Zij was dus geen solistische dreiger

Twee demonstranten bij de inhuldiging werden ten onrechte opgepakt. De verklaring: gebrekkige communicatie en een persoonsverwisseling.

Ze had al eerder tegen de monarchie geprotesteerd. In februari had Joanna van der Hoek bij een bezoek van (toen nog) koningin Beatrix aan Utrecht zwijgend achter de toeschouwers een bordje omhoog gestoken met de tekst ‘Weg met de monarchie. Het is 2013’. Binnen een minuut werd ze opgepakt. Ze werd al snel weer vrijgelaten en verscheen her en der op tv om te vertellen waarom ze demonstreerde: een vorstenhuis is niet democratisch en niet meer van deze tijd. De politie was achteraf „ongelukkig” met de arrestatie en (toen nog) kroonprins Willem-Alexander zei in een tv-interview dat hij er geen moeite mee had als ze tijdens zijn inhuldiging zo zou demonstreren. Burgemeester Van der Laan van Amsterdam liet weten dat op 30 april individueel protest op de Dam zou worden toegelaten.

En toch blijkt de foto van Van der Hoek te zijn toegevoegd aan de lijst van zogenoemde ‘solistische dreigers’ die alle op de Dam aanwezige agenten voorafgaand aan de inhuldiging op 30 april in een „taakbriefing” te zien kregen. Met daarbij de instructie hoe te „handelen bij een eventuele demonstratie”.

Het resultaat was de aanhouding van Van der Hoek en nog een andere anti-monarchist, Hans Maessen, op de Dam, precies op het moment dat koningin Beatrix de Akte van Abdicatie ondertekende. Met dezelfde afloop als in Utrecht: een snelle vrijlating, geen sprake van strafvervolging, maar integendeel excuses van politie en burgemeester.

Gisteren stuurden zij het feitenrelaas over de aanhoudingen op de Dam naar de Amsterdamse gemeenteraad. Samenvatting: een „gebrekkig verlopen” briefing vooraf, een persoonsverwisseling en ondeugdelijke communicatie op het moment zelf, die vormden de „ongelukkige samenloop van omstandigheden” waaronder deze „onterechte” aanhouding (aldus burgemeester Van der Laan) kon geschieden.

In zijn reactie op het relaas, opgetekend door politiechef Aalbersberg, wijst Van der Laan zelf op enkele zaken in het feitenrelaas die nog vragen oproepen. Bijvoorbeeld dat de agenten niet bij machte waren de identiteit van Hans Maessen te verifiëren nadat zij op de Dam om zijn papieren hadden gevraagd, in de veronderstelling dat hij een van de mensen was die volgens de briefing direct van de Dam mochten worden verwijderd.

Vijf minuten probeerden ze het actiecentrum te bereiken via de portofoon, maar die werkten „niet optimaal”, mede doordat de 550 portofoons die waren uitgedeeld aan agenten op de drukste locaties niet goed waren ingesteld.

Van der Laan stelt ook vraagtekens bij het feit dat de foto’s van Van der Hoek en nog acht andere mensen „in één fotoboekje terechtkwamen” met de elf ‘solistische dreigers’ die de politie als gevaarlijk genoeg beoordeelde om direct, op eigen gezag van de agenten ter plaatse, van de Dam te verwijderen. Aalbersberg schrijft dat Van der Hoek vooraf „nadrukkelijk onder de aandacht van de aanwezige politieambtenaren” was gebracht vanwege „haar uitingen in de media en de mogelijke reactie die zij onder het publiek teweeg zou kunnen brengen”. Maar hij schrijft ook dat voor haar de instructie gold dat „zij slechts geobserveerd diende te worden indien zij tijdens de troonwisseling op de Dam werd aangetroffen”.

Dat de agenten niet naar die instructie hebben gehandeld, is misschien te wijten aan de „gebrekkig verlopen” briefing. De betrokken agenten gaven drie verschillende redenen voor de aanhouding – een aanwijzing voor de verwarring van die dag. Maar Van der Laan zegt er bij dat „van enige vooringenomenheid, laat staan van voorbedachte rade geen sprake (is) geweest”.

    • Bas Blokker