Indiëweigeraars voor de rechter

Twee hoogbejaarde mannen eisten gisteren herziening van hun proces. Ze kregen 60 jaar geleden celstraf voor dienstweigering in Indië.

Ruim zestig jaar geleden stonden ze ook in de rechtszaal. Jan Maassen en Jan van Luyn werden toen berecht omdat ze eind jaren veertig weigerden als dienstplichtig militair te vechten in Nederlands-Indië. Ze wilden geen Indonesische landgenoten doodschieten. Het verweer werd door de militaire rechters verworpen en de mannen kregen celstraffen van 3,5 en 2,5 jaar.

Gisteren stonden Maassen en Van Luyn opnieuw voor de rechter. Ze zijn inmiddels 84 en 87 jaar. Tegenover vijf raadsheren van de Hoge Raad en de procureur-generaal betoogden ze bij monde van hun advocaat Liesbeth Zegveld dat ze een nieuw proces willen. Als hun militaire rechters destijds zouden hebben geweten welke smerige oorlog Nederlandse militairen eind jaren 40 vochten in Indonesië, zouden de dienstweigeraars waarschijnlijk niet zijn veroordeeld. Daarom vragen ze het hoogste rechtscollege te bepalen dat het militair gerechtshof in Arnhem hun zaak opnieuw behandelt.

Volgens Zegveld hebben de mannen bij hun berechting impliciet een beroep op overmacht gedaan. Maassen had laten weten niet te willen dat zijn „kameraden op weerloze Indonesiërs zouden schieten”. En Van Luyn, die voor zijn berechting drie jaar ondergedoken had gezeten, had gezegd dat hij „niet de wapens kon opnemen tegen het Indonesische volk”. Het ontbrak de weigeraars toen evenwel aan voldoende informatie.

„In het dossier zaten geen stukken over de oorlog in Nederlands-Indië waaruit bleek dat deze oorlog werd veroordeeld door de internationale gemeenschap en dat tijdens deze oorlog fundamentele normen op grote schaal werden geschonden”, betoogt Zegveld. Hadden de mannen wel een onderbouwd verweer kunnen leveren, dan zou de rechter dat volgens haar hebben gehonoreerd.

„Een ieder moet de kans krijgen zich te onttrekken aan gedrag dat leidt tot zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het conflict tussen enerzijds het opvolgen van een militair bevel en anderzijds het verbod om in een onrechtmatige oorlog betrokken te raken en oorlogsmisdrijven te plegen, had de rechter hoogstwaarschijnlijk erkend als overmacht”, meent Zegveld.

Bij de zogeheten politionele acties zijn tussen de 25.000 en 100.000 mensen omgekomen. Onder hen zo’n 5.000 Nederlandse militairen. De oorlog ontstond omdat Nederland na de Tweede Wereldoorlog de onafhankelijkheid van Indonesië niet wilde erkennen. Ongeveer 4.000 Nederlanders weigerden dienst en van hen zijn er 2.600 berecht.

Na afloop toonden beide mannen zich blij met de behandeling van hun verzoek. Indertijd was het proces „lopendebandwerk” vertelde Van Luyn. Eén rechter had hem zelfs ronduit „een vies kereltje” genoemd. Na een paar minuten was de strafzaak voorbij. Gisteren trok de Hoge Raad twintig minuten uit voor hun zaak. De vragen die de raadsheren stelden leken wel aan te geven dat de rechters om formele redenen betwijfelen of ze bevoegd zijn de zaak te behandelen. De president van het college, Leo van Dorst, zei nog niet te weten wanneer ze hun beslissing kenbaar maken.