Nooit zal hij zeggen: ik zat fout

Kantoortypes // Wekelijks doet Japke-d. Bouma verslag van haar ontmoetingen met allerlei typen collega’s Deze week: de Adviseur Weet altijd alles beter. Alles. Het is nog best lastig niet knettergek van hem te worden

Als je zit te glunderen over je nieuwe muziekinstallatie, zegt hij dat er al betere, goedkopere systemen op de markt zijn. Als je dochter eindelijk is ingeloot, zegt hij dat die school onlangs enorm is gedaald op de ranglijst. Als je een slok neemt van je koffie, zegt hij dat de temperatuur van de automaat eigenlijk nét iets te heet is afgesteld.

Maar dat niemand dat doorheeft.

Dit is de Adviseur.

Type weet-alles-beter. Terroriseert het hele kantoor met zijn gelijk. Corrigeert graag. Komt met een oplossing nog voordat er een probleem is. Adviseert de jubilaris tijdens de borrel dat de wijn van het wijngebied ernaast beter is. Heeft de beste loopschoenen en loopt ook het hardst op de personeelsloop. Maar heeft ook de beste rijstijl, de beste tweedehandsauto en de meest economische aanvliegroutes voor alle problemen. Praat voortdurend mee in alle gremia, vooral als niemand daarom gevraagd heeft.

Hem verras je niet.

Misschien kreeg hij altijd net een koekje te weinig van zijn moeder. Of wilde zijn vader nooit met hem voetballen. Of was zijn grote zus altijd net wat slimmer.

Grote geesten ontstaan nooit vanzelf.

Maar blinde geldingsdrang heeft ook zijn voordelen. Hij is de beste sparringpartner die je je kan wensen. Hij liert je op, tot grote hoogten. Als híj in een idee niet meer dan vier gaten weet te schieten, kan je er moeiteloos de boer mee op. Maar hij gooit ook altijd weer dat bommetje – aan het einde van de vergadering als dat moment van gelukzalige overeenstemming met bevrijdend gelach nadert – waardoor iedereen nog anderhalf uur doormoet.

Het is nog best lastig niet knettergek van hem te worden. Met twijfel en emotie heeft hij niet zoveel. Complimenten geven vindt hij lastig. Hij luistert ook niet zo graag, want dan moet het misschien weer anders in zijn hoofd.

Gevleugelde uitdrukking: ‘Was dat nou zo moeilijk?’

Als hij niet wordt uitgedaagd, wordt hij cynisch. Dus zoekt hij voortdurend de confrontatie, moet hij voortdurend geprikkeld worden met nieuwe informatie, dingen, inzichten; en veel discussiëren met argumenten. Maar wie de strijd met hem aangaat, krijgt het zwaar, aangezien hij nooit sorry zal zeggen, nooit zal toegeven dat hij fout zit en het hem nooit genoeg is.

Uiteindelijk gaat hij zélf weg. Als hij zó vaak gelijk gehad heeft dat zijn geloofwaardigheid eronder zou lijden als hij zou blijven. Dan gaat hij naar een compleet andere bedrijfstak of afdeling omdat hij zich wil ontwikkelen in zoveel mogelijk richtingen, zegt hij dan. Of hij gaat promoveren, of begint zijn eigen adviesgroep.

Maar rusteloos blijft hij, altijd. Zijn pantser: zijn feiten. Zijn grote droom: iemand ontmoeten die meer weet dan hij, van die persoon horen dat hij de beste is, en dáár dan weer teleurgesteld over zijn.

Hij is één van de eenzaamste mensen die je kent.