Affaires rond Obama zijn zegen voor Republikeinen

President Obama had al weinig vrienden in Washington. Nu ligt hij ook nog onder vuur door drie schandalen.

Dagenlang tuimelde de regering van president Barack Obama van het ene schandaal in het andere. Obama hield zich stil, terwijl er onthullingen kwamen over Benghazi, Belastingdienst en het bespioneren van persbureau AP. Gisteren was voor het eerst iets te merken van een gecoördineerde tegenaanval. Het Witte Huis stuurde de chef van de Belastingdienst weg, en verweerde zich uitvoerig tegen de aantijgingen.

Het onvrijwillige vertrek van Steven Miller als hoofd van de IRS, de Amerikaanse Belastingdienst, bracht Obama gisteravond zelf naar buiten. Tot nu toe had hij Jay Carney, zijn woordvoerder, het vuile werk laten opknappen. „Het Amerikaanse volk heeft het recht boos te zijn”, zei Obama. „Ik ben ook boos.” Zijn minister van Financiën, Jack Lew, had op Millers vertrek aangedrongen.

Millers vertrek volgde na de onthulling vorige week dat de IRS tussen 2010 en 2012 conservatieve groepen extra controleerde. Het zou gaan om circa 75 groepen die verbonden zijn aan de Tea Party-beweging, of die ‘patriot’ in hun naam hebben. Uit een intern onderzoek, dat gisteren naar buiten kwam, bleek dat zeker twee IRS-medewerkers in 2010 begonnen met het extra screenen van conservatieve organisaties. Dit voedt het Republikeinse vermoeden dat de toch al gehate Belastingdienst rechts Amerika vijandig gezind is.

Obama kondigde aan dat hij de Belastingdienst scherper in de gaten zou houden. Maar de Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden heeft weinig belang om daaraan mee te werken. De rel zelf is manna uit de hemel voor deze verdeelde partij. Voor het eerst sinds lange tijd staan niet zij te kijk maar Obama. Over een onderwerp als belastingen nog wel,ideaal thema om de partij te herenigen tegen Obama.

Gisteren kwam minister Eric Holder van Justitie op het Capitool. Hij verscheen op een gespannen hoorzitting voor een Huis-commissie over de IRS en het AP-schandaal. Zijn ministerie had vorig jaar, waarschijnlijk op zoek naar een lek bij de CIA, telefoondata van AP opgeslagen.

AP publiceerde in mei vorig jaar, tot groot ongenoegen van Obama’s regering, een verhaal over een verijdelde aanslag met een onderbroekbom. Holder en Obama werden door Afgevaardigden al vergeleken met oud-president Nixon. Holder zei dat niet hij, maar de tweede man op het ministerie opdracht gaf de telefoons te bespioneren. Toen Republikein Darrell Issa hem verweet informatie achter te houden, ontplofte Holder: „Dat is respectloos en schandelijk!”

Ook in het derde schandaal, de mogelijke verdoezeling van belastende feiten over de aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi, kwam nu een reactie. Deze kwestie was nieuw leven ingeblazen nadat zender ABC had bericht dat het Witte Huis wijzigingen had aangebracht in memo’s die naar regeringswoordvoerders werden gestuurd. Zo zou weggemoffeld moeten worden dat de aanval – met vier Amerikaanse doden – een terreuraanslag was.

Het Witte Huis gaf gisteren de originele mails vrij. Daaruit blijkt dat ABC de mails ronduit onjuist geciteerd heeft. Er is in mails tussen Witte Huis, ministerie van Buitenlandse Zaken en CIA inderdaad gediscussieerd over wat er gezegd moest worden, maar nergens blijkt een bewuste agenda om iets achter te houden.

Politiek is het belastingschandaal ernstiger voor Holder en Obama dan Benghazi en AP. Maar de kwesties maken elkaar groter, als een perfecte storm. Obama krijgt veel kritiek van Republikeinen over het IRS-schandaal, terwijl juist Democraten verontwaardigd zijn over het bespioneren van AP. Ook de pers keert zich nu tegen de president. Dat kan weer onthullingen in andere affaires veroorzaken.

Obama heeft nooit veel vrienden gehad in Washington. Het is niet zijn stijl om politieke bondgenoten te zoeken, zelfs niet in zijn eigen partij. Democratische Congresleden klagen vaak dat ze nooit iets uit het Witte Huis horen. Nu het Witte Huis zo zwaar onder vuur ligt, is dat isolement bijzonder onhandig voor de president. Nog niemand is hem te hulp geschoten. Tekenend is de reactie van de Democratische fractieleider in de Senaat, Harry Reid. Over AP zei hij: „Ik kan dit niet verdedigen.”