Actuaris is de beste baan. Iedereen vindt ze nu nuttig

Eind vorige maand ging op internet een lijst rond met ‘de beste en de slechtste banen van 2013’: de jaarlijkse ranglijst van de Amerikaanse vacaturesite CareerCast.com, bedoeld om mensen bij hun carrièrekeuze van dienst te zijn. Op 1 stond actuaris. Dat klinkt als een exotisch type loopvogel, maar het is iemand die (onder meer financiële) risico’s doorrekent, bijvoorbeeld bij een bank of verzekeraar. En op de laatste plaats, nog onder houthakker en laaggeplaatste militair, stond journalist bij een krant.

Nu is journalist bij een krant een van de leukste banen die ik me kan voorstellen, dus hoe zit zo’n onderzoek methodologisch in elkaar? CareerCast beoordeelde tweehonderd beroepen op vijf punten: (1) de emotionele werkomgeving (is het werk competitief, is het gevaarlijk, heb je contact met het grote publiek?), (2) de fysieke werkomgeving (is het werk lawaaierig of lichamelijk zwaar, sta je aan giftige stoffen bloot?), (3) het inkomensniveau (en groeipotentieel), (4) de vooruitzichten (groeit de branche, kan je inkomen stijgen?) en (5) het stressniveau (moet je veel reizen, zijn er veel deadlines, loop je gevaar, heb je contact met het grote publiek?).

Een vreemde manier van meten: waarom is CareerCast zo bang voor contact met het grote publiek dat ze dat twee keer als stressfactor meenemen? Waarom nemen ze überhaupt dingen twee keer mee? Wat is er mis met reizen of met deadlines? Ik ben dol op reizen én op deadlines, en niet alleen op het zacht ruisende geluid dat ze maken als ze passeren. En waarom staat in de top-200 wiskundige op 18 en universitair hoogleraar op 14? Staat wiskundehoogleraar dan op 14 of 18, of ongeveer op 16, tegelijk met diëtist? Wat is überhaupt het nut van dit soort algemene lijsten? Zou je niet beter per werkzoekende een persoonlijke ranglijst kunnen maken, waarbij mensen ook zelf kunnen aangeven in hoeverre ze reizen en deadlines en contact met het grote publiek fijn vinden? Met een lijst als deze kun je vooral op verjaardagsfeestjes terecht. Lekker opscheppen of klagen over het imago van je baan.

Want ja: er verdwijnen steeds meer gedrukte kranten, dus die zullen door steeds minder journalisten te vullen zijn. Rijk word je er ook niet van, journalistiek; een actuaris verdient méér. En actuarissen zijn precies de mensen naar wie we beter hadden moeten luisteren om de economische crisis te voorkomen, dus inmiddels vindt iedereen ze nuttig en nodig. Misschien kunnen actuarissen zich ook eens aan een beste-beroepenlijst wagen? Dat is tenslotte ook een vorm van risicoadvies.