al jaren is er, naast de reële markt in stroom, een virtuele, ondoorzichtige daghandel in certificaten.

Dat werkt zo: omdat de herkomst van stroom die al aan het netwerk is toegevoegd, niet te traceren is, moeten Garanties van Oorsprong (GvO’s) een soort bewijs van groenheid bieden. Deze certificaten vertellen dat voor de hoeveelheid stroom die je aankoopt ‘ergens’ in het netwerk eenzelfde hoeveelheid duurzaam is geproduceerd. Een GvO voor 1.000 kWh Nederlandse windenergie (een gemiddeld huishouden gebruikt 3.500 kWh stroom per jaar) kost een energiemaatschappij zo’n 2 euro. Maar omdat 1.000 kWh stroom uit een Noorse waterkrachtcentrale slechts 30 cent kost, kopen Nederlandse energiemaatschappijen massaal energie uit Noorwegen om hun eigen energie uit kolen- en gascentrales te ‘vergroenen’.

Het probleem, zegt Wilde-Ramsing, is dat veel energiebedrijven op deze manier voor weinig geld een groen imago kopen zonder een echte bijdrage te leveren aan de productie van groene stroom in Nederland. „We ruilen in feite onze grijze energie in voor groene uit Noorwegen. Dat de Noren vervolgens – virtueel – met onze grijze energie zitten opgescheept, maakt ze niet uit. Hun waterkrachtcentrales produceren zoveel duurzame energie dat ze ook met wat grijs uit Nederland prima aan alle klimaatverdragen voldoen.”

Ook de bewering die de NLE doet over houtsnippers, is juist. Van de 10 procent duurzame stroom die Nederland produceert maakt biomassa – houtsnipperafval dat wordt bijgestookt in kolencentrales die toch al draaien – het grootste deel uit: 6,1 procent. De rest is windenergie (3,5 pct). Is dat erg? „Dat hangt ervan af waar het hout vandaan komt en hoe het wordt geproduceerd”, zegt Wilde-Ramsing. „Afval van bijvoorbeeld papierproductie is geen punt. Maar als bossen worden gekapt om elektriciteit op te wekken is dat een probleem.”

De meeste biomassa die in Nederland wordt bijgestookt komt uit Canada en de VS. Maar biomassa is nu zo populair dat de schepen met hout uit Brazilië, Zuid -Afrika en Liberia niet meer uit de Europese havens zijn weg te denken – de energie die het vervoer kost hoeft niet duurzaam te zijn. In de VS worden nu boomplantages aangelegd om aan de groeiende Europese vraag te voldoen. En in Rusland, zo is het vermoeden, worden er bossen voor gekapt.

De feiten die de NLE in haar advertentie presenteert, zijn overigens niet nieuw. Al in 2008 ontstond in Europa ophef over de manier waarop energiebedrijven aan een groene imago kunnen komen. In Brussel werden striktere regels bepleit voor de handel in GvO’s. Vooralsnog zonder resultaat.

De conclusie

De Nederlandse Energie Maatschappij (NLE) zei deze week in een advertentie dat groene stroom vaak niet zo groen is als de consument verwacht. Inderdaad kunnen energiebedrijven hun grijze energie makkelijk ‘vergroenen’ door de internationale handel in certificaten, zonder een reële bijdrage te leveren aan het opwekken van duurzame energie. Next.checkt beoordeelt de bewering daarom als waar.

    • Freek Schravesande