Geef ons maar een goede crisis

Ze zijn niet meer zo carrièremonomaan als vroeger Maar een klant verrassen, geeft ze nog altijd een kick De consultant beslist niet, maar beïnvloedt wel

Ze rijden in dikke Audi’s en BMW’s, ze hebben minimaal een universitaire studie afgerond, ze verdienen fors, ze werken keihard, ze zijn aantrekkelijk en charmant, ze denken snel, ze hebben overtuigingskracht, ze zijn gek op cijfertjes en het zijn geboren analytici.

Beroep: de externe consultant.

Sector: zakelijke dienstverlening.

Kerntaak: bedrijven adviseren.

Het is een wereld die gedomineerd wordt door termen als go to market plan, factbase analyse, concurrentielandschap, impact creëren, storylining, output produceren en turn-around strategieën. En de crisis wordt gezien als een ‘game-changer’.

De consultants zijn de brandweermannen van de zakelijke wereld. Ze worden ingevlogen als een afdeling onvoldoende functioneert, als een softwaresysteem niet werkt, als een bedrijf moet worden geherstructureerd, als een nieuw product in de markt wordt gezet of als er een oplossing moet komen voor een conflict.

De projecten zijn vaak prestigieus, het advies van de consultant kan grote gevolgen hebben voor de klant. Ze praten met de top van multinationals, ze vergaderen in chique boardrooms, ze dineren in de beste restaurants en ze krijgen toegang tot bedrijfsgevoelige informatie. Regel één: praat nooit over klanten, ook niet tegen collega’s. Het werk heeft iets van een black box. Consultants zijn adviseurs achter de schermen, onzichtbaar voor de buitenwereld.

Hoe is het vak de afgelopen jaren veranderd? Wat onderscheidt de jonge generatie consultants van de klassieke consultant? En hoeveel invloed hebben ze? Een profiel van de problem solvers van het bedrijfsleven.

Geen plannetjes meer

Zijn consultants de stille machthebbers in het bedrijfsleven? „We hebben veel invloed. Maar we staan aan de zijlijn, we nemen uiteindelijk niet de beslissing”, zegt Ivan Roth (29), consultant bij BearingPoint. Consultants praten mee over beslissingen, geven advies, schrijven rapporten, maar hebben niet de eindverantwoordelijkheid, weet ook de ervaren consultant Eric de Groot (48), senior partner bij BoerCroon. „Daar ben je consultant voor: de consigliere beslist niet, maar beïnvloedt.”

De advieswereld is ingrijpend veranderd. Het beroep werd groot in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Consultants schreven uitgebreide adviesrapporten voor hun klanten en deden veel marktonderzoek. De nadruk lag in die tijd op het overbrengen van kennis. Maar door internet kwam veel informatie vrij, bedrijven beschikten opeens zelf over data en konden steeds meer zelf. De consultant moest zichzelf herontdekken: van een analyticus werd hij in de loop der jaren steeds meer een doener. De traditionele adviesrapporten raken op hun retour. „Nu gaat het veel meer om het realiseren van projecten. Geen plannetjes hoe het moet, maar samen met de klant daadwerkelijk iets opzetten”, zegt Roth.

Het is een trend die breed leeft in de advieswereld, zegt De Groot (48). „In plaats van een leverancier zijn we veel meer de partner geworden van klanten. We werken bij projecten steeds vaker samen, ook met een financieel risico voor onszelf.”

De Groot zit in het hoofdkantoor van BoerCroon op de Zuidas in Amsterdam tegenover zijn jonge collega Thomas von der Fuhr (26). De nieuwe manier van consultancy bevalt Von der Fuhr. „Het gaat van uurtje factuurtje naar samen business creëren en daar samen de opbrengsten van delen. Je bent op die manier relevanter. Je bindt jezelf aan een klant, het blijft niet bij een rapport dat in de kast belandt en waar nooit meer iets mee gebeurt. Het is het nieuwe type consultant.”

Consultants moeten zich vaak verdedigen tegen vooroordelen over hun beroep. Ze zouden in korte tijd carrière maken, snel veel geld verdienen, eindeloos veel powerpointpresentaties geven en soms hun ellebogen gebruiken.

Maar volgens de geïnterviewde consultants kloppen de clichés niet. „In korte tijd veel geld verdienen is voor mij totaal niet belangrijk”, zegt Thomas von der Fuhr. Ook de vier andere jonge consultants die we spraken zeggen dat geld niet de primaire reden is dat zij voor dit vak kozen. De afwisseling van het werk, ervaring opdoen bij verschillende bedrijven, in korte tijd veel leren en onder druk complexe problemen analyseren en oplossen zijn de meest gehoorde argumenten. „Als je veel geld wil verdienen, kan je beter in de private equity of investment banking gaan werken”, zegt Emily Jeffries-Boezeman (30), consultant bij McKinsey.

Ook dat flamboyante imago valt in de werkelijkheid wel mee. Von der Fuhr heeft een Peugeot 207 en Simone de Visser-Wiggers (34), van Simmons & Simmons, rijdt privé in een Fiat Panda. „Ik vind eerder dat consultants een bescheiden levensstijl hebben”, zegt Jeffries-Boezeman. En van ellebogenwerk is absoluut geen sprake, zeggen de adviseurs. Jeffries-Boezeman: „Bij McKinsey is juist een enorme cultuur van elkaar helpen en sterker maken.”

De crisis is fantastisch

De advieswereld heeft het zwaar door de crisis. De omzetdaling voor de gehele adviesbranche was in 2010 liefst 15 procent. Klanten kijken kritisch naar de kosten voor externe adviseurs. Ook BoerCroon heeft minder opdrachten, mede daarom zoeken zij naar andere samenwerkingsverbanden. Consultancybureaus worden gedwongen nieuwe verdienmodellen uit te proberen. Is de crisis om die reden misschien juist goed voor het vak? De Groot: „Het is fantastisch, want je moet naar creatievere oplossingen zoeken. Crisis zorgt voor urgentie. Ik zeg altijd: geef mij maar een goede crisis. Hard en diep. Als hij geleidelijk gaat, dan blijft iedereen stil zitten.”

Advocaat Simone de Visser-Wiggers heeft het druk door de crisis. Zij adviseert banken en financiële instellingen op het gebied van financieel toezichtrecht. Haar vakgebied staat enorm in de belangstelling. Adviseurs met haar specialisme zijn in deze tijden goud waard. De Visser-Wiggers: „De omloopsnelheid van nieuwe regels is nog nooit zo hoog geweest. Cliënten kunnen het bijna niet bijhouden. Over het werk wat ik doe, staat bijna iedere dag wat in de krant.” Ze deed onder meer advieswerk voor Lehman Brothers, Bank of America, Deutsche Bank en Royal Bank of Scotland. Haar uurtarief ligt rond de 400 euro. „Het is specialistisch advies, het moet altijd snel, dat kost gewoon geld.”

Geen mannenbolwerk meer

De jonge generatie consultants verschilt op verschillende punten van de oudere, zegt Merel Venneman (36), partner bij adviesbureau The Boston Consulting Group en betrokken bij de selectie van nieuw personeel. De diversiteit is nu groter. „Vroeger was het best wel een mannenbolwerk: het waren veelal blanke mannen met een technische achtergrond.” Nu zijn er ook veel vrouwen die consultant worden en zijn er meer mensen met verschillende studieachtergronden. En: „De jonge generatie is veeleisender op het gebied van persoonlijke ontwikkeling, ze willen buitenlandse ervaring opdoen en trainingen volgen.”

Belangrijkste verschil met vroeger is dat er in de consultancy veel meer aandacht is voor de work-life balance, zegt Venneman. De consultancy is traditioneel een sector voor doordouwers, werkweken van 60 tot 70 uur komen veel voor. Maar dat is aan het veranderen: telde je vroeger niet mee als je niet minimaal twee nachten had doorgewerkt, nu wordt er goed gekeken hoe een loopbaan binnen de rest van het leven past. Venneman: „Er is minder carrièremonomanie dan vroeger.”

De jonge consultants zeggen alle vijf dat ze werk en privé goed kunnen combineren. Alleen Simone de Visser-Wiggers werkt erg veel: 50 tot 70 uur per week, ook in de weekenden. Dat komt deels doordat ze in een traject zit om partner te worden bij Simmons & Simmons en er daarom meer van haar verwacht wordt. „Als je er wilt komen, zeker in deze tijd, is dat wat het kost.” De Visser-Wiggers heeft wel een goede balans, zegt ze. Ze heeft een dochtertje van tien maanden, ze probeert elke dag om zes uur naar huis te gaan. „Maar ik zet ook iedere avond mijn laptop weer aan.”

Bij BoerCroon is veel aandacht voor de balans tussen werk en privéleven. De Groot: „Er wordt bijgestuurd als mensen té veel werken: dat is niet goed, dan zit er vast iemand thuis te klagen. Ons vak doe je met je persoonlijkheid. Als je niet goed in je vel zit, lever je geen goed werk.” Het is een beroep waarin ontzettend veel echtscheidingen voorkomen, merkt De Groot in zijn omgeving. Zelf werkt hij tussen de „veertig en tachtig uur per week”. Hij weet de balans tussen werk en privé moeilijk te vinden, erkent hij. „Het werk is verslavend. Het vraagt veel van je, fysiek en mentaal. Ik sta ‘always on’, via mijn iPad of iPhone. Ik ben eigenlijk nooit echt op vakantie. Het is best een pittig beroep, tot mijn 65ste doorknallen lukt mij niet.”

Wat maakt het werk voor hem zo verslavend? „Samen resultaten behalen met de klant, dat is de ultieme kick. Altijd voor een tien willen gaan zit in dit vak”, zegt hij. „Dat hoort bij het menstype consultant.” De insecure overachievers noemt hij ze: mensen die door onzekerheid extra goed willen presteren. Zijn jonge collega Von der Fuhr: „Je wilt de klant blijven verrassen.” Hier spreekt de ware consultant.