Iedereen is verdacht na de bom in Reyhanli

Wie pleegde de aanslagen aan de Turkse grens met Syrië? Bewoners geloven de Turkse regering niet, die de Syrische regering de schuld geeft.

Bewoners van Reyhanli staan in een gebouw dat werd verwoest door de aanslag van zaterdag. Foto AFP

Voorbij de geknakte pilaren van de winkelpuien, voorbij de zwartgeblakerde appartementen en de krater in de weg met het politielint ervoor, net onderaan het heuveltje, ligt Hotel Kent. Hier liepen de gewonde strijders uit Syrië de afgelopen twee jaar in en uit. Een pleisterplaats voor rebellen en vluchtelingen op zoek naar medische verzorging.

Het hotel is nu leeg, daags na de dubbele autobom voor het gemeentehuis en het postkantoor van Reyhanli. Buiten klinkt het gerinkel van glas dat met scheppen tegelijk door de gemeenteophaaldienst wordt geruimd. Tussen de puinhopen lopen Turken met verband om hun hoofd, arm en benen. Het zijn nu de Turken die elkaar verhalen vertellen over explosies, de tientallen doden en honderden gewonden. Syriërs zijn in het centrum van Reyhanli nergens meer te bekennen. Behalve Teser Fares, die stil in de hoek van de kliniek naar zijn tenen zit te staren.

„Wij zijn schuldig aan de dood van al die mensen”, zegt hij. „Wij zijn de oorzaak.” Fares komt uit Hamma, een stad die als geen andere plek in Syrië de toorn van vader en zoon Assad leerde kennen. Zijn vrouw en kind zijn daar nog. Ze kunnen beter niet naar Turkije komen, vindt hij. Niet nu.

Direct na de bomaanslagen gingen Turkse jongeren de straat op om het vertrek van de Syrische vluchtelingen te eisen. Winkeltjes die worden gerund door vluchtelingen kregen stenen door de ruit. Hun auto’s werden vernield. De meesten blijven nu binnen. Of verlaten de stad voor omliggende dorpen tot de boel kalmeert. Maandagnacht vertrokken tientallen in gemeentebussen. Bij de gesloten grensovergang Cilvegözü staan deze middag honderden in de rij te wachten tot de grens weer opengaat.

Zolang de aanslagen niet zijn opgeëist, is iedereen verdacht. De Turkse regering wees vanaf het eerste uur na het afgaan van de bommen naar de Syrische geheime dienst. Volgens Teser Fares is dat niet zo’n gekke theorie. „De aanslagen zijn gepleegd in de stijl van de [Syrische geheime dienst] Mukhabarat. Een eerste bom jaagt iedereen in paniek de andere kant van de straat op. En dan een tweede bom om het karwei te klaren.” Teser Fares wil die theorie ook geloven. Hij verleent hand- en spandiensten aan het Vrije Syrische Leger. Hij is een koerier van de rebellen die hier al twee jaar onderdak vinden.

De arrestaties van de politie moeten bewijzen dat de verdachten worden gezocht in de hoek van Assad-getrouwen. De meeste van de dertien verdachten zijn lid van extreemlinkse Turkse terreurgroepen die worden verdacht van banden met de regering in Damascus. Zoals de DHKPC, die tijdens de Koude Oorlog banden onderhield met de Assad-familie. De afgelopen jaren richtte de groepering zich uitdrukkelijk tegen westerse doelen, zoals de Amerikaanse ambassade in Ankara waar eerder dit jaar twee doden vielen bij een aanslag. Leden van deze groep bedreigden eerder in deze krant de Nederlandse soldaten die de Patriot-raketten langs de Turkse grens bemannen. De DHKPC eist aanslagen altijd op. Maar nu niet.

In Reyhanli geloven weinig bewoners de staat. De waarheid wordt verdoezeld, denken ze hier. In werkelijkheid zou het dodental van de dubbele aanslagen veel hoger zijn dan de 51 doden die volgens de regering vielen. „Als je alleen al het aantal begrafenissen telt, moeten er meer dan honderd doden zijn”, zegt Gökhan die als veiligheidsbeambte aan de grens werkt en alleen zijn voornaam wil geven. De meeste bewoners in het stadje spreken over meer dan 170 doden. Alleen de staatstelevisie wordt toegelaten in ziekenhuizen. Particuliere nieuwsagentschappen klagen al dagen over censuur.

Een hoger dodental verzwakt de positie van de Turkse regering die actief de opstand in Syrië steunt, met geld en naar verluidt ook wapens. De grensbewoners hebben zich altijd ongemakkelijk gevoeld bij die steun. „In het eerste uur na de aanslag legde de minister van Buitenlandse Zaken de schuld al bij de Syrische veiligheidsdienst, het Koerdische vredesproces en de communisten”, zegt de woordvoerder van de plaatselijke Kamer van Koophandel. „Ze proberen de schuld van zich af te schuiven. Feit is dat de regering niets heeft bijgedragen aan de vrede van de mensen in [de grensprovincie] Hatay.”

„De grens is zo lek als een mandje. Er is geen enkele controle. We hadden dit allemaal kunnen voorzien”, zegt Murat Seker, die met een groot verband om zijn bloedende hoofd langs de puinhopen slentert. Zijn huis werd beschadigd bij de eerste bom. Zijn koffiehuis werd vernietigd bij de tweede. Duizend kilo van het explosieve C4 zat er in elk van de twee minibussen die in Reyhanli ontploften. „Ik geloof niet dat de Syrische staat dit zou doen. Dit is iemand die onze stad in chaos wil storten.” Reyhanli telde 60.000 inwoners voor de start van de oorlog aan de andere kant van de grens. Door alle vluchtelingen wonen er nu 140.000. Seker schudt zijn hoofd. „We zijn allemaal moslims. We moeten elkaar helpen.’’