Diederik en Jet

De psycholoog Joe Brewer en de taalkundige George Lakoff introduceerden het begrip ‘cognitive policy’. Brewer en Lakoff doen onderzoek naar de cognitieve aspecten van de politiek en een van hun belangrijkste bevindingen is dat politici vaak helemaal niet zeggen wat ze denken dat ze zeggen. Sprekend over waarde A activeren zij onbedoeld waarde B, die er lijnrecht tegenover staat. Vooral progressieve politici doen dit, stellen Brewer en Lakoff, bijvoorbeeld als zij commerciële methoden omarmen om een ideëel doel te bereiken. ‘Sex, sensatie en socialisme’, heette dat 35 jaar geleden bij de Nieuwe Revu. De ‘sandwich-formule’, noemde Marcel van Dam het. Maar helaas, dit werkt alleen op korte termijn. De beoogde transactie van ‘platte’ naar ‘verheven’ waarden vindt niet plaats. Door een auto te verloten kun je wel fondsen werven voor een goed doel, maar tegelijk wakker je egoïsme en materialisme aan, waardoor je interesse in dat doel juist afneemt. „Dit inzicht zet het model van de moderne ngo volledig op losse schroeven”, zei de directeur van Oxfam, toen Brewer en Lakoff de campagnes van die organisatie op dit aspect onderzocht hadden.

Het kabinet-Rutte-Asscher zou ook een mooi studieobject voor ze zijn, want dat is een goudmijn van cognitieve inconsistentie. We moeten minder lenen, want het is crisis, maar we moeten ook méér lenen, want het is crisis. Op even dagen is de drieprocentsnorm heilig en op oneven dagen moeten we ‘waken voor cijferfetisjisme’. Diederik Samsom gaat op tournee. Strafbaarstelling van illegaliteit is een heel slecht idee, luidt zijn boodschap, en dat gaan we dus doen.

Rutte en Samsoms innovatie van de Grote Uitruil (in plaats van ‘waterige compromissen’) versterkt dit effect nog eens. ‘Stem op ons vanwege iets dat u enorm interesseert, en, met die stem gaan wij dan iets binnenhalen dat u helemaal niet interesseert.’ Het is niet letterlijk wat Rutte en Samsom bij de vorige verkiezingen zeiden, maar het is vermoedelijk wel wat de kiezer bij de volgende verkiezingen hoort.

Bij de discussie-Bussemaker zit de cognitieve kronkel iets dieper. Economische zelfstandigheid van vrouwen is een belangrijke waarde voor de PvdA, die heeft zij met haar uitspraken versterkt, zou je zeggen. Of misschien toch niet? Bussemakers voornaamste argument is dat veel vrouwen dure opleidingen volgen en daar later niets meer mee doen. Althans, in economische zin. Dat studie en opleiding bijdragen aan beschaving en ook van waarde zijn bij het opvoeden van kinderen, laat zij buiten beschouwing. Haar voornaamste zorg is dat die investering niet wordt omgezet in economische participatie. Zij denkt slim te zijn door haar emancipatieagenda te koppelen aan de economische agenda van het kabinet: iedereen blij. Zij zegt nog net niet: wij gaan het studeren voor meisjes moeilijker maken, want het levert te weinig op, nee, zij zegt: het studeren van meisjes is duur, dus het moet wel iets opleveren. Zij heeft het helmaal niet over emancipatie, zij heeft het over geld.

Vermoedelijk voelde Bussemaker zelf ook wel dat er iets niet klopte. Niet voor niets had zij het over de ‘overheid’ die vergeefs al dat onderwijsgeld in vrouwen investeerde. De overheid? De ‘overheid’ doet geen investeringen, dit soort investeringen wordt gedaan door de gemeenschap. Maar als je dat woord gebruikt, wordt direct duidelijk waar de schoen wringt: namelijk dat het dus aan diezelfde gemeenschap is om te bepalen wat er met zo’n investering gebeurt, en niet aan een minister met budgetproblemen.

Overigens, als al die slabakkende vrouwen nu braaf naar zware banen gaan solliciteren, zijn er over tien of twintig jaar te veel mannen die hun dure opleiding niet benutten. Íemand zal toch voor de kinderen moeten zorgen? Nou, dat ziet Jet Bussemaker genuanceerd. Vrouwen voelen zich vaak ‘te schuldig’ over hun kinderen, vindt zij.

Bussemaker wilde een lans breken voor de economische zelfstandigheid van vrouwen, neem ik aan, maar wat zij tussen de regels door zei was: ik wil return on investment en economische groei, en dat met die kinderen moet maar even wat minder. Dat was, vermoed ik, niet wat ze bedoelde.

Jan Kuitenbrouwer is directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl).