Coalitie: Kamer zelf schuldig

De politiek, of beter de Tweede Kamer, heeft boter op het hoofd als het Weekers alleen maar beoordeelt op grond van de fraude met toeslagen. Bij de invoering van het systeem had iedereen alleen maar aandacht voor de snelheid waarmee mensen geld zouden krijgen. „Ik denk dat het voor deze Kamer goed is om bij de afweging van de wijze waarop het kabinet heeft gehandeld, ook af en toe te kijken of wij wellicht zelf geen klontje boter op ons hoofd hebben”, zei Helma Neppérus (VVD). Maar met een oordeel over de staatssecretaris wachtte Neppérus. Vreemd, vond de oppositie, om wel al je mening over de houding van de Kamer te hebben, maar niet over het beleid van de hoofdrolspeler.

PvdA’er Ed Groot was duidelijker, door al vroeg in het debat te laten doorschemeren dat zijn partij Weekers hoe dan ook steunde. Groot zei vertrouwen te hebben in de maatregelen tegen fraude die Weekers had voorgesteld. „Ik denk dat er alleen een tandje bij moet komen”.

Door de vroegtijdig uitgesproken steun van de PvdA verdween de angel uit het debat. Groot ontkende dat er vooraf afstemming met de VVD was geweest; beide partijen gebruikten nagenoeg identieke woorden om te zeggen dat de staatssecretaris eerder had kunnen beginnen met de aanpak van fraude om . „Met de wijsheid van nu denk ik dat er eerder maatregelen genomen hadden moeten worden”, zei Groot. „Met de kennis van nu zeg ik tegen de staatssecretaris: had je dat niet eerder kunnen doen?”, zei Neppérus.