De premier is gesteld op loyaliteit, dus moest Weekers gered worden

Het debat met Frans Weekers liet vooral zien dat VVD en PvdA een stabiele coalitie willen zijn. Al vroeg in het debat sprak PvdA’er Ed Groot zijn steun voor de VVD’er uit. Hij bracht zichzelf hiermee ernstig in verlegenheid. Het PvdA-Kamerlid

had bijna nog moeilijker dan Weekers zelf. Hij overleefde een motie van wantrouwen.

Staatssecretaris Weekers gisteren tijdens het debat in de Tweede Kamer. Foto’s David van Dam

De staatssecretaris heeft het debat moeiteloos overleefd, de staatssecretaris moet verzwakt verder. Beide redeneringen werden gisteren in de wandelgangen van het Kamergebouw uitgevent, toen in het debat over de Bulgaarse toeslagenfraude duidelijk werd dat Frans Weekers (VVD) staatssecretaris van Financiën kan aanblijven.

„Ik was gemotiveerd de fraude aan te pakken, ik blijf gemotiveerd de fraude aan te pakken”, zei Weekers in zijn slotopmerkingen.

De staatssecretaris had een zeer kritische oppositie weerstaan, met behulp van coalitiewoordvoerders die hem zo ijverig steunden dat ze er, zeker in het geval van Ed Groot (PvdA), hun eigen geloofwaardigheid mee in de waagschaal stelden.

Dus wat was aangekondigd als een meeslepend debat over een wankelende bewindsman werd een lange zit met alleen sporadische momenten van spanning.

Het tekent de Haagse verhoudingen van dit moment. Terwijl traditioneel redelijke partijen als het CDA en D66 niet langer terugschrikken voor harde en soms agressieve oppositie, slaagt de coalitie er bijna probleemloos in de rijen gesloten te houden. Toen Weekers vannacht eenmaal voldoende stemmen had vergaard – ook de ChristenUnie en de SGP behielden hun vertrouwen in hem –, was vooral duidelijk hoe stabiel de coalitie van VVD en PvdA tot nader order blijft.

Premier Rutte had de afgelopen weken in het kabinet, en zijn eigen partij, laten weten dat zijn Limburgse partijgenoot hoe dan ook gered moest worden. Hij zorgde ervoor dat vicepremier Lodewijk Asscher en de bestuurlijk ervaren Ivo Opstelten (Justitie, VVD) de informatie aan de Kamer, met inbreng van verscheidene ministeries, onderling afstemden om zo breed mogelijke steun vanuit het kabinet voor Weekers te verzamelen.

Ook nam de premier het initiatief om ontluikende kritiek in de VVD in de kiem te smoren. Sommige liberalen waren sceptisch dat de staatssecretaris jarenlang leiding gaf aan een ambtelijke dienst die systematische fraude liet voortbestaan.

Maar de premier is erg gesteld op loyaliteit in zijn omgeving, vertellen ze in de VVD, en de beste manier om die te behouden is loyaal blijven aan collega’s in nood. Vandaar dat de VVD, en daarmee de coalitie, de afgelopen weken al besloot Weekers te beschermen.

Weekers kwam in politieke moeilijkheden toen bleek dat buitenlandse bendes gemakkelijk fraude konden plegen met toeslagen voor huur, zorg en kinderopvang. In Brandpunt toonde hij zich geschokt over de fraude vanuit een Bulgaars dorp.

Daarna bleek Weekers moeite te hebben gelijktijdig zijn eigen ontevreden ambtenaren en de kritische Kamer te apaiseren. Bij elke stap die hij zette was altijd wel iemand ontevreden, waarbij ook opviel dat een vakbond, AbvaKabo FNV, actief meedeed aan pogingen het politieke leven van Weekers te bekorten.

De dynamiek die zo ontstond leidde vannacht vanzelf tot een motie van wantrouwen van de oppositie. Behalve SGP en CU steunden alle oppositiepartijen de motie van Pieter Omtzigt (CDA), het Kamerlid dat de fraude de afgelopen weken met veel grote woorden op de agenda wist te houden.

Bijna als vanzelf was na de stemming de analyse van veel media dat de positie van Weekers was verzwakt, nu zeven oppositiepartijen zijn vertrek hadden gevraagd. Een soortgelijke taxatie was er na het debat waarin staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) zich moest verantwoorden voor de behandeling van de Russische asielzoeker Dolmatov, die in vreemdelingendetentie zelfmoord pleegde.

Maar de houdbaarheid van dit soort analyses hoeft niet groot te zijn. Vooral het CDA is nu een partij die blind gaat voor de oppositie: ook als een aanval op het kabinet geen consistentie vertoont met eerder ingenomen CDA-standpunten, kiest de partij onder alle omstandigheden voor die aanval.

Maar wie moties van wantrouwen indient zoals sportvissers een hengeltje uitgooien – je weet nooit wat je vangt – loopt op den duur het gevaar dat niet het onderwerp van de motie, maar het middel zelf, zijn geloofwaardigheid verliest.

Tegelijk legde het debat gisteren bloot dat stabiele coalitiepolitiek ongemakkelijk is voor individuele coalitiepolitici, die in dit spel slechts loyale dienaren van het kabinet kunnen zijn. Vooral PvdA-Kamerlid Ed Groot bracht zichzelf ernstig in verlegenheid. De oppositie nam zijn vroege steun aan Weekers uitvoerig onder vuur, wat het beeld bevestigde dat de coalitie, ongeacht de inhoudelijke argumentatie, de staatssecretaris zou steunen.

Groots partijgenoot Jeroen Recourt had eerder een soortgelijke vernedering, in het debat met Teeven over Dolmatov.

Ook Sander Terphuis, de man die het PvdA-verzet tegen de strafbaarstelling van illegaliteit leidde, mocht afgelopen weekeinde een zelfde vernedering ervaren. Hij was een partijheld toen hij het thema agendeerde. Maar vanaf het moment dat hij, met Samsom, aan een compromis begon te werken, verkruimelde zijn geloofwaardigheid, waarmee gelijktijdig het aanzien van Samsom groeide.

Een stabiele coalitie, waar Rutte en Samsom duidelijk op uit zijn, is ten slotte vooral gunstig voor de politieke leiders die zo’n coalitie dragen.

Het verleden heeft geleerd dat ze grote opoffering vergen van de kleine politieke luiden in de partijen, de coalitiefracties en het kabinet. Recourt, Terphuis en Groot hebben nu mogen ervaren hoe dat voelt.