Analyse Hoe dan ook, Weekers moest gered worden

Politiek redacteuren

Staatssecretaris Frans Weekers (Financiën, VVD) bleek gisteren in een vroeg stadium voldoende steun te hebben om zijn politieke leven te redden. Het debat over Bulgaarse toeslagenfraude liep nog toen deze krant ter perse ging; onder druk van de oppositie maakte Weekers een soms kwetsbare indruk.

Centraal stond de vraag of hij tijdig tegen de fraude was opgetreden. En vooral de vraag of hij, door in april in Brandpunt te reageren op fraude door Bulgaarse bendes, een lopend strafrechtelijk onderzoek had beschadigd, zoals RTL Nieuws gisteravond meldde. Een zichtbaar opgeluchte Weekers kon ten slotte melden dat een ambtenaar van Financiën tijdig de FIOD over zijn tv-optreden had ingeseind.

Coalitiegenoten VVD en PvdA maakten geen moment aanstalten hun steun aan Weekers in te trekken, waarmee het beeld in tact bleef dat het debat vanaf het begin bepaalde: een hyperkritische oppositie tegenover een stugge coalitie.

Het debat, dagenlang aangekondigd als mogelijk fataal voor Weekers, werd door de coalitie vrijwel meteen van elke spanning ontdaan. Premier Rutte had de afgelopen weken in het kabinet, en zijn eigen partij, al laten weten dat Weekers hoe dan ook gered moest worden. Hij zorgde ervoor dat de bestuurlijk ervaren Ivo Opstelten (Justitie, VVD) de informatie aan de Kamer, met inbreng van verscheidene ministeries, onderling afstemde om zo breed mogelijke steun vanuit het kabinet voor Weekers te verzamelen.

Ook nam de premier het initiatief om ontluikende kritiek binnen Frans Weekers’ eigen VVD in de kiem te smoren. Onder liberalen bestond er scepsis dat de staatssecretaris jarenlang leiding gaf aan een ambtelijke dienst die systematische fraude liet voortbestaan.

Maar Rutte is erg gesteld op loyaliteit van collega’s, vertellen ze in de VVD, en de beste manier om die te behouden is zijn loyaliteit geven aan collega’s in nood. Vandaar dat de VVD, en daarmee de coalitie, vorige week al besloot Weekers te beschermen.

Weekers kwam in politieke moeilijkheden toen bleek dat buitenlandse bendes gemakkelijk fraude konden plegen met toeslagen voor huur, zorg en kinderopvang. In Brandpunt toonde hij zich geschokt over de fraude vanuit een Bulgaars dorp.

Die geschoktheid had de hele oppositie erg verbaasd, omdat binnen de Belastingdienst vergelijkbare fraudegevallen eerder aan het licht waren gekomen. „Dat geeft wel te denken, want hoe is het in vredesnaam mogelijk dat hij hier niet van wist?”, vroeg GroenLinks-leider Bram van Ojik zich af.

In 2011 had Weekers immers zelf in een nota al uitgelegd hoe de fraude vanuit het buitenland werkte.

VVD en PvdA deden tijdens het debat nagenoeg geen pogingen te verbloemen dat zij Weekers wilden redden. Terwijl de oppositie zich vermoeide kritiek zo scherp mogelijk te verwoorden, bleken Helma Neppérus (VVD) en Ed Groot (PvdA) in de eerste termijn dezelfde verdediging voor Weekers in petto te hebben.

Zij benadrukten dat de Tweede Kamer „boter op zijn hoofd” heeft, omdat het initiatief voor het toeslagenstelsel daar in 2005 genomen werd en er sindsdien veelvuldig is gewaarschuwd voor de fraudegevoeligheid. De Kamer had al die tijd vooral aandacht voor het snel uitbetalen van toeslagen.

Ook onderstreepten Neppérus en Groot dat dankzij Weekers de inspanningen voor de bestrijding van fraude werd vergroot. Zij kozen nagenoeg identieke woorden om aan te geven dat de staatssecretaris eerder had kunnen beginnen met de gerichte aanpak van deze zogenoemde systeemfraude. „Met de wijsheid van nu hadden er eerder maatregelen moeten worden genomen”, zei Groot. „Met de kennis van nu zeg ik tegen de staatssecretaris: had je dat niet eerder kunnen doen?”, zei Neppérus.

De VVD’er hield formeel in het midden of haar partij Weekers uiteindelijk zou steunen, maar Groot liet zich door de oppositie snel verleiden om al een oordeel over het functioneren van de staatssecretaris uit te spreken voordat die zelf aan het woord was geweest. Met „een tandje meer” nadruk op fraudebestrijding kon Weekers blijven.

Met name D66, GroenLinks en de SGP toonden zich in het debat kritisch. „De staatssecretaris wist veel, deed weinig en bagatelliseerde het probleem”, luidde de analyse van Van Ojik. Wouter Koolmees (D66) vroeg Weekers op de man af of hij echt wel de man is die de Belastingdienst strijdbaarder moet maken tegen de fraude. „En daar wil ik een eerlijk antwoord op.”