Strafrechters slaan terug

Wie mag er in Nederland nou eigenlijk de vrijheid van burgers beperken? Is dat de uitvoerende macht, de ambtenarij, of de onafhankelijke rechter? Deze scherpe, maar vooral retorisch bedoelde vraag vuurde de Raad voor de Rechtspraak eind vorige week af op staatssecretaris Teeven (Justitie, VVD). Aanleiding was het wetsvoorstel van het kabinet om de Dienst Justitiële Inrichtingen het recht te geven in principe naar eigen inzicht celstraffen korter dan zes maanden om te zetten in huisarrest, met toezicht door middel van een elektronische enkelband.

De Raad voor de Rechtspraak is over het algemeen zuinig met grote woorden, zeker bij beleidskwesties in het strafrecht. De sfeer is minder verhit dan onder Rutte-1, maar kritiek op ‘softe rechters’ kan zomaar herleven. Daarom is het nu tamelijk ironisch dat de strafrechters de staatssecretaris in stevige taal verwijten dat hij hun strenge celstraffen nu tegen hun wil matigt. Softe staatssecretarissen, bah!

De strafrechters hebben een punt. De wet is duidelijk uitsluitend bedoeld om het aantal kortgestraften in dure cellen om budgettaire redenen te verminderen. Zelfs met terugwerkende kracht. Het is een soort generaal pardon waar de rechters niet op hebben gerekend en boos over zijn. Teeven is er zelf geen voorstander van, zo liet hij weten. Hij doet het ‘noodgedwongen’ en had het ook ‘liever’ achterwege gelaten. Als Kamerlid was hij er mordicus tegen. Nu is hij dan wel voor, met pijn in het hart.

Voor dergelijke bekommernissen is geen begrip. Staatssecretarissen die lijden onder de kwaliteit van hun eigen voorstellen verzoeken we vriendelijk hun ontslag in te dienen. De burger heeft recht op een kabinet dat ten minste achter zijn eigen plannen staat. Hou dan de gevangenissen open, als de overtuiging ontbreekt. Voor huisarrest als (positief) alternatief voor een korte celstraf is zeker wat te zeggen. Het voorstel dat Teeven indiende rammelt helaas aan alle kanten. De strafrechter krijgt niet eens de mogelijkheid om zelf huisarrest als straf op te leggen. Nee, de rechter mag de omzetting van celstraf naar huisarrest alleen maar tegenhouden, mits expliciet gemotiveerd. Dat brengt de Raad voor de Rechtspraak tot de fundamentele kritiek. Huisarrest, zo brengen ze terecht te berde, zou door de burger kunnen worden opgevat als een lichtere straf dan de cel.

En wie bepaalt hier hoe streng de straf behoort te zijn? Dat is inderdaad de rechter. Geknutsel na het vonnis door de ambtenaren van gevangeniswezen met als onverwachte uitkomst ‘thuis op de bank met een enkelband’ is inderdaad inmenging in de rechtspraak. Vermomd als beheersmaatregel. Straks gebeurt het omgekeerde: boetes van de rechter waar Justitie toch maar liever celstraf van maakt. Zo moet het dus niet.