Laat het NIOD niet verloren gaan

De gedwongen fusie van het NIOD leidt ertoe dat de actualiteit van de oorlog uit het publieke debat zal verdwijnen, meent Wouter Veraart.

Het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) wil het NIOD, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies, in twee locaties opsplitsen en laten fuseren met andere KNAW-instituten in een op te richten Humanities Centre.

De collecties van het NIOD moeten met andere collecties op het terrein van de geesteswetenschappen worden samengevoegd en het monumentale pand aan de Herengracht wordt opgegeven. Het op te richten Humanities Centre zal primair gericht zijn op het ontdekken van patronen en wetmatigheden in aan elkaar gekoppelde gedigitaliseerde archiefbestanden, een ambitieus project dat de naam digital humanities of e-humanities kreeg. Het NIOD zoals wij dat kennen houdt op te bestaan, en zal binnen het nieuwe Humanities Centre zijn eigen bijzondere missie – het publiekelijk verbreiden en toegankelijk maken van materiaal en kennis over de Tweede Wereldoorlog en andere grootschalige conflicten – naar verwachting niet meer naar behoren kunnen uitvoeren.

Als het KNAW-bestuur zijn zin krijgt, verliest Nederland niet alleen een wetenschappelijk topinstituut, waar vriend en vijand aan verknocht waren. Nederland verliest een alom gerespecteerde en laagdrempelige toegangspoort tot haar eigen oorlogsverleden. In de tumultueuze geschiedenis van dit eigenzinnige instituut hield het de Nederlandse bevolking steeds een spiegel voor. Uit die spiegel kwam een stem die riep: The past is never dead. It isn't even past. In alle stadia van zijn bestaan als instituut slaagde het NIOD erin de oorlog actueel te maken en te houden in het rijkgeschakeerde, soms felle Nederlandse publieke debat.

Onze verhouding tot de oorlog en tot oorlog in het algemeen is zonder het NIOD, dat op 8 mei 1945 als Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) werd opgericht, niet of nauwelijks voor te stellen.

Daarmee heb ik mijn belangrijkste bezwaar tegen de dreigende ondergang van het NIOD als zelfstandig instituut gegeven: het berooft Nederland van de mogelijkheid de oorlog – en via die eigen oorlog ook de vele andere grootschalige conflicten in de wereld, in verleden en heden – als permanente actualiteit ter sprake te kunnen brengen in het publieke debat.

Over de oorlog spreken is helaas niet vanzelfsprekend. We moeten het NIOD diep dankbaar zijn voor de menselijke en dienstbare wijze waarop het dat spreken steeds heeft mogelijk gemaakt en ondersteund; door het leveren van expertise, door zijn veelgeprezen publieksfunctie en het genereus beschikbaar stellen van uniek archiefmateriaal. Het NIOD gaf diepte en nuance aan discussies door op herinneringen aan het verleden te reageren met geduldige reconstructies van hoe het feitelijk was gegaan, zonder patent te hebben op het laatste woord.

Ons land verdient een wetenschappelijk hoogstaand instituut dat zich in dienst stelt van onze omgang met de oorlog; met onze zwartste bladzijden, de Holocaust, en in ruimere zin met genociden en grootschalige geweldsconflicten in de wereld. Ook nieuwe generaties verdienen die toegang tot zo’n onafhankelijke kwaliteitsinstantie die tekst en uitleg kan geven over hun voorouders en hun verleden. Zoals ook weer zichtbaar werd bij de laatste Nationale Herdenking op 4 mei gaat het hier om een diepe behoefte die raakt aan grote thema’s als identiteit en morele integriteit. Een behoefte die met het verstrijken van de tijd alleen maar lijkt te groeien.

Laat deze vrijplaats, dit kwetsbare immateriële erfgoed dat ons land rijk is, niet verloren gaan. Verschraal het publieke debat niet door het NIOD te verdrinken in een groter geheel met andere speerpunten en preoccupaties. Maak onze toegang tot de oorlog niet nodeloos ingewikkeld en omslachtig, maar laat het NIOD zijn unieke missie nog lang vervullen.

Wouter Veraart is vicedecaan en portefeuillehouder onderzoek aan de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam.