Familiegraf van theaterman vergaat langzaam

Het mausoleum van Oscar Carré, de stichter van Nederlands eerste amusementstheater, is aan renovatie toe. Maar nazaten om dat te bekostigen zijn er niet.

Scheuren in het smoezelig geworden zandsteen, houtrot in de kozijnen van de vensters, roest in het metalen hekwerk en grondwater dat het pleisterwerk in de grafkelder doet afbladderen en ook de grafkisten dreigt aan te tasten – het staat er niet best voor met het mausoleum van Oscar Carré op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied. In totaal zou de restauratie van dit rijksmonument zo’n 75.000 euro kosten. Maar er zijn geen nazaten meer die deze kosten kunnen dragen. Een subsidieverzoek van de huidige eigenaar, de begraafplaats zelf, is afgewezen. En nu zal de redding van het publiek moeten komen.

„Het wordt tijd voor actie”, zegt de historica Mariëtte Wolf, die eind vorig jaar de 125-jarige geschiedenis van het Amsterdamse theater Carré vastlegde in het boek Een plek om lief te hebben. „Het is een prachtig gebouwtje, dat bovendien herinnert aan een familie die heel veel heeft betekend voor de Nederlandse theaterhistorie. Door het onderzoek dat ik voor mijn boek verrichtte, ben ik van die familie gaan houden.”

Oscar Carré, de circusvorst die de stichter was van Nederlands eerste amusementstheater, liet het neoclassicistische grafmonument zelf bouwen, in 1891. Het was bestemd voor zijn betreurde echtgenote Amalia, die bij een treinongeluk om het leven was gekomen. De opdracht ging naar de architecten Jan van Rossem en Willem Vuijk die ook de ontwerpers waren van het theatergebouw aan de Amstel.

Onder hun leiding verrees een bouwwerkje van leisteen dat danig deed denken aan de klassieke Augustijnse tempel Maison Carrée, die tot op de dag van vandaag te vinden is in de Franse stad Nîmes. Intussen groeide het mausoleum voor Amalia Carré spoedig uit tot een familiegraf. In de loop der jaren kwamen er steeds meer kisten bij, voor de twee volgende vrouwen met wie Carré trouwde, en voor zes van hun kinderen van wie er drie levenloos ter wereld kwamen. Hun kistjes zijn de kleinste.

Toen ten slotte ook Oscar Carré zelf werd begraven, moest er zelfs een extra verdieping bovenop worden gezet. Honderden aanwezigen bewezen hem de laatste eer, berichtte de krant Het nieuws van den dag: „Nadat de fraaie, met beeldhouwwerk getooide kist de trappen opgedragen en geplaatst was, werden nog meer bloemen en kransen aangevoerd, zodat weldra de gehele trap en het bordes van het grafgebouwtje eronder bedolven waren.”

In de daaropvolgende honderd jaar is het mausoleum langzaam maar zeker in verval geraakt. Zo onthulde Henk van der Meyden in 1987 in De Telegraaf dat het graf „bijna een ruïne” was geworden: „Het dreigt, als er niet snel ingegrepen wordt, in te storten, zeggen deskundigen.” En verder: „Oscar Carré heeft zijn familiegraf als theaterman niet laten bouwen om te laten vergaan, maar om te laten schitteren zoals zijn theater Carré. Het was zijn laatste decor, dat moet blijven bestaan.”

Vervolgens kwam er een inzamelingsactie op gang die enkele reparatiewerkzaamheden mogelijk maakte. „Voor het oog is er toen het een en ander hersteld”, zegt Mariëtte Wolf. „Maar vooral met de fundering is er nog steeds van alles loos.”

Samen met de actrice Herma Hartjes, die een solovoorstelling over Amalia Carré-Salamonsky speelt, organiseert zij volgende week twee benefietavonden – één in theater Carré en één in de aula van Zorgvlied, die de geschiedenis van het theater en de Carré-familie vertellen. De tweede dag is de sterfdag van de eerste mevrouw Carré. De opbrengst van de avonden gaat naar de Stichting Mausoleum Oscar Carré, die anderhalf jaar geleden werd opgericht door Zorgvlied, maar nog geen substantiële giften heeft ontvangen – ondanks enige oproepen op Facebook.

Hartjes en Wolf hebben niet de illusie, zeggen ze, dat hun optreden genoeg geld zal opleveren om de restauratie mogelijk te maken. „Maar er moet wel meer reuring komen. Wat ons betreft is dit het startschot voor een actievere fondsenwerving. Het graf moet behouden blijven.”

Benefietavonden op 21 en 22 mei. Inl. stichtingmoc.nl