Wat doen amateurs in onze goudmijnen?

En ze zijn er nog trots op ook. De amateurs.U staat er niet dagelijks bij stil, maar per saldo zijn het amateurs die de beslissingen nemen over ons pensioengeld. Volgens de laatste cijfers per eind 2012 van de toezichthoudende Nederlandsche Bank gaat het om een bedrag aan beleggingen en andere bezittingen van, schrik niet, 1.007.191.000.000 euro.

De besturen van de pensioenfondsen die dat kapitaal in handen hebben zijn afgevaardigden van werkgevers en (gepensioneerde) werknemers. De vertegenwoordigers van de werknemers worden, zeker bij grote pensioenfondsen van bedrijfstakken, zoals ABP, Zorg en Welzijn, de bouw, de metaal en de grafische bedrijven, aangewezen door de vakbonden die daar cao’s afsluiten.

Vakbondsbestuurders en werkgeversvertegenwoordigers weten doorgaans alles van de CAO- en pensioenregelingen, maar zijn zij de ideale personen om de pensioengoudmijnen te leiden?

Nee. Mensen met pensioenkennis zijn onmisbaar, maar zij moeten niet exclusief de besturen bevolken. Over hervormingen wordt al jaren gepraat. Zonder aantoonbaar succes. Pensioenfondsen moeten zelf meer deskundigheid krijgen, anders volgt wetgeving, dreigde bijvoorbeeld een jonge, veelbelovende staatssecretaris van Sociale Zaken. Inderdaad, Mark Rutte (VVD). Dat was 2003. Ander citaat: „Wij hielden ons nauwelijks bezig met de beleggingen en zagen de risico’s dus ook niet.” Dat was begin dit jaar voorzitter Ruud Degenhardt van het bestuur van het grafische- en mediapensioenfonds PGB die in het FD uitlegt dat het bestuur tekortschoot bij het beheer van ‘hun’ 13,8 miljard euro alsof dat de gewoonste zaak is.

De tegenstand tegen verandering à la Rutte 2003 is taai. Vakbonden verliezen niet graag hun laatste bastion van sociaal-financiële macht. Morgen voert de Tweede Kamer opnieuw een debat over de manier waarop pensioenfondsen worden bestuurd. In 2006 is de relevante Pensioenwet gewijzigd, dat was de eerste keer in vijftig jaar, maar dat heeft alleen een hoofdpijn verwekkende brei van regeltjes en nieuwe gremia (visitatiecommissies, verantwoordingsorgaan) in het leven geroepen waarvan je toen al kon zien dat de overbodigheid met hoofdletters geschreven kon worden.

Maar ja, wie niet het politieke machtswoord tegen de werkgevers en vakbonden wil uitspreken krijgt een stofwolk waarin kennis en competentie verdwijnen. In de Wet versterking bestuur pensioenfondsen waarover de Kamer morgen debatteert wordt het nog onoverzichtelijker. Pensioenfondsen mogen straks kiezen uit vijf manieren om bestuur en toezicht te organiseren, tegenover twee nu. Die uitbreiding is een verzoeknummer van verschillende fracties en de pensioensector zelf.

Vijf modellen? Waarom vijf? Grote ondernemingen, ook zij die beursgenoteerd zijn, kunnen kiezen uit twee modellen: een waar de directie en de toezichthoudende commissarissen gescheiden zijn en een waar die twee groepen samen in een forum zitten. Enig zaligmakende oplossingen zijn er niet. Beide organisatievormen kennen een lange lijst van successen en debacles. De keus is simpel. Ook voor pensioenfondsen. Twee is okay.

Politici en de sector moeten het niet ingewikkelder maken dan nodig is. Zeker niet na de onrustbarend koele cijfers van De Nederlandsche Bank vorige week dat eenderde van de kandidaat-bestuurders bij pensioenfondsen tekort schiet. Ook de zittende amateurs moeten toch zo veel trots in hun donder hebben dat zij niet met brekebenen in één bestuur willen zitten.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.