Bolle overheid kleiner maken

De rol van de overheid is doorgeslagen. Het is een opgeblazen systeem dat onhoudbaar is geworden, meent Halbe Zijlstra. Daarom: ‘terug naar kerntaken’.

Illustratie Pavel Constantin

Morgen wordt tijdens het ‘verantwoordingsdebat’ door de Tweede Kamer teruggekeken op de prestaties van de overheid in het afgelopen jaar. Dan wordt bekeken of geld rechtmatig is uitgegeven en streefcijfers gehaald zijn. Naar mijn mening stellen wij ons daarbij te weinig de vraag of de overheid bepaalde taken wel hoort uit te voeren. Het gevolg is dat de overheid veel te veel doet. Dat is onwenselijk, onbetaalbaar en uiteindelijk onhoudbaar.

De Nederlandse overheid zoals we die nu kennen is in oorsprong een liberale uitvinding. In 1848 was het de liberaal Thorbecke die met de invoering van de Grondwet de rechten van de Nederlanders ten opzichte van de staat verstevigde. Het waren ook de liberalen die sociale voorzieningen invoerden om het individu te beschermen, zoals de kinder-, ongevallen- en woningwet. Armoede, arbeidsongeschiktheid, kinderarbeid of slechte huisvesting stonden immers vrijheid en zelfontplooiing in de weg. Deze liberale verworvenheden hebben het land en de overheid gevormd. Maar de afgelopen decennia is de rol van de overheid doorgeslagen. Haar rol gaat nu veel verder dan het borgen van de vrijheid voor mensen om zich te ontplooien. Dat leidde tot een verregaande zorgplicht van en afgedwongen solidariteit door de overheid. Zo ontvangt ruim tweederde van de bevolking miljarden aan kind-, huur- of zorgtoeslag. Hier komen nog eens allerlei persoonsgebonden budgetten, tegemoetkomingen, vergoedingen en basisbeurzen bij. En dat staat los van alle sociale verzekeringen waar elke Nederlander een beroep op kan doen, om nog te zwijgen over de miljarden subsidies, garantstellingen en verzekeringen aan instellingen en bedrijven. Dit opgeblazen systeem is onhoudbaar. De kleine groep mensen die de voorzieningen echt nodig heeft, wordt weggedrukt. Zij krijgen niet de zorg, ondersteuning of woning die zij zouden kunnen krijgen. Zo is – ondanks het feit dat de sociale huursector hier groter is dan in omringende landen – juist in Nederland regelmatig sprake van lange wachtlijsten Daarnaast wordt door de alom aanwezige overheid eigen initiatief in de kiem gesmoord. Dat is slecht voor onze economische groei, want juist particulier initiatief zorgt voor nieuwe bedrijven en banen. Bovendien wordt de valse verwachting gewekt dat de overheid alles kan oplossen. Wat leidt tot teleurgestelde burgers: het tegendeel is immers waar.

Dit kan niet ongebreideld doorgaan. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden wat de overheid kan en moet doen. Het uitgangspunt moet zijn dat mensen heel goed zelf in staat zijn voor het merendeel aan sociale voorzieningen te zorgen. De samenleving is zelfs het meest sociale distributiemechanisme.

Zonder overheid kunnen mensen namelijk zelf bepalen welke diensten ze aanbieden, wat de beste allocatie van middelen is en waar ze zich tegen verzekeren. Er is dan geen afgedwongen solidariteit door belangengroepen, maar echte solidariteit uit welwillendheid. Gelukkig gebeurt dat al. Nederland loopt internationaal voorop met vijf miljoen vrijwilligers actief in sport, onderwijs, kunst en cultuur. En tal van mantelzorgers zorgen voor hun naasten zonder tussenkomst van de overheid. Desondanks besloot de overheid de mantelzorgers ongevraagd geld te geven in de vorm van een ‘mantelzorgcompliment’. Typisch Nederlandse uitvinding: subsidie zetten op zaken die uit zichzelf al tot stand komen.

De overheid moet alleen handelen wanneer bepaalde producten of diensten van algemeen belang binnen de samenleving niet zelfstandig tot stand komen, of wanneer de vrijheid van individuen door het noodlot of door anderen wordt geschaad. Denk aan collectieve goederen als dijken, politie, infrastructuur, basis- en voortgezet onderwijs, basiszorg of bijstand. Of denk aan handelen dat wordt ingegeven door de gevolgen van onwenselijk gedrag; criminaliteit en milieuvervuiling. Hier heeft de overheid nadrukkelijk wél een rol. Maar het handelen van de overheid in het domein waar ook private partijen dat kunnen, moet gezien worden als motie van wantrouwen tegen de Nederlandse bevolking. De overheid denkt het namelijk beter te weten en het beter te kunnen. Voor beide geldt dat het zelden waar is.

Wanneer we in het kader van ‘verantwoordingsdag’ terugkijken naar de prestaties van de overheid in het afgelopen jaar zien we helaas tegengestelde bewegingen. Zo zijn de uitgaven aan sociale zekerheid en zorg verder gestegen. De garanties die de overheid afgeeft, zijn onder druk van de eurocrisis toegenomen. En de overheid heeft weer een financiële instelling moeten nationaliseren en aandeelhouders moeten onteigenen. De meeste maatregelen waren helaas noodzakelijk om de overheidsfinanciën op orde te brengen en nationale faillissementen te voorkomen. Maar de maatregelen staan allerminst symbool voor de richting die Nederland wat mij betreft op moet gaan.

Het in stand houden van de doorgeslagen verzorgingsstaat met haar afgedwongen solidariteit en doorgeschoten zorgplicht laat Nederland vastlopen. Uiteindelijk worden de mensen verdrukt voor wie de overheid zegt op te komen. Voor mij staat voorop dat de samenleving in beweging moet zijn om te kunnen groeien. Daarvoor is ruimte en vrijheid nodig. Ruimte voor eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid. Alleen zo ontstaat een werkelijk sociale en rechtvaardige samenleving waarin mensen gelijkwaardig kunnen zijn, kunnen opkomen voor elkaar en zich volledig kunnen ontplooien.

Dat is waarom ik het belangrijk vind dat we grote hervormingen en zware bezuinigingen doorvoeren. De overheid moet terug naar haar kerntaken en ophouden met de bevolking verantwoordelijkheden uit handen te nemen. Alleen zo kan een nieuwe samenleving ontstaan: waar we niet onze schouders ophalen, maar de schouders eronder zetten. Waar we betrokken zijn omdat het ons aan het hart gaat, niet omdat we hiertoe verplicht worden. Waar we niet kijken naar de overheid, maar zelf actie ondernemen en initiatieven ontplooien.

Halbe Zijlstra is fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer.