Schutterige doorzetter wacht opnieuw krachtmeting met de generaals

Nawaz Sharif zegt een sterke democratie te willen. Maar de grote vraag is of hij ditmaal de machtige generaals onder de duim kan houden.

Pakistan's former Prime Minister Nawaz Sharif, center, addresses his supporters during an election campaign rally, in Lahore, Pakistan, Thursday, May 9, 2013. Pakistan is scheduled to hold parliamentary elections on May 11, the first transition between democratically elected governments in a country that has experienced three military coups and constant political instability since its creation in 1947. The parliament's ability to complete its five-year term has been hailed as a significant achievement. (AP Photo/K.M. Chaudary) AP

Op de dag dat de kiezers besloten dat hij voor de derde keer premier kon worden van Pakistan, werd Nawaz Sharif geïnterviewd door Barkha Dutt, een van India’s meest gelauwerde journalisten. Hij lachte verlegen naar de bekende verslaggeefster die het midden houdt tussen een pitbull en een overgeïnteresseerde moeder. Zijn antwoorden waren schutterig, en hij manoeuvreerde steeds verder weg van de microfoon die Dutt keer op keer onder zijn neus duwde. Hij zocht naar woorden en nodigde zichzelf haast per ongeluk uit voor een staatsbezoek aan India. „Of India me nu wel of niet uitnodigt, ik ga toch”, zei hij, gevolgd door een luide, zenuwachtige lach. De uitnodiging heeft hij inmiddels op zak.

Nawaz Sharif is geen goed spreker. Met zijn gezette postuur lijkt hij niet op de brullende tijger die het symbool is van zijn partij, de PML-N. Sharif heeft meer weg van Balou, de olijke beer uit Rudyard Kiplings Jungle Book. Maar achter zijn schutterigheid gaat een koppige vastberadenheid schuil. In 1999 werd Sharif als premier afgezet door generaal Pervez Musharraf. Hij werd gered door tussenkomst van Saoedi-Arabië waar hij in ballingschap mocht gaan, en bezwoer dat hij terug zou komen. Nu wordt hij opnieuw premier, en met Musharraf wordt intussen afgerekend. Die werd vorige maand onder huisarrest geplaatst en zal worden berecht voor misdaden tijdens zijn bewind.

Nawaz Sharif (25 december 1949) werd in 1981 politicus tegen wil en dank. Zijn vader vond dat Nawaz het familiefortuin moest redden. De staalfabrieken van de familie waren kort tevoren genationaliseerd door premier Zulfikar Ali Bhutto. Tijdens zijn eerste premierschap van 1990 tot 1993 draaide Sharif de nationaliseringen terug. Hij probeerde ook, vergeefs, de shari’a (islamitische wetgeving) in de rechtspraak in te voeren. Tijdens zijn tweede premierschap tussen 1997 en 1999 liet hij politieke tegenstanders gevangen zetten en gaf hij het leger toestemming voor kernproeven nadat aartsrivaal India een kernwapen had getest.

Sharifs pleidooien voor een sterke democratie kunnen niet verhullen dat hij nog altijd een conservatieve industrieel is die banden heeft met de religieuze rechtervleugel in Pakistan. Op één punt zijn zijn denkbeelden echter ingrijpend veranderd. Hij begon zijn politieke carrière onder de vleugels van de militaire dictatuur, maar na Musharrafs coup heeft hij herhaaldelijk gezegd geen controle van het leger over de politiek meer te dulden.

Sharif wil de vastgelopen economie hervormen, de inflatie aanpakken en de urenlange stroomstoringen verhelpen. Ook zegt hij te willen onderhandelen met de Talibaan en andere door Al-Qaeda beïnvloede strijdgroepen die de oorlog hebben verklaard aan de Pakistaanse staat. Sharif wil een einde maken aan de Amerikaanse drone-aanvallen op militanten in de Pakistaanse stammengebieden, waarbij veel burgerslachtoffers vallen. Die leiden tot groot protest in alle lagen van de Pakistaanse samenleving.

Of hem dat allemaal gaat lukken, hangt grotendeels af van zijn positie ten opzichte van het leger, in grootte het vijfde ter wereld. Tijdens de vorige regering, geleid door de Pakistaanse Volkspartij van de familie Bhutto, hield het leger de controle over het buitenlandbeleid en over alle acties jegens de Talibaan. Bovendien heeft het leger veel te verliezen bij economische hervormingen. Het heeft voor miljarden aan belangen in sectoren die dringend aan hervormingen toe zijn, zoals de voedingsindustrie en de energiesector. Ook is Sharifs conservatieve achterban juist gecharmeerd van het leger.

De militairen hebben alvast laten zien dat ze niet met zich laten sollen. Terwijl Pakistan voorbereidingen trof voor de verkiezingen, en buitenlandse journalisten toestemming kregen roerige gebieden te bezoeken waaruit ze normaal gesproken worden geweerd, passeerden zij de regering, waaraan ze volgens de grondwet ondergeschikt zijn. Declan Walsh, correspondent voor The New York Times, werd uitgewezen wegens ‘ongewenste activiteiten’. Waarschijnlijk wegens een artikel dat hij schreef over de betrokkenheid van het Pakistaanse leger bij de Amerikaanse drone-aanvallen.

Volgend jaar volgt een belangrijke test. Dan treedt de huidige legerleider, de tamelijk terughoudende generaal Ashfaq Kayani, terug en moet Sharif een nieuwe benoemen. De laatste keer dat hij dat deed, passeerde hij enkele oudere kandidaten en koos hij een jonge, levenslustige officier: Pervez Musharraf. Ook nu geldt dat een verkeerde keuze Nawaz Sharif fataal kan worden.