Column

Enquête

Met een beleefd plofje viel de envelop op de mat. Er stond een logo van het rijk op. Zulke post moet je direct openen, heb ik ondervonden. Gelukkig was dit goed nieuws: ik bleek uitverkoren voor een enquête van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, over ‘de geluiden in uw woonomgeving’ en ‘wat die voor u betekenen’. Je kon er een iPad mee winnen. Een makkie, leek me.

‘Hoe waardeert u de geluidsituatie in een straal van 5 meter rondom u woning?’, was de vraag. Ik spitste mijn oren, minutenlang. Ik hoorde niets. Nou ja, het zoemen van de laptopventilator. Onbekommerd gekwinkeleer. Het betekende niets.

Soms hoor ik gerammel van een fietsketting – dat betekent de ene keer dat ze thuiskomt, de andere keer niet. De kat hoort dat beter dan ik.

Geluid is bij uitstek psychisch. Van een nagel op een schoolbord krijg je kippenvel, zelfs als je er alleen maar over leest. Een mens slikt duizenden keren per dag, maar pas als je er op let, hoor je dat slikken geluid maakt; probeer maar.

Horen zit tussen je oren. Als je ’s nachts alleen thuis bent hoor je rare geluiden.

In de zomer hoor je veel boormachines: het geluid van de nestbouw. Het gesnerp zelf is niet eens erg; het ergste is als het stopt: dan kan het elk moment opnieuw beginnen. Maar daar gingen de vragen niet over.

‘Stelt u zich voor dat u in uw woonkamer bent, en denk aan de geluiden die u dan hoort.’

Dat leek me een intieme vraag. De geluiden in mijn huis beschouw ik als privé. Het zuchtend aanslaan van een koelkast, het klikken van hakken, het druppelen van douchekoppen, zelfs het tikken van de tijd: privé.

‘Wat denkt u te gaan doen als u gehinderd zou worden door geluiden in uw omgeving?’. Eén van de suggesties: ‘Kwaad worden.’

Veel vragen gingen nauwelijks over geluid. Was ik tevreden met mijn tuin? Was ik getrouwd? Had ik diploma’s? Had ik last van pijn in de borst? Overmatige transpiratie? En: ‘Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?’ Of: ‘Voelde u zich gelukkig?’

Of je gelukkig bent – door zo’n vraag kan ik weken van slag zijn. Als Nederlanders te somber zijn, komt dat door enquêtes die hen op ideeën brengen.

Wie de oren spitst, hoort ontstellend veel geluid. Nu hoor ik bijvoorbeeld een raar gebrom, dat niemand kan verklaren.

Je kunt je ogen wel sluiten, maar je oren niet. Zelfs met oordopjes in – juist dan – hoor je nog je hartebonk, bloeb-doeb, bloeb-doeb – met steeds de spanning waar de volgende blijft. Luister naar je hart, zegt men, maar dat raad ik iedereen af.

Arjen van Veelen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.