Die leerplicht, die is veel te ouderwets

Sommige kinderen hebben zoveel extra zorg nodig dat ze niet naar school kunnen. Dat kan en mag niet zo zijn, zegt de Kinderombudsman vandaag in een advies.

VIJFHUIZEN - De dyslectische broertjes Enrique (L) en Hugo Claassen op hun zeilboot. Hun ouders moeten donderdag voor de rechter in Haarlem verschijnen. De jongens zouden vrijdag beginnen aan een maandenlange zeilreis. Ze volgen al minstens een jaar geen onderwijs meer, omdat geen enkele school ze wil aannemen vanwege hun leerhandicap. Volgens de advocaat van de ouders probeert de Raad voor de Kinderbescherming een stokje te steken voor hun expeditie door een spoedprocedure voor ondertoezichtstelling te beginnen. ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

Circa 5.000 kinderen gaan niet naar school en zitten thuis. Te gek voor woorden, zegt Kinderombudsman Marc Dullaert. „We lijken haast wel een ontwikkelingsland.”

Het gaat om kinderen die extra zorg nodig hebben, omdat ze bijvoorbeeld lichamelijke of psychische problemen hebben, of omdat ze hoogbegaafd zijn of gepest worden. Soms kunnen ze geen school vinden omdat onderwijsinstellingen liever geen probleemgevallen aannemen. Soms zijn de kinderen niet in staat om vijf dagen per week naar school te gaan. En dat is een probleem, want van de Leerplichtwet moet dat wel.

Veel van deze kinderen komen langdurig thuis te zitten. Sommigen krijgen van de leerplichtambtenaar ontheffing van de leerplicht. Met als resultaat dat ze het recht op onderwijs verliezen en er geen geld is voor andere vormen van onderwijs. Want het geld mag alleen naar scholen gaan waar kinderen staan ingeschreven.

„De Leerplichtwet is ouderwets, negentiende-eeuws, totaal niet van deze tijd”, zegt Kinderombudsman Dullaert. Hij zou het liefst de wet aanpassen. „Maar dat duurt te lang.” Daarom bepleit hij een reeks maatregelen om ervoor te zorgen dat kinderen die thuis zitten weer onderwijs kunnen volgen.

Vandaag presenteerde hij zijn adviezen in het rapport Van leerplicht naar leerrecht. De aanbevelingen zijn gebaseerd op zo’n vijfhonderd verhalen van kinderen, ouders en professionals in het onderwijs. Hun ervaringen kwamen binnen bij het meldpunt dat Dullaert vorig jaar opende.

U wilt een ruimere interpretatie van de Leerplichtwet?

„In de wet staat dus dat kinderen fysiek aanwezig moeten zijn op een school. Alleen dan kan een kind op een school ingeschreven staan. Een school ontvangt vervolgens geld voor dat kind. Dit geld is alleen door de school te besteden.

„Als we de wet vrij interpreteren en kinderen die absoluut niet in staat zijn om vijf dagen per week op school te komen daar niet meer toe verplichten, dan ontstaan er mogelijkheden. Het kind kan ingeschreven blijven staan op school en het geld kan voor andere vormen van onderwijs gebruikt worden. Denk aan onderwijs thuis, of particulier onderwijs. We kunnen maatwerk bieden; een kind zou bijvoorbeeld twee dagen naar school kunnen en drie dagen thuis onderwijs kunnen volgen.”

U pleit voor een omslag: van leerplicht naar leerrecht.

„Elke kind heeft recht op onderwijs, zie artikel 28 en 29 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Maar we komen dat recht niet na met vijfduizend thuiszitters. We moeten niet denken vanuit de plicht om te leren, maar vanuit het recht om te leren. Dus vragen we ons eerst af: wat heeft een kind nodig? En daarna: hoe gaan we dit mogelijk maken? Zo kunnen we onderwijs bieden dat voldoet aan rechten van het kind.”

De overheid voert volgend jaar de Wet passend onderwijs in. Die wet moet ervoor zorgen dat kinderen die extra ondersteuning nodig hebben zoveel mogelijk in het reguliere onderwijs les kunnen krijgen. Dit moet ook het aantal thuiszitters terugdringen.

„Maar dat gaat niet gebeuren. In deze wet staat dat scholen een zorgplicht krijgen en binnen een regionaal samenwerkingsverband moeten bepalen naar welke school een kind kan. Ze zijn verplicht om een kind te plaatsen. Maar als een leerling fysiek écht niet fulltime aanwezig kan zijn op school, is het probleem van de thuiszitter niet opgelost.

„Bovendien vrees ik dat met deze wet de groep verborgen thuiszitters toe zal nemen. Het gaat hierbij om kinderen die wel staan ingeschreven, maar die geen les volgen. De scholen kunnen dan geen passende plek vinden voor de leerling, maar zijn daartoe wel verplicht en trekken daarom maar niet aan de bel bij de leerplichtambtenaar.”

Scholen zelf vormen vaak een obstakel voor leerlingen, zo valt te lezen uw het rapport.

„Mijn ervaring is dat kinderen graag naar school willen. Ze willen meedoen en vriendjes maken. Maar scholen staan niet altijd te springen om leerlingen die extra zorg nodig hebben. De inspectie rekent onderwijsinstellingen namelijk af op de slagingspercentages en cijfers. De ‘moeilijke’ leerlingen zouden de prestaties naar beneden halen. En daar zitten scholen niet op te wachten.

„Daarom zou de inspectie niet alleen naar scores moeten kijken, maar scholen ook moeten beoordelen op het maatwerk dat ze bieden, zoals een goed dyslexiebeleid bijvoorbeeld.”

Ouders zijn volledig afhankelijk van de bereidheid van de school én de leerplichtambtenaar. Hoe zit dat?

„Leerplichtambtenaren verschillen erg in werkwijze. De ene speelt vooral voor politieagent en deelt bij verzuim meteen boetes uit. De ander doet meteen een melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling als een kind niet op school verschijnt. Vaak onterecht; ouders doen veelal hun uiterste best om hun kind op school te krijgen. Er zijn ambtenaren die heel snel een vrijstelling van de leerplicht geven, omdat ze verder geen oplossing zien.

„Gelukkig zijn er ook leerplichtambtenaren die wel creatief meedenken en tot een passende oplossing komen. Zo zijn er verhalen bekend van ambtenaren die in overleg met de school besluiten het kind wel toe te staan onderwijs thuis te volgen. De school stelt geld beschikbaar waar de thuisopleiding van het kind dan van betaald kan worden. Van de wet mag het niet. Niet iedereen durft zich daarom aan dit schaduwcircuit te wagen. Dat is zonde, want een combinatie tussen school en onderwijs aan huis kan heel goed werken.”

U stelt voor om per regio een leerrechtregisseur aan te stellen. Iemand met ‘doorzettingsmacht’.

„Ja, als alles vastloopt – school, leerplichtambtenaar, de ouders, het kind en de onderwijsconsulent komen er niet meer uit – dan moet een onafhankelijke ervaringsdeskundige ingezet worden. Iemand die met een frisse blik naar de zaak kan kijken. Deze leerrechtregisseur moet iemand zijn die snel beslissingen kan nemen en de macht heeft om dit door te zetten. De leerrechtregisseur bepaalt dan waar een kind onderwijs kan volgen en hoe dat betaald wordt.”

U adviseert de minister en de staatssecretaris van Onderwijs om samen met verschillende onderwijspartijen een ‘thuiszittersakkoord’ te tekenen.

„In de keten van partijen in het onderwijs blijkt weinig regie. Dus we moeten beter samenwerken. Want hoe langer een kind thuiszit, hoe moeilijk het wordt om hem of haar weer terug in de schoolbanken te krijgen. En met het akkoord moet duidelijk zijn dat iedereen er hetzelfde over denkt: maatwerk én leerrecht in plaats van leerplicht.”