Spionage persbureau AP schaadt Obama

De Amerikaanse regering blijkt telefoonverkeer van persbureau AP te hebben gevolgd. Het is de derde affaire in een week voor Obama, die nog bijna geen schandalen kende.

In zijn eerste termijn bleef Barack Obama gevrijwaard van grote schandalen. Nu, in een tweede termijn die nog geen vier maanden oud is, regent het opeens affaires. Hoewel verschillend van aard, hebben ze de reputatie van Obama’s regering al flink beschadigd.

Gisteren werd bekend dat de telefoons van persbureau AP vorig jaar doelwit zijn geweest van spionage door het ministerie van Justitie. In april en mei 2012 zijn van zeker twintig vaste en mobiele lijnen van AP de gebelde nummers opgeslagen. AP wist van niets. Onduidelijk is of de gesprekken ook zijn afgeluisterd. Naar schatting honderd journalisten hebben de lijnen, in kantoren in New York, Washington, Hartford en het Congres, gebruikt.

AP protesteerde gisteren in een brief aan minister Eric Holder tegen deze „grote, ongekende inbreuk” op een journalistieke organisatie. Waarom het departement van Holder, een vertrouweling van Obama, AP bespioneerde, heeft Justitie niet bekendgemaakt. AP vermoedt dat het te maken heeft met een verhaal uit mei 2012 over een mislukte aanslag met een onderbroekbom. Volgens het artikel wilde Al-Qaeda in Jemen opnieuw proberen een vliegtuig te laten exploderen met zo’n bom, nadat een eerdere poging in 2009 was mislukt. De aanslag mislukte doordat de CIA er lucht van kreeg. De CIA en het Witte Huis wisten dat AP aan het verhaal werkte en vroegen publicatie uit te stellen, omdat het de nationale veiligheid in gevaar kon brengen.

AP stelde publicatie enkele dagen uit, maar publiceerde het nieuws een dag voordat het Witte Huis het officieel bekend had willen maken. De CIA maakte zich naar aanleiding van dit verhaal grote zorgen over een lek in de organisatie en stelde een intern onderzoek in. Volgens AP zijn de telefoons van vijf verslaggevers en een eindredacteur die aan dit verhaal werkten, bespioneerd.

Het Witte Huis probeerde de schade gisteravond te beperken. De tactiek: afstand houden van het ministerie van Justitie. Volgens Obama’s woordvoerder Jay Carney is de beslissing om telefooncontacten in kaart te brengen louter een zaak van minister Holder. Obama hoorde er volgens Carney pas gisteren van.

Maar ongemak is er wel. De kwestie komt aan het licht terwijl Obama al onder vuur ligt door twee andere affaires: aantijgingen over politiek gemotiveerd belastingonderzoek naar een reeks Tea Party-clubs en de affaire-Benghazi.

Eerst Benghazi. Sinds vorige week is de moord op vier Amerikanen in de Libische stad, onder wie ambassadeur Chris Stevens, weer een politiek thema. Het Huis van Afgevaardigden, gedomineerd door Republikeinen, onderzoekt de aanval van 11 september vorig jaar en hield vorige week een hoorzitting met ex-stafleden van Stevens. De Republikeinen willen aantonen dat de regering heeft willen verbergen dat het om een goed voorbereide terreuraanval ging. Dat zou Obama slecht uitkomen in de verkiezingscampagne.

‘Benghazi’ begon als een partijpolitiek spel, dat Obama weinig leek te deren. Maar inmiddels houdt de pers zich ermee bezig. Zender ABC onthulde dat er daags na de aanval wijzigingen aangebracht in memo’s die naar regeringswoordvoerders werden gestuurd, zoals Hillary Clinton en Susan Rice. Misschien stelden die wijzigingen weinig voor, zoals het Witte Huis volhoudt. Wel is duidelijk dat dit verhaal niet snel zal verdwijnen. Republikeinen hopen er niet alleen Obama mee te beschadigen, maar vooral ook oud-minister Hillary Clinton. Zij overweegt mee te doen aan de presidentsverkiezingen van 2016, en geldt op voorhand als de grote favoriet.

Dan het zogenoemde IRS-schandaal, genoemd naar de Amerikaanse Belastingdienst (IRS). Die bracht vrijdag naar buiten dat tussen 2010 en 2012 extra onderzoek is verricht naar zo’n 75 ngo’s die geregistreerd staan als Tea Party-groep of ‘patriot’ in hun naam hadden staan. Deze groepen maakten aanspraak op belastingvrijstelling. Omdat alleen vermoedelijk conservatieve groepen extra onderzocht zijn, vermoeden Republikeinen politieke motieven.

De Belastingdienst bood excuses aan, maar ontkende dat er een politieke reden achter zat. Volgens de dienst hebben de meeste groepen hun vrijstelling gekregen. Voor de Republikeinen is deze kwestie ideale munitie: de achterban is toch al heel kritisch op belasting betalen, en mogelijke benadeling van rechtse organisaties kan het beeld versterken dat de Belastingdienst vooral goed voor progressieve Amerikanen is.

Deze opeenstapeling van affaires kan Obama in problemen brengen. In het Congres is al onderzoek aangekondigd naar de Belastingdienst, en het onderzoek naar Benghazi is al in volle gang. Zo kunnen de Republikeinen Obama op een breed front aanvallen. De komende weken zijn veel hoorzittingen te verwachten. Morgen wordt minister Holder al verwacht in het Capitool. Daar zal hij uitleg over AP moeten geven.

Obama heeft nog weinig ervaring met schandaalpolitiek en de dynamiek die een affaire in Washington kan krijgen. Zijn verhouding met de Republikeinen is zo slecht dat zijn tegenstanders niet snel los zullen laten. Sommige conservatieven roepen al om een impeachment, waarmee het Congres een president kan afzetten. Dat is nog ver weg, maar de president heeft de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden hoe dan ook nodig om vooruitgang te boeken op belangrijke dossiers, zoals immigratiehervorming en het schuldenplafond. De kans op samenwerking is in een paar dagen drastisch afgenomen.