‘Ik eet geen boterham minder’

Een eenzame werkloze in de jaren 80. Foto Nationaal Fotopersbureau

Mariëtta Goossens (58) behoorde in de jaren 80 tot de no future-generatie: jong, werkloos maar actiegericht. Ze woonde als twintiger in een kraakpand aan de Amsterdamse Singel, zat lang in de bijstand maar vond begin jaren 90 toch werk in haar vakgebied. Sinds twee jaar is ze opnieuw werkloos. „Het verbaast me enorm dat niemand meer in actie komt. Als er nu massale protesten zouden worden georganiseerd sluit ik mij weer aan, net als in de jaren 80. Maar de basis van waaruit je toen dacht grote verandering teweeg te kunnen brengen ontbreekt. Alles deed je samen: wonen, eten, protesten organiseren. Nu is het allemaal individualistischer geworden. Mensen proberen op hun eigen manier een draai te geven aan hun werkloosheid. Ik zie veel mensen van mijn leeftijd hun baan verliezen om vervolgens vol goede moed als zzp’er te beginnen. Tot ze er achter komen dat de opdrachten uitblijven. De laatste maanden zie ik wel een omslag, dat mensen de hoop verliezen. Maar ze vinden nu minder makkelijk gelijkgestemden dan vroeger. Toen had je allerlei sociale verbanden, de antikernenergiebeweging, de kraakbeweging. Maar nu voelt zelfs de sportclub niet meer als een collectief. Als de service je niet aanstaat zoek je toch een andere aanbieder? Die mentaliteit zet niet aan tot gemeenschappelijk protest. Toch denk ik ook dat de nood niet hoog genoeg is. Want ik ben weliswaar werkloos maar ik eet er geen boterham minder om. Ik heb nu nog een jaar WW en een partner met een inkomen. Dat is iets om op terug te vallen. Maar het is geen vetpot. Als het moet annexeer ik het nabijgelegen plantsoentje en begin ik met de buren een moestuin. Net als in de jaren 80.”