Een seksfilmpje sturen naar je ex-vriendin, mag dat?

Een 21-jarige jongen stuurde een intieme video van hem en zijn vriendin via WhatsApp verder. Is dat een strafbare belediging, of smaad?

De Zaak. Een 21-jarige jongen filmt zichzelf en zijn vriendin tijdens het vrijen. Ze komen allebei herkenbaar in beeld, naakt. Het is een privéfilmpje – ze maken die beelden niet om te verspreiden of aan anderen te laten zien.

Maar dat gebeurt toch.

De jongen verdenkt er zijn vriendin na een poosje namelijk van dat ze een ander heeft. Hij stuurt daarom het filmpje via berichtenservice WhatsApp op zijn telefoon naar haar toe. Misschien om haar onder druk te zetten, maar in ieder geval uit boosheid, zo vertelt hij de politie, later. Daarom stuurde hij het filmpje ook aan zijn ex-vriendin. De jongen zegt er expliciet bij, in het tekstbericht aan zijn ex, dat ze het filmpje aan niemand moet doorsturen. Maar daar houdt zijn ex zich niet aan. Ze stuurt het filmpje weer door aan haar vrienden. En zo komen de beelden op internet terecht.

De vriendin doet aangifte bij de politie. De officier van justitie vervolgt de jongen wegens smaad en belediging.

Wat staat er precies in de dagvaarding? De jongen zou smaadschrift hebben gepleegd door (1) opzettelijk iemands eer of goede naam aan te randen, door (2) tenlastelegging van een bepaald feit met (3) het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven.

Alle drie de onderdelen van het strafbare feit acht de officier bewezen. Mocht de rechter anders oordelen, dan heeft de officier nog een delict in reserve: strafbare belediging door een afbeelding. En wel gepleegd met opzet.

De officier vindt dat de jongen het filmpje in het algemeen openbaar heeft gemaakt door het naar zijn twee vriendinnen te sturen. Hij eist tweehonderd uur taakstraf. De schadevergoeding van 2.000 euro die zijn vriendin vraagt, vindt de officier terecht.

Wat is de kern van de zaak? Is het versturen van een filmpje via WhatsApp aan twee personen een vorm van openbaar maken, van ‘ruchtbaarheid geven’? En, maakt het uit als je waarschuwt dat de beelden privé zijn? De officier vindt dat iemand die dit in de sociale media doet, „moet weten” welke gevolgen dat kan hebben.

De advocaat zegt dat de jongen hoe dan ook niet de opzet had om de beelden verder te verspreiden dan naar zijn twee vriendinnen. Sterker, hij instrueerde zijn ex dat juist níét te doen. Anderen verspreidden zijn filmpje, niet hij.

Wat zegt de rechter? Als je een filmpje verstuurt aan één persoon met de instructie dat voor je te houden, is dat geen ‘ruchtbaarheid geven’. En ook geen opzet. Van ‘smaadschrift’ wordt de jongen dus vrijgesproken.

Was dit dan een ‘openbare belediging per afbeelding’? Om iemand in het openbaar te kunnen beledigen, moeten anderen dan de directe ontvanger dat in beginsel kunnen horen of zien. Dit WhatsApp-bericht was aan één persoon gericht. „Wanneer verdachte het had verstuurd naar een grotere groep personen, of het direct op internet had geplaatst, zou het oordeel van de politierechter op dit onderdeel anders hebben kunnen luiden.”

Ook hier: vrijspraak.