Frankrijk klampt zich vast aan cultuur

De Fransen vrezen voor hun taal en cultuur, nu Europa vrijhandel wil met Amerika en nu de tablets oprukken. De reflex: muren opwerpen.

Resto in toeristenwijk Montmartre, waar overal Engels klinkt.

Een Amerikaanse productie, The Great Gatsby, opende gisteravond het filmfestival van Cannes. De voorzitter van de jury, Steven Spielberg, is ook al Amerikaans. En op actrice Audrey Tautou (Amélie, L’Écume des jours) na, zijn het vooral Amerikaanse sterren die de afgelopen dagen de Franse bladen domineerden.

Maar juist in de week waarin Hollywood het land een paar dagen met veel kabaal annexeert, debatteert Frankrijk over zijn eigen cultuurbeleid en de fameuze ‘exception culturelle’: de door Parijs bedongen uitzonderingspositie om bij vrijhandelsbesprekingen de audiovisuele markt buiten beschouwing te laten teneinde de francofone cultuur met subsidies en quotaregelingen onbelemmerd te kunnen ondersteunen.

Eind volgende maand begint de Europese Unie onderhandelingen met de Verenigde Staten over een nieuw veelomvattend handelsverdrag, maar Frankrijk zet nu al de hakken in het zand: de film-, televisie- en muziekindustrie zijn onbespreekbaar, zei minister van Buitenlandse Handel Nicole Bricq onlangs. Die „rode lijn”, zoals ze het noemde, zullen de Europese Commissie en de Amerikanen moeten accepteren.

In een tijd waarin volgens opinieonderzoeken de meerderheid van de Fransen de globalisering en het vervagen van de eigen identiteit als een van de grootste maatschappelijke problemen beschouwt, is dit een van de weinige terreinen waarop de socialistische Franse regering invloed zou kunnen uitoefenen.

De ‘protection identitaire’, de bescherming van de identiteit, was in de woorden van politicoloog Dominique Reynié, een van de belangrijkste thema’s van de verkiezingscampagnes in 2012. De weinig populaire president Hollande staat nu van links en rechts onder druk om de Franse eigenheid te behouden.

De cultuur spreekt in een land waarin iedere zichzelf respecterende provinciestad zijn eigen (zwaar gesubsidieerde) kunstfestival heeft, het meest tot de verbeelding. Maar zelfs in eigen land staat het cultuurbeleid onder druk. Voor het eerst in lange tijd heeft de vorig jaar begonnen minister van Cultuur een lager budget dan haar voorganger.

Door de digitalisering van het culturele bestaan is het in de jaren tachtig onder president François Mitterrand ingevoerde systeem van subsidies, heffingen en regels die een overmaat aan Amerikaanse muziek, films en televisieseries buiten de deur moesten houden bovendien niet meer zo effectief als vroeger.

In een deze week gepresenteerd rapport adviseert de voormalige baas van tv-zender Canal+, Pierre Lescure, de regering om een „relatief pijnloze” belasting „van bijvoorbeeld 1 procent” te heffen op tablets, smartphones en andere dragers van digitale content. Met de opbrengst, naar schatting zo’n 86 miljoen euro, kan de „digitale transitie” van de creatieve industrie gefinancierd worden.

„In het digitale tijdperk is de rijkdom verschoven naar de fabrikanten van het materiaal”, verdedigde minister van Cultuur Aurélie Filippetti het door haar gesteunde voorstel. Met het geld dat Frankrijk nu al via belastingen in theaters, bioscopen en boekhandels ophaalt, wordt nieuwe kunst gefinancierd.

Weinig landen in Europa geven zo veel geld uit aan cultuur: ondanks de bezuinigingen is in 2013 nog altijd zo’n 7,3 miljard euro beschikbaar. Maar iedere euro is goed „geïnvesteerd”, zegt Filippetti. De cultuursector is een van de schaarse goed draaiende bedrijfstakken in Frankrijk. Ongeveer een miljoen mensen zijn voor hun inkomen van kunst en cultuur afhankelijk, zei ze laatst – waarmee ze, eigenlijk paradoxaal, kunst toch tot handelswaar verheft.

Vooral in de Franse filmindustrie gaan honderden miljoenen om. Tv-zenders, ook de commerciële, zijn verplicht mee te betalen en moeten naast Hollywood-blockbusters een vast aantal Franse films programmeren. Onlangs nog laaide de discussie op over de vorstelijke vergoedingen, grotendeels uit subsidiepotten, van vooral in Frankrijk bekende acteurs als Dany Boon of Catherine Frot. Filippetti verdedigde het beleid omwille van de „pluriformiteit”.

De ‘iPad-belasting’ kreeg de meeste aandacht, maar Lescure geeft in zijn vuistdikke rapport (2,3 kilogram) nog tientallen adviezen. Zo moeten digitale boeken via digitale bibliotheken uitgeleend kunnen worden, films moeten eerder op dvd en on demand beschikbaar komen.

Ook Lescure bevestigt de sinds 1993 in WTO-verband bedongen uitzonderingspositie voor cultuur in handelsverdragen. „Europa zal zijn culturele uitzondering niet in gevaar brengen door handelsbesprekingen”, verzekerde eurocommissaris Karel de Gucht (Handel). „Cultuur is geen koopwaar!” schreef hij in een ronkende verklaring. Tijdens een bezoek van president Hollande aan Brussel zei commissievoorzitter José Manuel Barroso gisteren dat hij zich in het Franse verzoek kan vinden.

Maar formeel is geen onderwerp onbespreekbaar. De Britse premier David Cameron zei deze week nog dat wat hem (en de Amerikanen) betreft „alles op tafel” kan komen, „zelfs de moeilijke onderwerpen, zonder uitzondering”.