'Zesjescultuur onder scholieren'

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Deze week begonnen zo’n 207.000 middelbare scholieren aan hun eindexamens. In het kader hiervan houdt nu.nl in samenwerking met scholieren.com een eindexamendossier bij. Afgelopen zondag publiceerde de site een bericht met de kop ‘Zesjescultuur heerst onder middelbare scholieren’. „Middelbare scholieren halen gemiddeld een zes voor hun eindexamens”, opende nu.nl. „Vwo’ers scoorden vorig jaar gemiddeld een 6.4, havisten een 6.3. De afgelopen acht jaar zijn deze gemiddelden weinig veranderd.” In het artikel komt onderwijsdeskundige Marie Christine Opdenakker aan het woord. „Het feit dat de eindexamenresultaten de afgelopen jaren steeds rond de zes liggen, is een indicatie dat de zesjescultuur onder Nederlandse scholieren heerst.”

Next.checkt bekijkt of je op basis van eindexamencijfers inderdaad kunt concluderen dat er sprake is van een zesjescultuur.

Waar is het op gebaseerd?

Het artikel op nu.nl is geschreven door een blogger van de website scholieren.com. Opdenakker, die telefonisch is geïnterviewd door de auteur, laat aan nrc.next weten de aan haar toegeschreven uitspraak nooit te hebben gedaan. „Er zijn verschillende dingen bij elkaar gezet en daar is een verkeerde conclusie aan verbonden. Ik heb gezegd dat ik verschillen zie tussen de resultaten die leerlingen in Vlaanderen en Nederland behalen op toetsen. Het lijkt zo te zijn dat in Nederland onvoldoendes redelijk normaal zijn. Dat is in België niet het geval.”

Hoofdredacteur van scholieren.com Kim Einders meldt dat het bericht inmiddels is aangepast. De kop is veranderd in ‘Scholieren halen gemiddeld zes voor examens’, het citaat over de zesjescultuur is geschrapt. Er staat nu: „Marie Christine Opdenakker van de Rijksuniversiteit Groningen wil de examenresultaten niet per se toeschrijven aan een ‘zesjescultuur’ in Nederland, maar het valt de Vlaamse wetenschapper wel op dat toetscijfers in Nederland lager liggen dan in Vlaanderen.”

Wij controleren de oorspronkelijke bewering dat in Nederland een zesjescultuur heerst.

En, klopt het?

Kun je op basis van eindexamencijfers iets zeggen over de inzet van scholieren? Allereerst is belangrijk op te merken dat het eindexamen uit twee onderdelen bestaat: het centraal examen, dat landelijk voor alle leerlingen per onderwijstype hetzelfde is, en een schoolexamen dat door de school zelf wordt opgesteld en afgenomen, vaak in verschillende toetsen per vak. Het gemiddelde van beide examens bepaalt het eindcijfer van elke leerling.

Het artikel op nu.nl heeft alleen betrekking op het centraal examen, zo laat de hoofdredacteur van scholieren.com weten. De uitspraak „middelbare scholieren halen gemiddeld een zes voor hun eindexamens” is gebaseerd op cijfers tussen 2005 en 2012 van het Cito. Het instituut publiceert elk jaar zogeheten ‘examenverslagen’ met daarin het gemiddelde van de behaalde cijfers per vak.

Vorig jaar constateerde het College van Examens (CvE) dat leerlingen iets beter presteerden bij het centraal examen dan in de jaren ervoor: vwo’ers scoorden toen gemiddeld een 6.4, havisten een 6.3 - een stijging van circa eentiende punt ten opzichte van 2011. Het klopt dus dat er gemiddeld iets hoger dan een zes wordt gescoord. Betekent dat ook een zesjescultuur?

„Als leerlingen de examens beter maken dan bijvoorbeeld vorig jaar, zal dat terug te zien zijn in de cijfers die behaald worden”, zegt een woordvoerder van het CvE. Volgens het CvE is echter niet vast te stellen of betere prestaties tot stand komen door een grotere inspanning van leerlingen, van scholen, aangescherpte exameneisen, een strengere selectie, keuzes van leerlingen voor vakken die beter bij hun capaciteiten passen of door een combinatie van deze factoren. Kortom: of zessen het gevolg zijn van een ‘zesjesmentaliteit’ weet je dus niet.

Overigens denken veel mensen dat bij het bepalen van de cijfers de normering zo wordt aangepast dat het gemiddelde altijd op een zes uitkomt. Die aanname klopt niet, zegt de woordvoerder van het CvE.

Dan de schoolexamens. Is hieruit dan wel af te leiden of er onder Nederlandse scholieren een zesjescultuur heerst? Voor de schoolexamens, afgekort SE’s, geldt dat scholen ze zelf samenstellen en bepalen hoe de cijfers tot stand komen. In tegenstelling tot het centraalexamencijfer is het SE-cijfer meestal opgebouwd uit meerdere cijfers die over een langere periode zijn behaald. Hierdoor geven de resultaten meer inzicht in de prestaties van een leerling en dus ook in de mogelijke houding ten opzichte van hoge cijfers of zesjes.

Maar een houding of cultuur aflezen op basis van deze cijfers is ook niet mogelijk. Uit het rapport ‘Discrepanties tussen de cijfers op het schoolexamen en het centraal examen’ van de Inspectie van Onderwijs uit 2007 blijkt bovendien dat op zo’n 11 procent van de scholen leerlingen op het schoolexamen gemiddeld een half tot een heel punt hoger scoren dan op het centraal. Hiermee zouden lage cijfers gecompenseerd worden. Dit maakt de SE-cijfers minder betrouwbaar: de ene zes is de andere niet.

Cijfers zeggen dus niet per definitie iets over de zesjescultuur. De afgelopen jaren werden meerdere onderzoeken gepubliceerd waarin scholieren expliciet naar hun motivatie gevraagd werd, zoals het ‘Excellentiemodel, jongeren over uitblinken’ van Platform Bèta Techniek in 2011. Dit onderzoek laat zien dat de zesjescultuur niet breed gedragen wordt. Er is eerder sprake van een ‘zesjesstructuur’ doordat door het huidige beoordelingssysteem (voldoende of onvoldoende) de meerwaarde van hoge cijfers onduidelijk is.

Conclusie

„Het feit dat de eindexamenresultaten de afgelopen jaren steeds rond de zes liggen, is een indicatie dat de zesjescultuur onder Nederlandse scholieren heerst”, schreef nu.nl dit weekend in een – inmiddels aangepast – bericht. Next.checkt keek of aan de hand van resultaten inderdaad geconcludeerd kan worden dat er een zesjescultuur onder Nederlandse scholieren heerst.

De uitspraak op nu.nl gaat alleen over de resultaten van de centrale examens. Uit cijfers van het Cito blijkt dat leerlingen bij de centrale examens inderdaad gemiddeld iets hoger scoren dan een zes . Wel presteerden ze in 2012 beter dan in voorgaande jaren. Of zo’n verbetering het gevolg is van grotere inspanning van scholieren, is volgens het College van Examens niet vast te stellen omdat andere factoren ook een rol spelen. Eindexamenresultaten zeggen niet per definitie iets over de inzet van een leerling. Wij beoordelen de uitspraak daarom als ongefundeerd.