Chinese overheid is beter in bouwen dan in rouwen

De stad Beichuan werd op 12 mei 2008 verwoest door een aardbeving.

Holland Doc: Fallen City Ned. 2, 23.00 - 00.05 uur

Vanuit de lucht ziet de Chinese stad Beichuan eruit als een onopgeruimd spelletje mikado. Door de ‘tofu-restjes’-constructie van veel gebouwen – onveilig door corruptie en nalatigheid – stortte de valleistad in één keer in tijdens de aardbeving van 2008. In Beichuan vielen 20.000 doden, waaronder veel kinderen die op dat moment in een ‘tofu-school’ les hadden.

In de documentaire Fallen City van de Chinese regisseur Zhao Qi volgen we het leven van drie overlevenden bij de wederopbouw van de stad. Allen zijn ze nog diep getraumatiseerd. Ze rouwen bij geïmproviseerde grafzerken tussen het puin. ‘Waarom mijn kind?’ zie je de moeder denken die haar dochtertje verloor als ze bij een vol schoolplein staat.

Rouwverwerking lijkt niet de prioriteit van de Chinese overheid. Een paar kilometer van de puinhoop van de oude stad wordt New Beichuan City in rap tempo uit de grond gestampt; een zielloos Duckstad met popelende investeerders. De staatstelevisie belooft een fantastische toekomst. De oude stad verandert in een openluchtmuseum met touringcars en souvenirkraampjes.

Het is jammer dat Zhao Qi er voor koos om drie mensen te volgen, hij slaagt er niet in om tot hen door te dringen en weet zijn aandacht niet gelijk te verdelen. De documentaire is interessanter op macroniveau; de modernisering van China en de prijs die ervoor wordt betaald.