Oliefirma’s verdacht van prijsmanipulatie

Hebben oliefirma’s de prijzen gemanipuleerd? De EU onderzoekt de zaak, die erg lijkt op een recent bankenschandaal.

Analisten maakten meteen een vergelijking met het Libor-schandaal. Dit keer gaat het niet om rentestanden, maar om de miljardenhandel in olie.

Gisteren maakte de Europese Commissie bekend dat ambtenaren invallen hebben gedaan bij verschillende oliebedrijven. De „onaangekondigde bezoeken” maken deel uit van een onderzoek naar verboden prijsafspraken, zo liet de EU weten.

In het persbericht van de Commissie worden de namen van de bedrijven niet genoemd, maar al snel werd duidelijk dat het in ieder geval gaat om BP, Shell en het Noorse Statoil. BP liet in een communiqué weten „volledig mee te werken aan het onderzoek”, maar gaf verder geen commentaar. Een woordvoerder van Shell meldde aan het persbureau AP dat „bedrijven van Shell de Europese Commissie assisteren bij een onderzoek naar handelsactiviteiten”. Ook het Nederlandse oliebedrijf Argos is onderwerp van onderzoek, zo bevestigde een woordvoerder vanmorgen.

Volgens de EU zijn er aanwijzingen dat de oliebedrijven verkeerde informatie hebben doorgegeven aan een ‘prijsbureau’, om zo de prijs van olieproducten en biobrandstof te manipuleren. Daarbij gaat het, zo is inmiddels duidelijk, om Platts. Het Amerikaanse bedrijf heeft bevestigd dat inspecteurs een bezoek hebben gebracht aan de Londense vestiging.

Platts publiceert prijsindices van verschillende grondstoffen, waaronder olie. Het zogeheten markets-on-close-systeem, ook wel het ‘Platts-window’ genoemd, is een online computersysteem dat de prijzen van olieproducten berekent op basis van van transacties in de markt. De richtprijzen die Platts afgeeft, hebben een grote invloed op de handel in olie, waarin elke dag miljarden omgaan. Zelfs kleine verstoringen, zo meldt de Commissie, kunnen een „enorme impact” hebben op de prijzen.

De analyse van Platts is afhankelijk van de informatie die handelaren en grote oliebedrijven aanleveren.

De EU onderzoekt nu of bedrijven als Shell en BP onjuiste gegevens hebben verstuurd, in een poging om het Platts-window te beïnvloeden. De Commissie vermoedt bovendien dat de bedrijven andere partijen hebben uitgesloten van het prijsvormingsproces. Als dat zo is, dan is er sprake van een overtreding van de mededingingsregels.

De zaak doet enigszins denken aan het Libor-schandaal, waarbij verschillende Londense banken verkeerde informatie doorgaven om de London Interbank Offered Rate te manipuleren, een gemiddelde rente die bepalend is voor de rentestanden. De Europese Commissie benadrukt echter dat het nog gaat om een onderzoek, en dat het nog niet vast staat dat de oliebedrijven hebben gefraudeerd. Als dat echter wel zo is, kunnen de olieconcerns forse boetes verwachten. In 2011 kregen Procter & Gamble, Henkel en Colgate Palmolive 361 miljoen euro boete opgelegd, omdat ze prijsafspraken hadden gemaakt over wasmiddelen.