Column

In de shitstorm

We hebben er hier nog geen woord voor maar ook in Nederland raast de shitstorm, al jaren en in toenemende mate. We hebben ons weleens ongerust gemaakt over onze vrijheid van meningsuiting, en het is waar, er zijn ook in deze democratie autoriteiten die van sommige burgers vinden dat ze ‘te ver gaan’ met hun commentaren. Overigens is beledigen nog altijd strafbaar. Maar wie vindt dat hij in dit opzicht onterecht wordt belemmerd, door wie dan ook, grijpt zijn laptop, verschanst zich achter een schuilnaam en scheldt de schuldige grondig uit. Al die miljoenen die met hun computer toegang tot internet hebben, kunnen het lezen. Sommigen hebben een heel andere mening en die maken ze meteen wereldkundig. Dat wordt weer gelezen door mensen die er nog wat radicaler over denken. Ook die voelen zich onduldbaar uitgedaagd. Zo ontstaat de digitale draaikolk van woede. Het is ook in Nederland tot een normaal nationaal verschijnsel geworden, maar we hebben er nog geen naam voor. In Duitsland wordt het de shitstorm genoemd. Een goed woord. Strontstorm zou je hier eigenlijk moeten zeggen, maar shit is al zo grondig ingeburgerd dat het algemeen begrepen wordt.

Een paar jaar geleden heeft The New York Review of Books er een uitvoerig essay aan gewijd, met de strekking dat wat we vroeger onfatsoen noemden, tot de gewone digitale omgangsvormen is gaan horen. Op 27 maart is in Die Zeit een artikel verschenen, Nehmt es als Erfrischung, waarin de schrijver, Peter Kümmel, betoogt dat de shitstorm niet meer zal gaan liggen en dat er maar één oplossing is: we moeten leren ermee omgaan, ermee te spelen. Overigens is deze storm in Duitsland verder gevorderd dan bij ons. De commercie heeft het verschijnsel in exploitatie genomen. Het Agentschap Caveman biedt een ‘shitstormpakket’ aan. Voor 4999 euro kan de liefhebber 100 commentaren en 150 likes naar de aangegeven adressen sturen. Anonimiteit gegarandeerd.

In de tijd vóór de oppermacht van internet, nauwelijks een kwart eeuw geleden, werd er ook naar hartelust gescholden en beledigd. Toen hadden we de brieven van lezers in de gedrukte media. ‘Met stijgende verontwaardiging heb ik gelezen…’ ‘Heeft onze premier er nooit van gehoord dat…’ En ook toen had je de anonieme brieven met bedreigingen, maar geen controversiële politici met een permanente lijfwacht. Onze samenleving is de afgelopen decennia principieel veranderd, maar niet alleen door internet. Het systeem van de nieuwe digitale beschaving (als je het zo wilt noemen) is eerder het sluitstuk van de diep ingrijpende ontwikkelingen die omstreeks het einde van de Koude Oorlog zijn begonnen.

Aan het begin van deze eeuw werd het duidelijk dat het traditionele politieke bestel zijn geloofwaardigheid had verloren. Maar een doelmatige vervanging is daarvoor niet in de plaats gekomen. Daarbij komt dat we sinds een jaar of zes in een verder om zich heen grijpende economische crisis leven, internationaal. Geen deskundige weet een overtuigende oplossing zoals iedere dag bewezen wordt. De politieke impasse gaat samen met de economische uitzichtloosheid. Het effect is cumulatief. Daar komt dan nog bij dat de buitenlandse politiek van het Westen in het slop is geraakt zoals door twee niet gewonnen oorlogen en twee jaar burgeroorlog in Syrië wordt aangetoond. De NAVO is allang niet meer het machtigste bondgenootschap ter wereld.

En daar zit de burger thuis achter zijn laptop. Misschien heeft hij zijn baan verloren, is zijn huur verhoogd, zijn pensioen verminderd. Lang heeft hij in de veronderstelling geleefd dat de welvaartstaat, de economie en de politiek hem niet in de steek zouden laten. Nu ervaart hij het tegendeel. Maar op wie moet hij zijn woede koelen? Voor de deelnemers aan de shitstorm maakt dat niet zoveel verschil meer. De zakkenvullers hebben het gedaan. De plucheklevers. Het Haagse schorem. De linkse elite. Redacties van veel bezochte websites manen hun boze bezoekers, het een beetje beleefder aan te pakken. Helpt dat niet, dan staat er: ‘Verwijderd door de redactie,’ of ‘Weggejorist’.

De shitstorm heeft de allure van een digitale klassenstrijd gekregen. Voorlopig met dit verschil dat de shitstorm geen grondslag voor machtsvorming is. Hoe komt dat? Misschien doordat hartgrondig en oeverloos schelden zijn eigen lustbeleving veroorzaakt. Dat is al eerder vastgesteld, door Menno ter Braak die het weer ontleend heeft aan Max Scheler. De grondeloos ontevredene die recht heeft op alles maar weinig of niets krijgt, gaat zijn wrok koesteren. Dat is zijn laatste armzalige redding.

Zo komen we tot een paradoxale conclusie. De woedende internetter wordt geen lid van een partij, gaat niet naar demonstraties, hij blijft digitaal schelden. Op die manier draagt internet bij tot het bewaren van de openbare orde.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.