‘Mijn land is gelukkig trots op mij’

Uit een land zonder bioscopen komt een film van een vrouw: Wadjda van de Saoedische regisseur Haifaa al-Mansour. „Klagen helpt niet.”

Haifaa al-Mansour Foto AFP

Een vrouwelijke filmmaker uit een land waar vrouwen zich nauwelijks in het openbaar kunnen manifesteren én waar geen bioscopen zijn. Ze bestaat, Haifaa al-Mansour, en ze heeft een heel mooie film gemaakt over een meisje dat een fiets wil in een land waar dat evenmin vanzelfsprekend is.

Toch is Haifaa Mansour niet uit op confrontatie, zo herhaalt ze keer op keer tijdens een vraaggesprek op het Filmfestival Rotterdam, waar haar film Wadjda een van de hits bij het publiek was. „De film heb ik niet gemaakt om te provoceren of een botsing uit te lokken, maar om mijn stem te laten horen. Ik heb geprobeerd toen ik het script schreef om voorzichtig met gevoelige zaken om te gaan, niet vanuit de confrontatie. Ik wilde juist een film maken die hoop biedt, een film over dromen en vooruitgang. Dat was voor mij belangrijk.”

Hoe is uw film in Saoedi-Arabië ontvangen?

„Er zijn natuurlijk geen bioscopen. Maar na de eerste vertoning in Venetië, is er heel veel en lovend over geschreven in de Saoedische pers – een soort nationale trots over een product dat internationaal de aandacht trok. Bij de eerste vertoning in het Midden-Oosten, in Dubai, kwamen er een heleboel Saoediërs. Op de tv hebben we vaak kostuumdrama, met make-up er dik bovenop en dure huizen, en Saoediërs vinden daar vaak niet veel aan. Mijn film is intiemer, die gaat over het dagelijks leven, en dat verraste hen. Ik was erg blij toen ze na afloop tegen me zeiden (hoog stemmetje): ‘Ah, de film is net zoals het bij ons gaat!’”

Wat deed u in een land zonder bioscoop besluiten om films te gaan maken?

„Ik groeide op in een heel klein stadje in een gezin met twaalf kinderen, ik ben nummer acht. Er was niet veel te doen, dus we keken thuis een hoop films. Niets intellectueels, Disney en zo. Het was een heel beperkte wereld, en de films waren voor mij de mogelijkheid om de wereld te zien. Dat waren de gelukkigste uren van mijn jeugd.

„Ik ging werken bij een oliemaatschappij, een jonge vrouw met ambities, maar ik voelde me niet gewaardeerd. Veel jonge vrouwen worden niet serieus genomen. Ik wilde iets doen wat mij gelukkig maakte. Ik maakte een korte film, en ging ermee naar Abu Dhabi, waar ze een filmcompetitie hebben. De mensen daar waren verbaasd (weer hoog stemmetje): ‘Hé een Saoedische vrouwelijke filmmaker’, en ik zei ‘Nou ja, misschien.’ Ik draag de naam filmmaker met trots. Wat mij hier heeft gebracht is de liefde voor film. Ik probeer niet politiek te zijn, of dapper. Ik wil mijn eigen stem vinden als vrouw.”

Uw ouders moeten u hebben gesteund, want zonder hun steun is het in Saoedi-Arabië bijna onmogelijk voor een vrouw om carrière te maken.

„Absoluut! Mijn vader zei altijd: als je het maar wilt, kan je het, je moet alleen wel hard werken. Toen ik tegen mijn vader zei dat ik filmmaker wilde worden, zei hij, ga je gang. Het is werkelijk belangrijk de steun te hebben van de man die je leven controleert, die we in Saoedi-Arabië voogd noemen.”

Kon uzelf als vrouw de zaken regelen met de autoriteiten?

„Ik huurde een man in om met de autoriteiten te onderhandelen. Ik heb ten eerste geen ervaring, en ten tweede vond ik het belangrijk om de regels na te leven. Maar als kunstenaar heb ik eigenlijk ook niets te maken met de autoriteiten. Ik had te maken met de praktijk. Ik kon bijvoorbeeld de scènes buiten niet zelf filmen om geen botsingen uit te lokken. Want de maatschappij verwacht niet dat een vrouw midden op straat aanwijzingen staat te geven en met mannen werkt. Dat slikt ze niet makkelijk. Ik respecteerde dat: ik volgde mijn acteurs vanaf het scherm en gaf ze aanwijzingen per walkietalkie.”

„Ik had het gevoel dat ik het beter zo kon aanpakken. Het was een teken van respect voor het land. Ik werk binnen het systeem, of het letterlijk is voorgeschreven of niet. Ik vond dat aan het begin moeilijk. Maar naarmate we verder kwamen ging het beter. Het maakte mij een betere regisseur. De situatie in het Midden-Oosten en Saoedi-Arabië is erg moeilijk. Als je alleen maar klaagt over wat niet werkt, gaat niets werken. Je kunt beter uitvinden wat wel werkt. Maar soms raakten we twee uur voor we zouden beginnen te filmen locaties kwijt, omdat de mensen het niet zagen zitten. En dan moesten we racen om een andere locatie te vinden. In sommige buurten werden we weggejaagd. Maar in andere buurten kwamen ze naar ons toe, en gaven ze ons eten, en wilden ze op de foto met de camera. Er verandert veel. Nog maar vijf jaar geleden was het onmogelijk geweest in Saoedi-Arabië te filmen. Alleen al het feit dat we dat nu konden, zegt zoveel over het land.”

Een van de hoofdrolspelers is een schooldirectrice die de regels juist streng bewaakt. Verpersoonlijkt zij de vrouwen die juist van geen verandering willen weten?

„Er zijn vrouwen die waarden willen hooghouden die volgens hen de juiste zijn en de maatschappij op hun manier zuiver willen houden. Maar de directrice is ook een vrouw die verliefd is en bij iedereen over de tong gaat. Ik wilde alleen de werkelijkheid verbeelden. Er zijn inderdaad veel vrouwen die de waarden doorgeven die hun zijn geleerd.”

In uw film overwint ook een van de vrouwen. Symboliseert dat uw optimisme?

„Ja. Maar we moeten zelf ons lot in eigen hand nemen. Er is nu meer ruimte voor vrouwen. Maar de maatschappij is nog steeds conservatief. Er is niet alleen druk op vrouwen door officiële regels, maar ook door de traditionele erecodes binnen de familie. Ik vind dat het meer de moeite waard is deze microregels te overwinnen en pas dan te praten over grote concepten. We moeten ons werkelijk inspannen om die klit van regeltjes te ontwarren die vrouwen eronder houden. Dat is meer effectief. Dat geeft vrouwen elke dag meer vrijheid. Het is aan de vrouwen, ze moeten ervoor vechten. Ze moeten hun dromen najagen, en ze zullen steun vinden.”