De professoren willen liever niet samenwonen

Het NIOD moet verhuizen en voelt zich geschoffeerd door de Akademie van Wetenschappen. Of is die reactie „te dramatisch”?

Ophef onder professoren. Al meer dan een jaar praat de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) over de samenvoeging van haar onderzoeksinstituten die actief zijn in de geesteswetenschappen. Maar gisteren kwam naar buiten dat er vergaande verchillen van mening bestaan over hoe dit Humanities Centre eruit moet gaan zien. Het is de bedoeling van de KNAW dat alle collecties worden ondergebracht in het pand van het Instituut voor Internationale Sociale Geschiedenis (IISG) in het oostelijk havengebied in Amsterdam, terwijl de wetenschappers op een locatie centraal in de stad komen.

Vooral het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies heeft grote problemen met de plannen zoals die vorige week door het bestuur van de KNAW zijn vastgesteld, zegt directeur Marjan Schwegman. „Aan de bezwaren die we het afgelopen jaar intern hebben geuit, is geen enkel gehoor gegeven. De opsplitsing van het NIOD in een collectiedeel en een onderzoeksdeel, zoals de KNAW voorstelt, is voor ons niet acceptabel. Daarom zoeken we nu de openbaarheid.”

Volgens Schwegman is het NIOD anders dan de andere instituten die bij het project betrokken zijn, zoals het IISG, het Meertens Instituut en het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. „Wij hebben een belangrijke publieksfunctie. Dat betekent dat je andere dingen doet met je collectie dan deze andere instituten. Het NIOD heeft een portaalfunctie voor mensen die geïnteresseerd zijn in de Tweede Wereldoorlog en de studie naar de Holocaust en andere genocides. Een eigen gang in een gebouw dat je met velen deelt, is niet hetzelfde als een eigen identiteit.”

Theo Mulder, directeur instituten bij de KNAW, noemt het protest van het NIOD „wat te dramatisch”. „Maar goed, ze zitten in een mooi pand aan de Herengracht. Ik begrijp best wel dat ze niet willen verhuizen. Toch moet het. Het bestuur van de KNAW heeft een lijn getrokken, en het is uiteindelijk het bestuur dat hierover beslist. Niet de directeuren van de afzonderlijke instituten.”

Schwegman reageert not amused: „Wij verzetten ons niet omdat we conservatief zijn of omdat we zo graag op die mooie plek in de binnenstad willen blijven. Het NIOD is een instituut met relatief veel jonge onderzoekers, onder wie veel vrouwen. En we hebben veel internationale partners. Het is een karikatuur om ons als behoudzuchtig neer te zetten.”

Ook het Leidse Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) ziet de verhuizing niet zitten. Volgens directeur Gert Oostindie past zijn instituut veel beter in Leiden „omdat hier op de universiteit veel voor ons relevante wetenschappelijk expertise aanwezig is en wij op onze beurt de universiteit versterken”.

Oostindie heeft goede hoop dat hij de KNAW kan overtuigen van het feit dat het KITLV het beste in Leiden kan blijven. „De universiteit wil ons hier graag houden, en de KNAW heeft aangegeven tot gesprekken hierover bereid te zijn. Dat zeggen ze niet voor niets, lijkt mij zo.”

Mulder van de KNAW bevestigt dat de gesprekken de komende tijd doorgaan. Hij blijft wel achter zijn plan staan. „We willen vernieuwen, ondanks dat er zwaar wordt bezuinigd. Dat kan alleen op deze manier. We trekken vijf miljoen euro uit om het pand van het IISG te verbouwen en moderniseren voor de komst van de collecties van de andere instituten. We gaan dus niets sluiten, maar wel intensiever samenwerken.”

Ook het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS) zal in het nieuwe Humanities Centre opgaan. In dit instituut, bestaande uit fraaie villa’s in een lommerrijke omgeving in Wassenaar, kunnen wetenschappers ongestoord aan hun onderzoek werken. Dat is vanaf 2015 verleden tijd.

Rector Aafke Hulk is akkoord met de verhuizing naar Amsterdam, zegt ze. Ze is echter niet te spreken over de manier waarop de rol van het NIAS is omgeschreven in de plannen. „Je zou het zo kunnen lezen dat het NIAS wordt opgeheven, en dat alleen de fellowships blijven bestaan. Ik heb daarover meteen met de KNAW gebeld en mij is verzekerd dat ook de andere activiteiten van het NIAS – de samenwerking op internationaal gebied, de gastschrijvers – worden voortgezet. Die zijn ook van groot belang voor de levensvatbaarheid van het instituut.”