Elke keer weer op zo’n handelsmissie

Nederlanders gaan de hele tijd op handelsmissie, buitenlandse zakenlui komen ook hier langs. Maar wat het concreet oplevert weten de Libanezen niet.

„Partijen samenbrengen, vooral autohandelaren, maar ik doe eigenlijk alles.” Zoltan Santa – Hongaarse naam, Nederlandse tongval, zakenman boven alles – noemt zichzelf een makelaar voor bedrijven. Santa zorgt er bijvoorbeeld voor dat 40 S-Klasse Mercedessen van de dealer in het ene land naar die in het andere land gaan. Hij regelt de korting, de verscheping, dat soort werk.

Diep in de Wassenaarse bossen op de residentie van de Libanese ambassadeur netwerkt Santa enthousiast met de vijftig genodigden van de zogeheten meet & greet tussen Libanese en Nederlandse bedrijven. „Even die jongens spreken, die ken ik.” Hij snelt weg. Iets later praat hij buiten in het Engels met de Libanese directeur van een zuivelbedrijf. „Wat heb je nodig uit Nederland? Zeg maar. Ik kan jullie samenbrengen.” Santa mag graag handelsmissies bezoeken, „geregeld” loopt hij ze af op zoek naar nieuwe deals.

Nederlandse bedrijven gaan voortdurend op handelsmissie naar het buitenland, niemand die kan zeggen hoe vaak. De missie van vijftig bedrijven en minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel, PvdA) naar China vorige week zou 300 miljoen euro aan contracten hebben opgeleverd, een eveneens oncontroleerbaar bedrag. Net zoals Nederlandse bedrijven constant op missie gaan, komen buitenlandse bedrijven uit alle windstreken deze kant op. „Iedere maand heb ik twee of drie missies. Ik reis de hele wereld over. Ik tel niet de landen waar ik ben geweest, maar waar ik nog niet ben geweest”, vertelt Nabil Itani. Hij is voorzitter van IDAL, het bureau van de Libanese regering dat investeerders moet lokken. In mei en juni staan voor hem naast Nederland ook Oman, Dubai, Frankrijk en Rusland op de agenda. Hij is typisch zo’n professionele missieman.

De vijfdaagse handelsmissie naar Nederland is georganiseerd door de Nederlandse Ambassade in Beiroet, de Lebanese Dutch Business Association en het private Nederlands Centrum voor Handelsbevordering. De bedoeling is de handel tussen beide landen te bevorderen. Vorig jaar exporteerden Nederlandse bedrijven voor zo’n 470 miljoen naar Libanon en kwam omgekeerd 21 miljoen aan import terug.

De vijftien ingevlogen topmannen van Libanese bedrijven zijn nogal divers: van activiteiten in de bouw en scheepvaart, tot de import van alcohol en kleding. Tot de Nederlandse aanwezigen behoren onder meer KPMG, IKEA, Royal Haskoning DHV en Zijerveld Cheese Unlimited.

„Ik probeer kaas, heel veel kaas te verkopen”, zegt een Nederlandse zakenman op de veranda tegen wie het maar wil horen. Mohammed El Haij staat ernaast een sigaar te roken en kijkt uit over de grote, groene tuin van de ambassadeur. Twee eenden zitten op het gras. Kelners in tropensmoking (wit jasje en overhemd, zwarte vlinderdas en pantalon) lopen rond met volle dienbladen en ingewikkelde hors d’oeuvres.

El Haij is directeur van de Moustache Group: een bedrijf dat handelt in „klassieke casual kleding en innovatieve accessoires”. Zijn bedrijf heeft driehonderd werknemers in dienst – maar toch is het een echt familiebedrijf. Mohammed is directeur, maar de Moustache Group wordt ook gerund door Nabil El Haij, Ali El Haij, Bilal El Haij, Ahmed El Haij en Wissam El Haij. Hoofdvestiging: El Haij Building in Beiroet.

De zakenman is een fan van Nederland, hij komt er sinds ’95. „Goed zakendoen”, vindt hij. „Het is hier gebaseerd op vertrouwen.” Moustache is al de exclusieve importeur van het Nederlandse mannenmodemerk No Excess en El Haij hoopt deze week een nieuw bedrijf te vinden om thuis als agent voor op te treden. Net zoals andere aanwezigen zegt hij dat de situatie in Syrië geen probleem is voor handel in en met Libanon. „Onrust zijn we wel gewend. Wij gaan gewoon door.”

Twee zakenmannen lijken elkaar zowaar te vinden. Directeur Muhieddine Doughan van het Libanese landbouwbedrijf ACTC staat te praten met directeur Hesham Farid, een Egyptische Nederlander. Farid woont 33 jaar in Nederland en zijn Ecoline uit Rijswijk maakt producten die als alternatief voor chemische bestrijdingsmiddelen dienen. „Wij zorgen voor gezonde kropsla op tafel”, vat hij samen. Misschien gaan Doughan en hij zakendoen. „Hij wilde even weten wat wij voor hun klanten kunnen betekenen en vroeg naar de prijs.”

Al met al zijn de effecten van de missie moeilijk te meten, zegt Tunesiër Tarak Ouerghi die als handelsattaché voor de Nederlandse ambassade in Beiroet werkt. Het gaat, zo zegt hij, niet om daadwerkelijk deals te sluiten. Het gaat om relaties ontwikkelen. „In 2008 hadden we een vergelijkbaar matchmaking-evenement in Amsterdam en dat levert nu pas deals op. Zoiets moet incuberen.”