Laaghangend fruit is ontoereikend

Wie de zojuist verschenen analyse leest van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Ecofys over het Europese klimaat- en energiebeleid kan maar tot één conclusie komen. De intenties van de EU zijn misschien wel goed, maar het resultaat is visieloos, gericht op de korte termijn, en onvoldoende om de doelstellingen te halen. De ambitie van Europa is om de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met zo’n 80 procent te reduceren. Maar op basis van het huidige beleid zal dat nooit lukken (rapport en samenvatting).

PBL en Ecofys doen aanbevelingen om dat te veranderen. Allereerst zijn concrete afspraken nodig op een kortere termijn dan 2050. Bedrijven hebben behoefte aan duidelijkheid, zodat ze meer zekerheid hebben over hun investeringen. En (dat staat er niet met zoveel woorden, maar daar komt het wel op neer) politici hebben een stok achter de deur nodig omdat ze anders blijven steken in mooie woorden voor de langetermijndoelstellingen, waarop ze niet kunnen worden afgerekend, zonder consequenties voor het huidige beleid:

‘Het ‘laaghangende fruit’ dat met de huidige aanpak wordt gestimuleerd, is vooral gebaseerd op biomassastromen en -toepassingen met weinig potentieel op lange termijn of betreft niet-duurzame biomassa.’

PBL en Ecofys pleiten voor het stimuleren van innovaties, bijvoorbeeld door niet (alleen) een doel te stellen voor hernieuwbare energie in het algemeen, maar ook voor innovatieve koolstofarme technologie. Verder zou binnen het veel geplaagde emissiehandelssysteem een bindende doelstelling moeten worden geformuleerd voor 2030:

‘Als de mondiale emissiereductieopgave naar regio’s wordt toegedeeld op basis van gelijke kosten per eenheid bbp, moeten de emissies in de Europese Unie in 2030 met 45 tot 47 procent worden verminderd om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2 °C. Bij andere verdelingsprincipes kan in de Europese Unie een emissiereductie van circa 40 procent in 2030 volstaan om het 2 °C-doel binnen bereik te houden.’

Maar, concluderen de onderzoekers, doordat de kosten van de emissieprijs gemaakt worden door anderen dan degenen die ervan profiteren, ontbreekt de impuls om (fossiele) energie te besparen. Terwijl dat natuurlijk eigenlijk het hele doel van emissiehandel zou moeten zijn. Zo blijkt bijvoorbeeld het rijgedrag nauwelijks te worden beïnvloed door het feit dat automobilisten via accijnzen omgerekend 200 tot 300 euro per ton CO2 betalen.

Verder, zeggen de onderzoekers, zal de vergaande langetermijndoelstelling alleen gehaald worden vanuit wat zij noemen een ‘dynamisch’ perspectief. Als dat niet gebeurt is over een aantal jaren al het laaghangende fruit wel zo’n beetje geplukt, zonder dat nieuwe boompjes zijn geplant die tegen die tijd vrucht dragen.