Tot in de puntjes geregisseerde chaos

Jakob Ahlbom regisseert in zijn nieuwe voorstelling zeventien acteurs tegelijk. Zij beelden sleur uit die ontaardt in chaos.

In de voorstelling ‘Het leven een gebruiksaanwijzing’ herhalen zeventien acteurs steeds dezelfde handelingen. Maar langzaamaan treden er verschuivingen op. Foto Sanne Peper

In Vielfalt (2006) verdwenen spelers in afvoerputjes en bankstellen. In De Architect (2008) sneed een vrouw haar hart uit haar lijf. In Innenschau (2010) kroop een man in de vagina van een gigantische opblaaspop en in Lebensraum (2012) werd een mechanische robot tot leven gewekt.

De Zweedse mimeregisseur Jakop Ahlbom (1971) maakte de laatste jaren naam met beeldend theater vol met atletische toeren en visuele effecten. Hij won er vorige jaar de VCSD-mimeprijs mee. Nederlandse theaters boeken reprise op reprise en buitenlandse festivals staan in de rij. Toch gooit Ahlbom het in zijn nieuwe voorstelling Het leven een Gebruiksaanwijzing over een meer sobere boeg. „Ik had geen zin om mezelf nog een keer te herhalen. Ik ben een groot fan van Stanley Kubrick en die hanteerde ook in elke film een totaal ander genre. Daarnaast heeft niet elk verhaal zoveel spektakel nodig”, zegt hij na een doorloop bij Dansmakers in Amsterdam-Noord, waar Het leven een Gebruiksaanwijzing vanavond in première gaat.

Een nieuwe vorm vond Ahlbom in de acht minuten durende animatiefilm Tango van de Poolse regisseur Zbigniew Rybczynski. Die liet verscheidene personen voor de camera een doodeenvoudige handeling uitvoeren, plaatste de filmpjes in loops en plakte die bij elkaar in een steeds drukker wordende huiskamer. Met het intrigerende resultaat won hij in 1983 een Oscar.

Voor zijn live-uitvoering koos Ahl-bom uit een mix van professionals, stagiaires en figuranten zeventien „totaal verschillende persoonlijkheden”. Hij laat ze samenkomen in één appartement en daar alledaagse acties herhalen, zoals het roken van een sigaret of het vouwen van vliegtuigjes. Ze staan daarbij voor Ahlbom „symbool voor de dagelijkse sleur, waar mensen uit angst voor risico’s vaak in blijven vastzitten”.

Maar het voordeel van livespelers is dat ze ook op elkaar kunnen reageren en er op die manier verschuivingen kunnen optreden. „Als het heel druk wordt in de kamer, zullen de bewoners niet meer hun alledaagse gang kunnen gaan. Ze botsen tegen elkaar aan, zoenen de verkeerde partner of brengen elkaar aan het lachen. Zo creëer ik verandering door chaos”, legt de regisseur uit.

Die chaos is dan wel tot in de puntjes geregisseerd. Voor alle zeventien spelers heeft Ahlbom alle bewegingen en contactmomenten met de andere in honderden cues vastgelegd. Om overzicht te houden op de hele choreografie, speelt hij deze keer zelf niet mee en filmt hij elke doorloop om thuis minstens drie keer opnieuw te bekijken. Ahlboms vaste spelers Silke Hundertmark en Reinier Schimmel blijven ook aan de kant en assisteren als repetitor. „Het is een hele klus geworden”, verzucht Ahlbom. „Ik wilde eerst nog veel meer mensen op het toneel, maar ik moet er nu niet aan denken wat voor extra werk dat nog had opgeleverd.”

Net als bij twee eerdere voorstellingen zijn de muziekcomposities van Leonard Lucieer, gitarist van de alternatieve rockgroep Alamo Race Track. Lucieer speelt niet live mee, maar zijn muziek is onder meer te horen uit een platenspeler en radio.

Ook herkenbaar is de ouderwetse huiskamer als decor. „Die past nu eenmaal het beste bij de thema’s van mijn voorstellingen”, zegt Ahlbom. „Het gaat bij mij eigenlijk altijd over het privéleven van mensen en hoe ze daarin met elkaar omgaan.” Helemaal verloren zullen de Ahlbom-adepten zich dus niet voelen. Ze kunnen volgens de regisseur ook best wat aan. „In De Architect werkte ik ook opeens met een hele theatertekst en dat werd toen goed ontvangen. Ik hoop dat ik ze nu weer kan verrassen.”

Jakop Ahlbom: ‘Het leven een Gebruiksaanwijzing’. T/m 26 mei, Dansmakers aan het IJ op bedrijventerrein De Overkant , Amsterdam-Noord. Inl.: jakopahlbom.nl, kaarten via theaterbellevue.nl