‘Klassiek hoeft niet zo plechtig te zijn’

Hij denkt vaak: wat zou Liszt doen? „Het zou er allemaal heus niet zo plechtig aan toe gaan.” Toch praat Soerjadi liever over muziek dan over Disney-beesten.

Wibi Soerjadi Foto Merlijn Doomernik

Hij is de meest succesvolle en meest omstreden pianist van ons land. De vraag: is hij een erfgenaam van de negentiende-eeuwse romantische pianoschool of een verdwaalde dandy die toevallig klassiek piano speelt? Deze week soleert Wibi Soerjadi bij het Residentie Orkest met Chopins Eerste Pianoconcert. Sommige mensen zien hem als een pianist die bij een andere, lichtere scene hoort. Wat vindt hij zelf?

Er bestaat een onderscheid tussen ‘ernste Musik’ en ‘Unterhaltungsmusik’. Zegt u dat iets?

„Ja, maar de grenzen daartussen zijn niet absoluut. Als mensen tegenwoordig een recital van Liszt zouden bijwonen, met al die korte stukken die toen gespeeld werden en al die theatrale grappen, zouden ze het waarschijnlijk als Unterhaltungsmusik beleven. Maar Liszt hoort tegenwoordig in de meest serieuze concertseries. Mensen die mij vooral als een entertainer zien, zitten vast aan het idee dat een concert een plechtige ‘tentoonstelling’ van stukken moet zijn, te beluisteren in een soort heilige stilte. In feite is dat een heel modern idee.”

„Ik strijd tegen een hokjesgeest. In 19e eeuw waren pianisten ook altijd componist. Chopin speelde niets dan zijn eigen werken. En Mozart was een enorme grappenmaker. Liszt een grote dandy. Ik probeer mij diep te identificeren met mensen uit die tijd. Ik vraag me vaak af wat Liszt gedaan zou hebben in deze tijd. Het zou er allemaal heus niet zo plechtig aan toe gaan.”

Waar ligt voor u de grens tussen kunst en kitsch?

„Van kitsch spreek ik als de muziek geen doel op zichzelf is. Neem transcripties waarbij het muzikale thema alleen maar dient tot vertoon van virtuositeit. Dat soort stukken schreef ik vroeger zelf ook, maar daar stap ik steeds meer van af. Tegenwoordig is mijn doel het muzikale thema zo fraai mogelijk te belichten. Dat kan een eenvoudig thema zijn, van de film The Beauty and the Beast of van Star Wars. Ik maak daar een serieuze compositie van. Vergeet niet dat Beethoven zijn Diabelli-variaties ook op een simpel, bijna onnozel thema baseerde.”

Uw lichte imago heeft toch ook veel te maken met frequent nieuws over uw vriendin of uw auto?

„Veel mensen hebben een te beperkt beeld van mij door wat de tv laat zien: altijd dezelfde dingen. Journalisten bij mij thuis vragen meestal weinig over muziek en veel over mijn Disney-poppen. Ik kan niet ontkennen dat ik dat wel eens moeilijk vind.”

U draagt zelf bij aan uw imago...

„Ik ben er niet het type naar om me te verstoppen. Als er een journalist komt, leg ik niet snel een stapel intellectuele boeken op de salontafel. Ik ben altijd een groot Disney-fan geweest en dat mogen mensen weten. Net als dat ik graag paard rij en van mooie auto’s houd. Maar dat betekent niet dat je mij in een hokje kunt stoppen. Het allerliefste praat ik over muziek en over pianospelen. Ook op tv zou ik dat het allerliefste doen.

U leeft en gedraagt zich als een typische ster, wonend in een kasteel, rijdend in een Rolls-Royce. Hoe verhoudt dat zich tot uw muzikale aspiraties?

„Ik heb altijd heel precies geweten wat voor mij de perfecte condities en omgeving zijn om muzikaal optimaal te presteren. Ik rijd nooit zelf naar een concert met het oog op de concentratie. Hoe comfortabeler en rustiger de auto rijdt, hoe beter het gaat, daar ben ik echt van overtuigd. Als ik in een kleine kamer woonde, zou ik die ook precies naar mijn eigen wensen inrichten.

Schort er volgens u iets aan het huidige klassieke muziekleven?

„Klassieke concerten staan tegenwoordig ver af van echte live ervaringen. Pianisten spelen vaak alsof ze een cd aan het opnemen zijn, met weinig risico’s en alsof er geen publiek in de zaal zit. Welke pianist spreekt z’n publiek überhaupt ooit aan? Zoiets wordt zelfs tegengewerkt. Als ik in het Concertgebouw de microfoon wil gebruiken, mag ik twee keer iets zeggen. Wil ik meer zeggen, dan moet ik bijbetalen.”

Probeert u als pianist aansluiting bij de 19e eeuw te vinden?

„Absoluut. Het hokjes-denken zie je ook in het moderne pianospel terug. De partituur wordt tegenwoordig heel letterlijk genomen. Alle noten worden precies gespeeld zoals ze staan genoteerd, heel mechanisch vaak en onvrij. Maar kijk eens naar de generatie van vroege twintigste-eeuwse pianisten, als Josef Hoffmann, Sergej Rachmaninoff en Moritz Rosenthal. Die speelden met een enorme vrijheid. Ze waren niet bezig met de letter maar met de geest van de partituur.”

Hoe benadert u hun stijl?

„Ik studeer heel vaak op mijn Érard-vleugel uit het midden van de 19e eeuw. De oude manier van spelen is onlosmakelijk verbonden met de instrumenten uit die tijd, met een gering toetsgewicht en relatief weinig volume. Daar ga je heel anders van spelen, veel subtieler en lichter. Mijn doel is authenticiteit te verkrijgen door inleving. Ik wil mij helemaal onderdompelen in de oude stijl, en die gebruik ik vervolgens als basis voor een nieuwe stijl op de moderne concertvleugel.”