Cameron verliest greep op EU-debat

Eurosceptici leggen David Cameron hun wil op in het debat over het Britse EU-lidmaatschap. Nu eisen ze een wet voor een EU-referendum in 2017.

En weer was Europa onderwerp van een Lagerhuisdebat. En opnieuw was het premier David Cameron die daarbij een nederlaag leed. Meer dan honderd Conservatieven stemden gisteren in met een amendement op de troonrede. Letterlijk spraken zij hun „respectvolle spijt” uit dat een wetsvoorstel over een referendum over Brits EU-lidmaatschap niet door de regering „was toegevoegd aan de Hoffelijke Toespraak”.

Dat mag klinken als een onbeduidende stemming. Cameron had van tevoren dan ook gezegd dat hij er „relaxed” over was. De hele partij zou volgens hem voor een referendum zijn, en er was dus „geen sprake van een opstand” als enkele Lagerhuisleden een amendement indienden op de regeringsplannen voor dit jaar.

Maar de stemming toont aan dat het eurosceptische deel van de Conservatieve partij – en dat lijkt opnieuw te zijn gegroeid – het debat over EU-lidmaatschap en de richting en snelheid daarvan bepaalt. En niet partijleider en premier Cameron. Net als bij eerdere gelegenheden dwongen deze Tories Cameron stelling te nemen. In het weekeinde zei hij nog dat een referendum er zou komen als de Conservatieven de verkiezingen van 2015 winnen, en nadat hij met andere EU-lidstaten heeft kunnen onderhandelen over het terughalen van Britse bevoegdheden uit Brussel.

Die belofte was eind januari nog genoeg voor een juichende ontvangst in het Lagerhuis. Niet langer. Nu eisten partijmastodonten en eurosceptische Lagerhuisleden dat de premier wettelijk zou vastleggen dat er een referendum komt.

Het gemor was het afgelopen weekeinde zo hardnekkig dat Cameron dinsdag in een e-mail aankondigde met een wetsvoorstel te komen, iets dat hij eerder uitsloot: „De Conservatieven zullen het Britse volk voor het einde van 2017 in een referendum vragen: ‘Vindt u dat het Verenigd Koninkrijk lid moet blijven van de Europese Unie’.” De partij hoopt dat dit wetsvoorstel vandaag wordt geagendeerd, zodat er later dit jaar over kan worden gedebatteerd.

Maar als Cameron dacht dat hij hiermee de Tories tot bedaren heeft gebracht, zal hij bedrogen uitkomen. Het wetsvoorstel toont hoe verdeeld het kabinet is: het voorstel is een Conservatief initiatief, niet dat van de coalitieregering. De LibDems blijven bij hun standpunt dat er pas een referendum komt als er een nieuw EU-verdrag wordt gesloten.

„U en uw collega’s in de Conservatieve partij staat het vrij om de piketpalen te verleggen, maar dit hebben we wettelijk vastgelegd”, zei vicepremier Nick Clegg gisteren in het Lagerhuis. Voor de Tories, van wie sommigen de coalitie als een dwangbuis zien, was het opnieuw een bewijs dat de LibDems het conservatieve beleid verwateren. En dat de manier om de coalitie op te blazen Europa is.

Het wetsvoorstel toont bovendien dat Cameron onder druk concessies doet, en dat die steeds weer onvoldoende blijken zijn. Hij trok de partij terug uit de Europese Volkspartij. Dat kalmeerde de eurosceptische rechtervleugel tijdelijk. Hij vetode Europese reguleringsmaatregelen. Dat leidde kort tot applaus. Hij blokkeerde de meerjarenbegroting. Het stemde maar even gerust. Idem bij zijn belofte over een referendum, nog geen vier maanden geleden. Volgens The Times zou een hoge partijfunctionaris gisteren hebben gezegd: „Dit is de grens, we geven ze niet nog meer terrein.”

Maar nu 114 Tories zich gisteren achter het amendement schaarden, een derde van de partij, kan nauwelijks nog over rebellen worden gesproken. Zeker niet nu twee van Camerons ministers hebben aangegeven dat ze uit de EU zouden stappen als er nu een referendum zou worden gehouden.

Cameron probeerde gisteren de aandacht te verleggen naar de andere partijen. Hij zei dat zij hun „hoofd in het zand steken” door een referendum uit te sluiten: „Wij hebben een zeer, zeer duidelijke, populaire en juiste positie, die in het nationale belang is. De andere partijen moeten nu beslissen wat ze willen.”

Ironisch genoeg maakte hij zijn opmerkingen vanuit de VS, waar hij met president Obama onderhandelde over een vrijhandelsakkoord. Met de EU.