Oppositie: waar was de regie?

Frans Weekers zag zich geconfronteerd met een zeer kritische oppositie die gezamenlijk optrok. Geregeld stonden acht man te dringen achter vier interruptiemicrofoons. Vragen werden zo nodig door elkaar overgenomen. De bijna gehele oppositie had het overduidelijk gehad met Weekers. Zelfs de genuanceerde Elbert Dijkgraaf (SGP) constateerde al vroeg in het debat dat Weekers de Kamer „onder de maat” had geïnformeerd.

Los van Weekers’ informatievoorziening aan de Kamer, was de oppositie ook zeer kritisch over zijn optreden in de actualiteitenrubriek Brandpunt, eind april. Daar werd voor het eerst de fraude door Bulgaren getoond. Hoe kon hij hierdoor geschokt zijn als hij – zoals hij beweerde – het type fraude al kende? Voor SP’er Farshad Bashir was dat aanleiding te denken dat „de staatssecretaris een jaar lang niet op de hoogte was van het werk van zijn eigen FIOD en Belastingdienst”.

Pieter Omtzigt (CDA), de indiener van de motie van wantrouwen, wilde weten of Weekers de opsporingsdiensten had geïnformeerd over zijn optreden bij Brandpunt. Dat had Weekers niet, maar beelden over de Bulgaarse fraude waren al op YouTube te zien, dus zo geheim was het volgens hem niet. Tot zichtbare opluchting kreeg Weekers even later een briefje aangereikt, waaruit bleek dat een ambtenaar bij Financiën de FIOD had geïnformeerd. Hieruit trok Bram van Ojik (GroenLinks) de conclusie dat hij de regie niet had. „Want hij wist dit niet. Hij krijgt dit nu zojuist te weten via een briefje.”