Toeslagen: het systeem maakt de fraudeur

Soms krijgen mensen zelfs ongevraagd allerlei toeslagen. Eén ‘huishoudtoeslag’ en meer controle zijn naar verwachting de toekomst.

Toeslagen, je blijkt er gemakkelijk mee te kunnen frauderen, zelfs als je dat helemaal niet wilt. Eerder deze week bleek dat behalve Bulgaren ook Polen ten onrechte toeslagen hebben ontvangen. Dat kwam aan het licht toen Poolse ex-arbeidsmigranten ook na terugkeer in Polen steeds maar toeslagen uit Nederland kregen en daarover, uit zichzelf, klaagden in hun voormalige woonplaats, de gemeente Westland. Ze hadden geen idee hoe deze ongewenste toeslagenstroom kon worden stopgezet.

Ze waren ongewild fraudeurs.

Wat leert deze nogal bizarre anekdote ons? Dat er toch nog eerlijke mensen zijn? Of dat ons belastingstelsel rammelt, zozeer zelfs dat misbruik – gewild of ongewild – bijna wel moet?

Vannacht werd duidelijk dat staatssecretaris Frans Weekers (Financiën, VVD) mag aanblijven, ondanks de problemen met de toeslagen. Zijn vertrek zou ook weinig hebben uitgemaakt, de problemen zouden er niet door zijn verdwenen, zegt Peter Kavelaars, fiscalist en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Er is een inhoudelijke slag nodig.” Kavelaars is lid van de commissie-Van Dijkhuizen die eind vorig jaar al pleitte voor een vereenvoudiging van het Nederlandse belastingstelsel en volgende maand een soortgelijk pleidooi voor de toeslagen zal houden. „Het is allemaal gewoon te ingewikkeld.”

En dat is vragen om problemen.

Toeslagen worden sinds 2006 verstrekt door de Belastingdienst, ze vervingen destijds een waaier aan inkomensafhankelijke regelingen, zoals huursubsidie en ziekenfondspremie. Op jaarbasis gaat het om in totaal 12 miljard euro, waaronder 2,7 miljard aan huurtoeslagen, een iets groter bedrag voor kinderopvang en zo’n 5 miljard aan zorgtoeslagen. 70 procent van de Nederlandse huishoudens heeft op een of andere manier met dit systeem te maken.

Bij de invoering van het systeem in 2006 sprak de toenmalige staatssecretaris Joop Wijn (Belastingen, CDA) in deze krant van een „historische verandering”. De Belastingdienst zou niet alleen meer belasting innen, maar voortaan ook geld uitdelen. „De Belastingdienst wordt de dienst van het inkomen”, zei Wijn. Waarom? Omdat het allemaal efficiënter moest: de politiek wilde concurrentie in de zorgmarkt en het bestaan van inkomensafhankelijke ziekenfondspremies verstoorde die markt. Die verdwenen dan ook. Iedereen moest een, veel duurdere, particuliere zorgverzekering nemen, lagere inkomens zouden vervolgens met een toeslag worden gecompenseerd. De zorgtoeslag was geboren.

Per saldo zou er dus niet zoveel veranderen. Nou ja, de zorg, dacht men toen, zou door concurrentie veel goedkoper worden. En er zou een eind komen aan de wirwar van liefst 79 inkomensafhankelijke regelingen die verschillende instanties verstrekten. Met name het CDA was voorstander van één systeem van toeslagen. „Eén loket, één aanvraagformulier voor huur en zorg en kinderopvang”, zoals toenmalig minister Aart Jan de Geus (Sociale Zaken, CDA) het in 2005 zei.

Vanaf het begin zorgde de revolutionaire uitbreiding van het takenpakket van de Belastingdienst voor problemen, onder meer op het gebied van automatisering. De verwerking van de gigantische toeslagenstroom zette de organisatie onder druk. Om te voorkomen dat mensen zonder geld zouden komen te zitten werd gekozen voor snelle uitbetaling. Of de betaling rechtmatig was gedaan, zou achteraf worden gecontroleerd.

„Het is de omslag van bureaucratisch denken naar vraagdenken”, zei staatssecretaris Wijn destijds trots. „Als het aanbod een geldstroom stuurt, bepaalt de bureaucratie wat er gebeurt. In een geldstroom die uitgaat van de vraag bepaalt de klant. Het toeslagenstelsel legt de macht bij de betaler.”

En bij, zo blijkt nu, de ‘fraudeur’.

De jaarlijkse verdeling van de toeslagen lijkt bijna gemaakt om misbruik te veroorzaken. Bij de invoering van het systeem was al meteen kritiek: de Rekenkamer waarschuwde in 2006 dat de Belastingdienst „potentieel een risicofactor in huis” had. In 2007 kwam de dienst al tot de conclusie dat eenderde van de ontvangers van toeslagen die geheel of gedeeltelijk moesten terugbetalen. Over de toeslagen in 2011 bestaan een jaar later in een kwart van de gevallen nog vraagtekens. Dan gaat het om 1,7 miljoen toewijzingen van toeslagen.

Zijn dat allemaal fraudeurs? Of zitten daar ook brave, maar door de toeslagenwirwar van de wijs geraakte burgers tussen?

De commissie-Van Dijkhuizen, die het Nederlandse belastingstelsel onderzocht, zal volgende maand naar verwachting pleiten voor een vereenvoudigd toeslagensysteem: in plaats van verschillende toeslagen naast elkaar, komt er één toeslag waar huur, zorg en kinderopvang in verwerkt zijn. Een ‘huishoudtoeslag’. Maar zelfs dat is waarschijnlijk niet genoeg om fraude uit te bannen, zegt commissielid Kavelaars. Hij denkt dat er naast snellere controle achteraf ook meer controle vooraf moet plaatsvinden. Bijvoorbeeld door het koppelen van bestanden: inkomensgegevens bij de fiscus en informatie over gezinssamenstelling bij gemeentes. „Extra controleurs verdienen hun salarissen meer dan terug”, verwacht Kavelaars.

Volgens fiscalisten is er voor al dit toeslagenleed ook een elegante oplossing: bouw het toeslagensysteem wat verder af en zorg dat het geld, bijvoorbeeld via de verlaging van de inkomstenbelasting, terugkomt bij de burgers. Daarmee zou deels een eind komen aan het rondpompen van geld. Het zou de ‘Bulgaarse fraude’ ook veel moeilijker maken. Een heldere oplossing, maar politiek gezien ook de meest gevoelige. Niemand wil de geschiedenisboeken in als de politicus die de burger zijn toeslag afpakte.