Frans Weekers

Vorig jaar november, het kabinet Rutte 2 zat een week, werd ik naar een grachtenpand te Amsterdam gestuurd om verslag te doen van de eerste slag van de herdenkingsmunt ‘Het Grachtengordel Vijfje’. Na die bijeenkomst heb ik nooit meer wat gehoord van het Grachtengordel Vijfje, ik heb er ook nooit iemand mee zien betalen, maar voor veel vertegenwoordigers uit de financiële sector was het slaan van een munt in een oud grachtenpand schijnbaar iets bijzonders want ze waren met veel en ze hielden allemaal een toespraak.

Het ontstaan van de grachtengordel werd besproken, het bijzondere ontwerp van de munt werd belicht en er werd ons verzekerd dat Amsterdam nog altijd een belangrijke spil in de financiële wereld was. Je viel er bijna van in slaap, zo lang duurde het.

Toen kwam de laatste spreker.

Een man in een te klein kostuum. Onder de knoopjes van zijn colbert sprong een buikje naar voren. Eronder prettig glimmende schoenen, want die waren die ochtend speciaal gepoetst vanwege die toespraak, dat zei hij ook nog.

De naam was Frans Weekers, staatssecretaris van Financiën.

Nou, hij had de aandacht.

Na het voorlezen van drie velletjes, een lofzang op ‘onze prachtige hoofdstad’, had hij bedacht dat het misschien leuk was om met z’n allen een lied te zingen om de bijeenkomst een extra feestelijk accent te geven.

Hij zette het lied ‘Aan de Amsterdamse grachten’ in en zwaaide daarbij enthousiast met de armen.

Ik vond het leuk dat niemand meezong.

De vertegenwoordigers van de financiële wereld waren heel wat gewend, maar dit hadden ze nog nooit meegemaakt.

Na twee keer het eerste couplet te hebben ingezet, stopte Frans Weekers met zingen. Hij deed een stapje naar achteren, ging naast zijn voorlichter staan en vroeg iets te hard hoe deze de performance had ervaren.

„Kwam het over?”

Het antwoord kon ik niet verstaan, ze hadden de Amsterdamse wethouder Gehrels een hamer gegeven en die stond even verderop uit alle macht een munt te slaan, maar het was ongetwijfeld iets positiefs, want Frans Weekers stond te glimmen dat het een lieve lust was. Toen hij even later naar voren werd geroepen voor de groepsfoto met de nieuwe munt en in het voorbijgaan een vrouw een glas water uit de handen liep was duidelijk dat we aan deze staatssecretaris nog veel lol gingen beleven.

Dat dacht hij zelf ook.

Met ‘Ik heb er hartstikke veel zin in’ en ‘Ik ga me inlezen’ en in zijn hand een Grachtengordel Vijfje verliet hij zwaaiend het pand. Dat niemand terug zwaaide leek hem niet te deren.