Veel werklozen, weinig protest

De werkloosheid blijft oplopen, maar anders dan in de jaren 80 blijven protesten uit. Hoe kan dat?

650.000 werklozen telt Nederland inmiddels. Vandaag maakte het CBS bekend dat er in de afgelopen maand 7.000 werklozen bij zijn gekomen. In absolute aantallen zijn we de recordaantallen van de crisisjaren 80 al maanden voorbij. Maar de protesten blijven uit. Werd de inhuldiging van Beatrix in 1980 nog gekenmerkt door een grimmige ontluikende kraakbeweging, drieëndertig jaar later is de troonswisseling een toonbeeld van vredigheid. Waar zit ’m dat in? Waarom gaan al die werklozen de straat niet op? Zes mogelijke verklaringen.

1De gevolgen van werkloosheid worden nu, meer dan dertig jaar geleden, opgevangen door de partner die vaker dan toen ook een baan heeft. Het traditionele beeld van de mannelijke kostwinner op wiens inkomen een heel gezin kon teren, was dertig jaar geleden nog wijdverbreid. Had in 1983 nog maar eenderde van de vrouwen betaald werk, inmiddels is de arbeidsparticipatie van vrouwen gestegen tot boven de 60 procent. Het anderhalfverdienersmodel is de standaard geworden. Dus komt de klap van een inkomen dat wegvalt minder hard aan.

2De tijdgeest. Anders dan in jaren 80 hebben jongeren een veel rooskleuriger toekomstbeeld. Vorig jaar toonde onderzoek van het Nibud al eens aan dat bijna tweederde van de jongeren tot en met 24 jaar verwacht makkelijk een goede baan te krijgen. Het netto maandinkomen dat zij voor ogen hebben is volgens het Nibud „onrealistisch hoog”. Dat staat in schril contrast met de no future-perceptie van de jongeren in de jaren 80. De jeugdwerkloosheid is in een jaar tijd opgelopen van 12 procent naar 16 procent (in maart dit jaar), bijna gelijk aan de aantallen in 1983. Toch daalde onder jongeren het toch al geringe pessimisme over de eigen financiële toekomst de afgelopen maanden nog verder, constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat het sentiment onder burgers peilt. Opmerkelijk, vond het SCP, die dat echter niet kon verklaren.

3Niet alleen lijken jongeren minder bereid om te protesteren dan dertig jaar geleden, ze zijn ook met veel minder om protest aan te kunnen zwengelen. Was in 1983 eenderde van de werklozen jonger dan 25 jaar, nu is dat er maar één op de vijf. De groep werklozen is zodoende minder homogeen en dus is het gemeenschappelijk belang bij veranderingen op de arbeidsmarkt minder groot. Dat maakt massaal protest om die veranderingen te bewerkstelligen ook minder kansrijk.

4Liever zzp’er dan werkloos. Het aantal zelfstandigen zonder personeel is flink toegenomen. Ondanks de oplopende werkloosheid blijft het aantal mensen dat zelfstandig is of diensten aanbiedt stijgen. Het zijn er nu rond de 750.000. Dat ondersteunt de aanname dat er veel verborgen werkloosheid is onder zzp’ers, alhoewel exacte cijfers ontbreken. Een zzp’er ziet een lege orderportefeuille niet snel als werkloosheid, eerder als een slappe tijd, is ook het vermoeden bij het CBS. En wie zijn eigen merk is, hangt de vuile was niet buiten. Als steeds meer mensen op persoonlijke titel inkomsten genereren, wordt het uitblijven van inkomsten minder snel als collectief probleem gezien.

5Het sociale vangnet was ruimhartiger dan nu. Wie in de jaren 80 werkloos werd, had geen haast om weer aan de slag te komen. Dat werk was weliswaar ook minder voorhanden dan nu, maar je kon je energie ongehinderd richten op protest. Nu hebben jongeren geen of hooguit drie maanden recht op WW. Zij zoeken hun heil noodgedwongen in allerhande flexbaantjes, zijn een tijdje werkloos en hebben dan weer even werk. Dat voelt op de korte termijn minder uitzichtloos dan in de jaren 80, denkt Sywert van Lienden (22). Hij mobiliseerde vorig jaar jongeren voor de politieke beweging G500.

6Wie moet je de schuld geven? In de jaren 80 richtte protest zich tegen de overheid. Nu komt de crisis van buiten. Volgens het SCP zien veel burgers externe factoren als oorzaak van de crisis. En daar kun je moeilijk actie tegen voeren. In de jaren 80 werden „banen vernietigd” onder aanvoering van regeringsleiders als de Britse premier Margaret Thatcher en, in eigen land, Ruud Lubbers. Nu is de regering in Den Haag in de ogen van burgers eerder lijdend voorwerp van de zich voortslepende eurocrisis en de kwakkelende wereldeconomie.