Die complexe rotzooi kan naar de 'muppets'

Er zijn opnieuw muppets gesignaleerd.

Ruim een jaar geleden publiceerde Goldman Sachsbankier Greg Smith een vlammende ontslagbrief op de opiniepagina van The New York Times: „Waarom ik Goldman Sachs verlaat”. Smith legde uit hoe op de werkvloer van Goldman Sachs openlijk werd gepraat over het belazeren van klanten, aangeduid als „muppets”, Londens slang voor sufferds.

Smiths stuk sloeg in als een bom, want Goldman Sachs geldt als de machtigste megabank op aarde, met een weergaloos netwerk van ex-werknemers en „speciale adviseurs” in politiek en bedrijfsleven.

Maar wie waren die muppets? Het antwoord kwam dik een half jaar later met Smiths boek – en de receptie ervan. In Waarom ik wegging bij Goldman Sachs legde Smith uit dat de muppets een aparte categorie klanten waren: Zij Die Niet Weten Welke Vragen Ze Moeten Stellen.

Aan zulke klanten verkocht Goldman Sachs uiterst complexe instrumenten die de bank miljoenen opleverden in toeslagen en verborgen inkomstenstromen.

Smith beschreef hoe de bank intern een jaarlijkse lijst opstelde van ‘olifantendeals’, superlucratieve transacties. Smith schreef: „Het is ronduit onthutsend om in de top-25 van klanten waaraan Goldman het meest had verdiend de naam aan te treffen van een grote liefdadigheidsorganisatie, of van een pensioenfonds van leraren.”

Nu zou je denken dat Smiths boek tot enorme verontwaardiging zou leiden. Maar zo ging het niet, want ook in de journalistiek heb je muppets. Goldman Sachs speelde een erg slim pr-spelletje waarin het al heel snel ging over Smiths motieven, in plaats van over Goldman Sachs’ activiteiten. Journalisten van de Financial Times, Reuters, Forbes, The New York Times brandden het boek af: niks nieuws, was het oordeel.

Waarop de vraag toch wordt: niks nieuws voor wie? Het was misschien niet nieuw voor de insiders tussen wie financieel journalisten zich beroepshalve ophouden, maar hoe kon dit niet nieuws zijn voor die filantropische organisaties en pensioenfondsen?

Waarmee we terug zijn bij de muppets. Vorige maand schikte het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) in Nederland met Goldman Sachs. Het ABP had pakketten subprime hypotheken gekocht waarvan de megabank had verzekerd dat deze solide waren. Later bleek dit niet zo te zijn, en Smith beschrijft in zijn boek dat het nog veel erger was: terwijl Goldman Sachs die subprime pakketjes verkocht, stelde het een zogeheten hedge fund in staat om te speculeren op de totale instorting van diezelfde pakketjes. Nog erger: dat hedge fund mocht zelf de pakketjes samenstellen, en dus de aller-, allerverrotste subprime hypotheken uitzoeken.

U las dat goed. Goldman Sachs verdiende heel veel geld aan het verkopen van rotzooi met een strik eromheen, en het verdiende nog meer geld door anderen te laten speculeren op het moment waarop duidelijk werd wat er onder die strik zat.

Nu zou iemand misschien zeggen, tijd voor wat gevangenisstraf. Maar op een lagere god in de hiërarchie na kwam iedereen bij Goldman Sachs hiermee weg. Nog beter: ze schikten zonder misdragingen te hoeven toegeven.

Zo ook met ABP. Maar het mooiste komt nog. Wat zei ABP nadien over Goldman Sachs? „Het is een beetje zoals met ProRail. Af en toe doet een wissel het niet en dan scheld je ze de huid vol. Maar uiteindelijk heb je ze toch nodig.”

Juist. Laat ik nogmaals citeren uit Smiths boek, waarbij de lezer zelf mag beslissen of het hier gaat over incompetentie à la ProRail, of over iets heel anders: „Het werd me allemaal te veel. Jaren geleden hadden we Griekenland geholpen hun schulden te verbergen via derivaten. Nu was de boot aan en lieten we hedge funds zien hoe ze konden profiteren van de chaos in Griekenland, terwijl weer andere collega’s van me bezig waren met het adviseren van Europese regeringen hoe die uit de problemen konden komen.”

De auteur doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op: guardian.co.uk/bankingblog.